Posts tonen met het label larisse. Alle posts tonen
Posts tonen met het label larisse. Alle posts tonen

vrijdag 20 februari 2015

Mijn huidige passie - de Aziatische keuken (Aziatische borrelballetjes)

Mespuntje lente ©

Ik was de afgelopen week een beetje stiller in de social media kanalen en prompt krijg ik berichtjes dat ik gemist word. Hoe fijn is dat? Stiekem maakt mijn hart een klein sprongetje. Het klopt trouwens, dat ik wat afwezig leek. Heimelijk vierde ik een weekje vakantie. Ik genoot van het niets hoeven en alles mogen. Wandelde uren met mijn hond. Straalde van zon en lentekriebels. Werkte in de tuin. Verkende onbekende winkelstraatjes in mijn studiestad en zette kookactiviteiten op een laag pitje. Soms moet dat gewoon even. Dat is ook goed voor de inspiratie.

Die inspiratie kan ik de komende tijd goed gebruiken overigens. Er staat veel leuks op de planning. Zo mag ik weer heel veel chefs opleiden de komende tijd en heb ik vooral ook wat 'op maat' trainingen in het vooruitzicht, met boeiende culinaire vragen die ik mag beantwoorden. Want hoe kook je bijvoorbeeld allergeenvrij binnen de Chinese keuken? Super leuk zo'n vraag, ik verheug mij intens! Past ook goed binnen mijn huidige Aziatische passie. Nu ja, huidig, liefde voor de Aziatische keuken is mij met de paplepel ingegoten en staat in mijn DNA gegrift. Februari is gewoon te kort om deze passie voldoende aandacht te geven in mijn blog (zeker wanneer ik er stiekem nog een weekje tussenuit knijp ;-) Je mag dus ook in maart nog veel Aziatische inspiratie verwachten.

Hoisinballetjes op het vuur ©
Inmiddels zit de 5 alweer stevig in de klok en staat er een pan met heerlijke borrelballetjes op mijn fornuis. Een heel gemakkelijk en snel receptje met een beetje van Azië en een beetje van mij. Maak ze ook dit weekend (of zelfs vandaag nog). Reuze fijn deze balletjes.

Recept: Aziatische borrelballetjes

Ingrediënten:
500 gram rundergehakt (of gehakt naar wens)
1 sjalotje heel fijn gesnipperd
3 eetlepels hoisin saus
1/2 theelepel djahé (gemalen gemberwortel)
peper en zout naar smaak
borrelglaasje sherry (of mirin)
2 eetlepels sojasaus

Aziatische borrelballetjes ©

Bereiding:
Meng het gehakt met het sjalotje, 2 eetlepels hoisin saus, djahé en peper en zout naar smaak. Draai er kleine balletjes van, formaat bitterbal.
Verwarm een braadpan met anti-aanbaklaag op het vuur en braad de balletjes daar (liefst zonder toevoeging van olie of boter) rondom in bruin. Is het te droog, dan kun je eventueel wat olie of boter toevoegen.
Doe er dan nog 1 eetlepel hoisinsaus, sherry en sojasaus bij en laat de balletjes op een wat lager vuur rustig garen in de saus.
Serveer warm of koud, eventueel gegarneerd met wat gebakken uitjes, fijngesneden bosui of sesamzaad.

*In mijn nieuwe kookboek 'Sterren van de hemel' dat in april verschijnt, vind je heerlijke recepten voor nog veel meer borrelballetjes. Vrij van veel, zonder dat je maar iets mist!

Geniet!

Culinaire groet,
x Larisse

*** Super leuk als je van mijn recepten geniet! Maar vergeet niet: op alle teksten, recepten, culitips en beelden berust auteursrecht en is merkrechtbescherming Larisse® van toepassing!  ***

www.larisse.nl

zondag 10 augustus 2014

Smoothies




Toen ik onlangs mijn studio opruimde, vond ik achter in de kast een mini blender, nieuw in doos. Ooit eens gekocht bij een Aldi of iets van gelijke strekking. Netjes in de kast gezet en nooit meer naar omgekeken. Ik heb immers een prachtige professionele blender, welke ik gebruik voor gazpacho’s en al wat meer wat pureren behoeft. Dat ik ooit in een opwelling een goedkoper broertje kocht, had toen vast een reden maar eenmaal thuis ben ik die blijkbaar snel vergeten. Enfin, in mijn net opgeruimde kast was geen ruimte meer voor de mini blender en dus verhuisde hij naar het aanrecht in afwachting van een nieuwe bestemming. Mini blender hing daar een paar dagen doelloos rond, tot ik mijn fruitschaal opruimde. Ik had wat fruit nodig voor diverse culireportages en receptontwikkeling, maar ik ben zelf gewoon niet zo dol op fruit en dus blijven restanten wat langer liggen dan de bedoeling is. Overgebleven fruit is overigens een dankbaar ingrediënt in spontane bakrecepten. Zo raap ik na de oogst in boomgaarden ook altijd de gevallen appeltjes en peertjes en bak daar een heerlijke taart mee. Maar ik bedacht mij dat je met overgebleven fruit, liefst in combinatie met groenten, natuurlijk ook heerlijke smoothies maakt. Culivriendin I. vertelde daar laatst zo enthousiast over. Een mooi moment om mini blender uit te proberen!

Restjes fruit voor de smoothie ©Larisse

De werking van de behoorlijk goedkoop ogende mini blender viel mij alles mee. Werkelijk in een handomdraai pureert hij groenten en fruit tot prachtige smoothies. Dat is echt binnen een minuut voor elkaar. Langer moet je mini blender overigens ook niet aan laten staan, dan raakt hij oververhit en slaat af. Het ideale vind ik, dat je veel fruitsoorten niet eens hoeft te schillen. Gewoon even eventuele pitten en steeltjes verwijderen en groot fruit in stukken snijden. Daar waar die eerste smoothie zich zo uitstekend laat smaken, kun je er werkelijk verslaafd aan geraken. Appels met komkommer en tomaat, aardbeien met puntpaprika en gemberwortel, nectarines, sinaasappelen, bosbessen en een sjalotje, you name it, alles vindt zijn weg naar mijn mini blender. Door de mini eigenschap is het ook niet zo’n sta in de weg en dat is een prettige bijkomstigheid voor wie dagelijks haar eigen vitamineboosters draait.

Handig zo'n mini blender ©Larisse

Ik vertelde er over tijdens Radio Culinair en ik kreeg direct reacties via social media maar ook van RTV collega’s in de studio. Zelfs mijn eigen mams vroeg ernaar nadat zij mij er live op de radio over had gehoord. 

Ineens wilde iedereen weten wat mijn favoriete smoothie is en of ik tips heb voor leuke smoothie recepten. Nu ja, een favoriete smoothie heb ik niet, want ik vind elke dag de smoothie van die dag gewoon de lekkerste. Wel combineer ik graag groenten en fruit. Zo zijn tomaat (eigenlijk ook fruit) en vele fruitsoorten echte smaakvriendjes. Soms voeg ik een beetje pit toe in de vorm van verse gemberwortel, een sjalotje, een pepertje of zelfs een teentje knoflook. Soms is mijn dag rood en pas ik daar de kleur van mijn smoothie op aan. Begon ik met smoothies om restjes fruit op te maken, tegenwoordig zijn mijn fruitschalen en groenteladen overvol gevuld met alle soorten fruit om elke dag weer een heerlijke smoothie te maken. In het weekend geniet manlief inmiddels mee.
Met een smoothie kun je niet echt wat fout doen. Het is ook een ideale bestemming voor fruit die wat blutsjes vertoont of fruit dat qua smaak wat tegenvalt. Varieer naar hartenlust en probeer gewoon wat uit. Naast fruit voeg ik vaak ook wat (versgeperst) sap toe. Yoghurt, melk of kokosmelk kan natuurlijk ook!

Zondagmorgen smoothie

Ingrediënten (voor 2 personen):
1 rijpe mango
2 nectarines
3 -5 snackpaprika’s (Vitapep), afhankelijk van de grootte
1 bosperzik
5 grote Hollandse aardbeien
5 frambozen
het sap van 1 limoen
het sap van 2 perssinaasappelen

Even in de (mini) blender, smoothiemaker of keukenmachine en genieten maar! En pas het recept natuurlijk gerust aan naar eigen wens of naar wat je in huis hebt.

Zondagmorgen smoothie ©Larisse

Geniet!
Culinaire groet,
Larisse

maandag 29 oktober 2012

Herfst rood


Eigenlijk hebben we nog best geboft met een – voor Nederlandse begrippen – opmerkelijk zacht najaar. Ik kan het niet echt een nazomer noemen, want op het moment dat appels en peren worden geoogst, de blaadjes kleuren en de dagen korten, is het toch echt al herfstig. Ik trek dan ook voortdurend de verkeerde kleding aan. Ga ik met 23 graden in een zomers jurkje van huis, bibber ik in de Westlandse wind met een gure 12 tot 15 graden letterlijk tot op het bot. Of precies andersom: ik trek drie lagen aan en word verrast door een zonnetje met zomerse temperaturen. Ach, het heeft allemaal zo zijn charme, maar met de wisseling van de seizoenen is het toch de oogst en komst van nieuwe seizoen producten die mijn culinaire hart sneller doen slaan. Stoofpeertjes, cantharellen, verse walnoten en cranberries hebben hun weg naar mijn pannen en potten al gevonden. Wat kan ik daar toch weer intens van genieten!
Het valt mij overigens op hoe verschrikkelijk veel tinten rood de herfst kent. De vele tonen rood in de kleurende bladeren aan de boom, vind ik terug in de vele soorten rood in mijn gerechten. Het rood van een in wijn gestoofde peer is weer heel anders dan het rood van een bietencarpaccio of een cranberry. Al deze tonen rood hebben een plek in mijn hart en kleuren mijn inspiratie. Rood is immers ook de kleur van mijn ventje. Zijn lievelingskleur om precies te zijn en dus niet voor niets mijn bedrijfskleur.

Bij ons kleurt de hele maand november rood. Een tikkeltje eerder dan bij anderen vindt bij ons thuis de jaarwisseling plaats als met de start van de novembermaand weer een jaar verstrijkt waarin wij ons allerliefste ventje intens hebben moeten missen. ‘Vandaag is rood’ is inmiddels in onze hele vriendenkring een gevleugeld en intens begrip. Maar het is de diepe betekenis van die kleur wat ons ook juist in de moeilijke novembermaand, weer extra met elkaar verbindt. Voor hen die ons deze week net zoals de afgelopen drie jaar met heel veel liefde en troost omringen, rol ik de rode loper uit. Ik hoef hen niet bij naam te noemen, want zij weten wie ik bedoel.
November is de maand waarin een einde tegelijkertijd ook een begin was: de publicatie van mijn kookboek ‘Lekker eten met voedselovergevoeligheid’, nu twee jaar geleden. Er is veel gebeurd sindsdien. Heel veel mooie dingen. Dingen die mij deden glimmen van trots, blozen van ontroering en stralen van respect. Respect voor al die bijzondere mensen die zich nu samen met mij inzetten om het leven voor mensen met een voedselovergevoeligheid gemakkelijker te maken. Wat roder te kleuren als je wilt, in de meest positieve zin van het woord. Samenwerken is elkaar versterken en ik voel mij bevoorrecht met zulke prachtige mensen met oprechte passie en betrokkenheid samen te mogen werken.

Hoe frappant is het hoe het nu juist de groentespecialisten zijn die zich inzetten voor ‘mijn rood’. Rood is dan wel Daans lievelingskleur, maar groen was zijn ‘veilige’ kleur. Het is bijzonder hoe deze twee kleuren van mijn ventje op symbolische wijze een draadje vlechten door mijn leven. Toeval? Dat denk ik niet.

Enfin, terug naar de fantastische groentespecialisten. 15 van hen, verspreid over heel Nederland, volgen dit najaar de door mij ontwikkelde cursus ‘Voedselovergevoeligheid voor de AGF specialist’. Hun betrokkenheid bij en inzet voor de voedselovergevoelige consument is zowel onderscheidend als inspirerend. Hartverwarmend hoe men zich samen inspant om etiketten te lezen en te begrijpen. Schitterend om te zien met hoeveel passie, zorg en enthousiasme men samen de keuken induikt voor de bereiding van allergeenvrij lekkers van rode biet via gele courgette, oranje pompoen en paarse aardappel naar groene aspergepunten. Rood is een primaire kleur, groen een secundaire kleur. Wanneer je deze – en meerdere- kleuren met elkaar mengt, zijn de mogelijkheden eindeloos.
Mijn vorige blog heeft heel veel los gemaakt. Veel meer zelfs dan ik mij van tevoren had kunnen realiseren. Wie mijn verhaal al kende, las vaak tussen de regels door. Wie mijn verhaal nog niet kende, werd wellicht wat overvallen. Maar de vele prachtige, hartverwarmende reacties die ik van velen van jullie mocht ontvangen, omlijsten mijn dagen met een rood randje. Het sterkt mij in de dagen die moeilijker zijn. Rood, de kleur van liefde, de kleur van passie, de kleur van rode rozen, rode stoofperen, cranberries, bieten en de kleur van de rode ondergaande herfstzon. Maar soms, op een onverwacht moment, lijkt rood dan toch weer heel even vooral het rood dat het moet zijn.

~Rode soep~

Ingrediënten:
* rode ui (om een traantje bij weg te pinken)
* rode tomaten en groene tomaten met een rood hart, bijvoorbeeld:
   pruimtomaten, trostomaten en coeur de boeuf
* rode puntpaprika’s; naast de seizoen producten,
   is dit een product dat gewoon blijft. Gelukkig!
* gerookte knoflook (alleen al de geur doet denken aan een vlammend herfstvuur)
* oregano (want wat is rood zonder een hintje groen)
* fond of zelf getrokken bouillon. Ik heb gevogelte fond gebruikt, maar volg je hart
   (en smaakpapillen).
* olijfolie
* zout en peper naar smaak

Voorbereiding:
* Snipper de ui
* Snijd de tomaten in grove stukken (velletjes en pitjes gewoon erbij laten).
* Snijd de puntpaprika’s klein.
* Hak de gerookte knoflook grof.
* Verwarm de fond, aangevuld met water, in een apart pan

Bereiding:
* Verwarm de olijfolie in een (soep) pan en voeg achtereenvolgens de ui, tomaten,
    puntpaprika’s, knoflook en oregano toe.
* Laat alles een minuut of 10 sudderen op een niet al te hoog vuur met het deksel
    niet geheel gesloten op de pan.
* Voeg vervolgens de fond toe, precies zoveel dat de groenten nét onder staat.
* Kook het geheel op een zacht vuurtje in niet meer dan 15 minuten gaar.
* Pureer de soep nu met een staafmixer.
Voor een groen detail op jouw rood serveer je de soep met een drupje basilicum olie.

De hoeveelheden van de ingrediënten mag je zelf bepalen! Kleuren zijn immers heel persoonlijk ;-)

Culinaire groet!

Larisse
© Larisse®

donderdag 15 december 2011

Even stil

‘Ik ben even stil’, schrijft mijn moeder, ‘want de wind en de regen maken al herrie genoeg’. Met één simpele zin op het prikbord van haar Facebook pagina laat ze anderen weten wat haar bezig houdt – of juist niet. Eén simpele zin waar zoveel meer achter schuilt dan een weerbericht. Eén simpele zin die alle telefoontjes, bezoekjes, kaartjes of andere vormen van een persoonlijker contact onnodig maakt. Maar ach, wie stuurt er tegenwoordig nog een kaart? Dat gaat immers veel sneller, gemakkelijker en goedkoper met een ‘DM’ (Direct Message). En telefoneren doen we ook steeds minder nu ‘pingen’ gratis is.
De digitale techniek maakt ons volgens sommigen een stuk onpersoonlijker en soms zelfs onbetrokken. Toch maakt die zelfde techniek het tegenwoordig ook een stuk gemakkelijker om op de hoogte te blijven van het ‘wel en wee’ in elkanders leven. De social media speelt een grote en belangrijke rol in ons leven. Tweets en what’s appjes hebben de plaats ingenomen van verjaardagskaarten, trouw- en andere felicitaties en ja, zelfs condoleances. Scrabble speel je met je vrienden nu gewoon via de smartphone – laten we wel wezen, je hoort er tegenwoordig gewoon niet meer bij als je zo’n ding niet hebt. De verschillende social media applicaties laten ons weten wie, wanneer, waar en vaak zelfs via wie een nieuwe baan heeft gevonden, wie wanneer geboren wordt, jarig is, of dit leven verlaat en feliciteren tot condoleren kan gewoon ‘online’. Wat wil een mens nog meer? Gemakkelijk, snel en veelal gratis. Het maakt persoonlijk contact volkomen overbodig.
Het klinkt hard en in de praktijk is dat soms ook best zo, maar het digitaliseren van onze contacten heeft beslist ook een positieve keerzijde. Gisteren kreeg ik een mail van een moeder uit België. Een moeder van een ernstig allergisch dochtertje, naarstig op zoek naar iets dat zij binnen de grenzen van haar dochters dieet toch in hemelsnaam voor haar kan koken of bakken. Van een via-via kennis uit Granada (ja, Spanje) hoorde zij over mijn boek. Via Google vond zij mijn website en zo belandde haar berichtje ’s avonds bij mij in de –tja- mailbox. Direct kon ik haar antwoorden en geruststellen dat alle recepten in het boek vrij zijn van al die toppers van allergenen die haar dochtertje allemaal niet mag hebben. Dat alle ingrediënten – van Nederland tot Amerika -  gewoon in de lokale supermarkt te vinden zijn en dat het boek in België te koop is of in Nederland besteld en verzonden kan worden. Op de ouderwetse manier had dit wekenlang tijd gekost, als zij mij überhaupt al had kunnen vinden. En nu, met een beetje geluk, zet zij met kerst haar dochtertje iets veiligs én lekkers voor. Kijk, dat vind ik dan weer mooi en zo voel ik mij eigenlijk best persoonlijk betrokken.
2011 is een jaar geweest met heel wat ‘ups’ en ‘downs’. Soms was ik even stil op Facebook en Twitter en soms had ik zoveel te vertellen dat het gewoonweg niet binnen de daarvoor bestemde 160 tekens paste. Wat je wel en niet ‘deelt’, heb je gelukkig nog altijd zelf in de hand en tegenwoordig kun je ook selecties maken in je honderden digitale vrienden en bepaal jij wie je het meest dierbaar is en wie slechts een vage kennis. De één leest alles van je, de ander bijna niets. En ben je ze echt zat, dan kan je ze altijd nog ‘ontvrienden’. Gaat ook een stuk gemakkelijker dan in ‘real life’ want één druk op de knop, bespaart je heel wat ongemakkelijke gesprekken. Je zou het bijna onpersoonlijk noemen.
Een hoogtepunt in 2011 is beslist mijn eigen kookprogramma op televisie. ‘Weer een kookprogramma?’, hoor ik je denken. Het viel mij op dat in de - inderdaad vele en vele-  kookprogramma’s op televisie zelden aandacht wordt besteed aan voedselovergevoeligheid. En dat terwijl het in toenemende mate een rol speelt in de al dan niet digitaliserende maatschappij. Daar wil ik verandering in brengen. Op een real life culinair event - ja jongens, ze bestaan nog – ontmoette ik programmamaker C. van de lokale omroep. C. was direct enthousiast over mijn idee en al snel ontstond het concept voor het kookprogramma ‘Lekker eten met voedselovergevoeligheid’ waarvan op 1 oktober j.l. de eerste uitzending was. Voedselovergevoelige mensen in de Betuwe konden vanaf dat moment genieten van lekker eten. Maar hoe zit het dan met al die andere voedselovergevoelige Nederlanders? Kijk, daar is dan gelijk weer een prachtig voorbeeld van de prettige bijkomstigheden van een digitaliserende maatschappij. Via YouTube is het kookprogramma namelijk niet alleen in de Betuwe te bekijken, maar wereldwijd* . En zo maken mensen nu van Terschelling tot Sint Maarten (de Caribische variant) veilige lunchtrommels, soepen en pepernoten. Ja, daar word zelfs ik even stil van.
De wereld wordt kleiner maar mijn wereld wordt groter. Dat is ook bijzonder hoor. Ik ontmoet bijzondere en inspirerende mensen en maak dingen mee die ik vroeger alleen maar kon dromen. De ‘Kookboek van het Jaar’ verkiezing is ook zo’n hoogtepunt uit 2011. Mijn boek deed mee in de categorie ‘Beste initiatief’. Ik werd uiteindelijk niet genomineerd, maar dat mocht de pret geenszins drukken. Ik vond het een geweldige ervaring. Zo was ik aanwezig tijdens het symposium ‘Kookboek van de Toekomst’. Een interessante ‘discussie’ over het wel of niet digitaliseren van kookboeken. De meningen zijn verdeeld. Persoonlijk zou ik heel veel boeken graag in een digitale variant hebben. Woordenboeken, naslagwerken, encyclopedieën. Maar kookboeken, nee! Ik verzamel die dingen alsof mijn leven ervan afhangt. Heb ik eens een vrij uurtje –wat niet zo vaak voorkomt- dan kruip ik het liefst in mijn heerlijke stoel, omringd door een grote stapel kookboeken en blader en geniet. De hele oude kookboeken hebben een bijzondere geur en ruiken naar jarenlang koken. De nieuwe kookboeken kraken en ruiken nog zo lekker –althans, tot dat ik ze vaak genoeg heb doorgebladerd. Een kookboek lééft. In een kookboek vind ik de vlekken terug van dat ene perfecte etentje ooit eens, lees ik mijn eigen anekdotes over hoe het recept –naar mijn eigen wijze (en) mening-  zoveel beter kan en vind ik zelfs correspondenties terug tussen vriendinnen die heel wat decennia geleden al uit datzelfde boek kookten. Een digitaal kookboek, sorry, ik moet er niet aan denken.
Voor mijn veertigste verjaardag –was dat een hoogtepunt?- kreeg ik van een vriendin die weet hoe graag ik schrijf, een prachtig notitieboek. De dikkere variant, in stof gebonden, met grote witte pagina’s ongelinieerd papier die bijna smeken om gevuld te worden. En wie ben ik dan om die smeekbede niet te beantwoorden? Van zoiets krijg ik onmiddellijk inspiratie (van dat of met de hond lopen) en boek 2 is in wording. Boek 2 wordt een geweldig allergeenvrij bakboek. Met boek 2 ga ik helemaal los. Een fantastisch en bijzonder grafisch talent uit mijn intieme (tja…) vriendenkring heeft beloofd mee te denken over een unieke vormgeving. Boek 2 wordt prachtig. Ik voel het gewoon.  Met boek 2 hoop ik de smeekbeden van al die fans van boek 1 te beantwoorden. Met boek 2 doe ik volgend jaar gewoon weer mee aan de ‘Kookboek van het Jaar’ verkiezing. Nieuw hoogtepunt denk je? Ach, nooit geschoten altijd mis. Want als 2011 mij één ding heeft geleerd, is het dat je altijd moet blijven dromen. Pluk de dag, want het kan zo ineens de laatste zijn.
‘Wie schrijft, blijft’, zei mijn vader altijd. Ik schrijf weer. Ik schrijf weer en oh wat voelt dat heerlijk. Nieuwe recepten, geweldige tips, heerlijke ideeën en al wat een voedselovergevoelig mens nog veel gelukkiger gaat maken. Maar de kerstkaarten sla ik dit jaar nog maar een jaartje over. Wat ik zei, 2011 was een jaar met heel wat ‘ups’ en ‘downs’. Misschien stuur ik nog een mailtje rond, met kerstwensen en de hoop voor een beter 2012. En dat terwijl de mooiste kaart die ik tot nu toe ontvangen heb, een ‘echte’ is. Eentje van een lief vriendinnetje die mij geen ‘vrolijk kerstfeest’ of ‘heerlijke dagen’ wenst, maar die schrijft dat ze aan mij denkt in deze moeilijke dagen. Twee jaar geleden verloor ik mijn zoontje. Twee weken geleden mijn vader. Daar krijg ik dan soms geen letter door op papier en ben ik even oorverdovend stil, net als mijn moeder en laat de wind en de regen het luidruchtige werk doen. Maar let op mij in 2012, dan laat ik weer van mij horen; op mijn eigen, persoonlijke en betrokken wijze. Tot dan!

*alle gemiste afleveringen van het kookprogramma ‘Lekker eten met voedselovergevoeligheid’ zijn blijvend terug te zien via http://www.larisse.nl/lekkereten.php

dinsdag 2 augustus 2011

Het meest veelzijdige stukje vlees

Ik kende eens mensen, vrienden zo je wilt, dol op lekker eten. Van het type dat zichzelf graag te eten uitnodigt, maar tegelijkertijd niet te beroerd is om de wijn mee te nemen. Dat dan weer wel. De pannen bleven ze echter bij voorkeur ver uit de weg, tenzij er natuurlijk iets te proeven viel. Want smullen, dat konden ze! Koken daarentegen, dat is een heel ander verhaal. Dat konden ze niet. En als ik zeg niet, dan bedoel ik echt N I E T.
Wat aten zij dan eigenlijk? Bij voorkeur datgene wat een ander hen voorschotelde, hetzij thuis, hetzij uit. Kieskeurig waren ze daarin niet. Nu is het natuurlijk zo dat wanneer je je zelf graag als gast ziet bij anderen, je er niet aan ontkomt, de ander zo af en toe ook eens terug te vragen. Tenminste, als je zelf ook welkom wilt blijven. Nu ja, dat deden ze dan ook zo af en toe en daar verloren ze nachten slaap over, want wat moesten ze dan maken?  Vaak werd het een ratatouille van toastjes en zoutjes allerlei, eventueel aangevuld met een kommetje bliksoep, heel avontuurlijk verrijkt met verse peterselie. Dit alles natuurlijk onder het genot van een smakelijk glaasje druivensap uit een goed jaar. Want hoe meer je van dat Goddelijke vocht toebedeeld kreeg, hoe beter alles smaakte. Je werd er vanzelf ook minder kieskeurig door.
Op een dag klonk er een luid EUREKA uit het huis der vrienden, want in de supermarkt had men een ware schat gevonden. Een fantastisch product, in tal van variaties, waarmee ze de dagelijkse maaltijd telkens net weer even anders konden maken. En gemakkelijk, van het soort ‘zo klaar en genieten maar’. Weg gingen de goede flessen wijn, de kasten vulden zich met potten saus en van nu af aan werd de hele vriendenkring bedolven onder potten van dit briljante spul. Nog beter: het bracht een heuse ommekeer teweeg: voortaan werden etentjes ook in hun huis gehouden waarbij er dan ook nog daadwerkelijk werd gekookt door gastheer en gastvrouw. Toastjes en zoutjes maakten plaats voor een gevleugeld gerecht en elk etentje kreeg een eigen smaak. Met variaties als ‘kerrie’, ‘tandoori’ en ‘saté’ werd maar eens temeer bewezen dat een doodgewone kipfilet zonder enige twijfel het meest veelzijdige stukje vlees is.
De bereiding, voor wie het water inmiddels in de mond loopt, is simpel. Koop in de winkel een pot van het kippenspul. Kies een smaak die je bevalt. Koop daarbij wat kip (volg voor de hoeveelheden de aanwijzingen op de verpakking). Nu we toch gemakkelijk doen, kun je net zo goed voor de voorgesneden variant kiezen, dat spaart tijd. Groente zit meestal al in de saus, maar wie zich avontuurlijk voelt, kan er natuurlijk wat boontjes of iets dergelijks bij koken. En wel ja, gewoon ook uit pot of blik, kan jou het schelen! Voeg daar nog wat (snelkook) rijst aan toe en je hebt een complete maaltijd. En voor de ‘gemakzuchtigen’ onder ons, die rijst heb je tegenwoordig ook in handige 1-minuut verpakkingen, gewoon voor de magnetron.
De kipblokjes bak je even om en om gaar in de pan, bij voorkeur in olijfolie (ergens willen we wel een beetje kwaliteit natuurlijk). Blijf voortdurend roeren en zing ondertussen het bijpassende liedje ‘vanavond heb ik zin in kip, vanavond heb ik zin in kip’, dat je de komende dagen niet meer uit je hoofd krijgt. Geeft niets, want morgen maak je gewoon een andere smaak en ook dan zing je luidkeels.
Als de kipblokjes gaar zijn, voeg je de saus toe en deze laat je nog even mee warmen, maar niet koken, tot je rijst en je bonen klaar zijn. Et voilá, het eten is klaar. Kind kan de was doen.
Wil je nu precies weten hoe je dit briljante gerecht maakt, haal dan even zo’n pot in de supermarkt en volg de aanwijzingen op de verpakking. Mensen met een gluten, selderij, soja, kippenei, melk, pinda en/of mosterd overgevoeligheid dienen met sommige smaken voorzichtig te zijn. Mensen met een kipovergevoeligheid overigens ook. Uitgebreide allergie informatie is te vinden op de website van de fabrikant.

Blije kip ©
Ik moet eerlijk bekennen, ik heb het nog nooit gemaakt. Persoonlijk verhef ik de kip bij voorkeur naar culinaire hoogten. Ook bereid ik haar graag in haar volledigheid, het lekkerste vlees zit immers het dichtst bij het bot. Nu had ik laatst zo’n heerlijk kippetje gekocht en was vast van plan deze buiten te grillen. Helaas werkte het weer niet mee en bleef het maar regenen met pijpenstelen. Geen buiten grillweer dus. Natuurlijk heb ik talloze recepten van kip bereid in de Römertopf tot in de braadslee, maar ach, die ga ik de hele winter nog maken. ‘Wat zou Julia Child doen met een kippetje’, zo vroeg ik mij af. Het immens dikke boek met zwarte stoffen kaft (eerste druk) lonkte naar mij vanuit de boekenkast. Nu is het zeer zeker niet mijn intentie om in de voetsporen van Julie te treden en hier elk recept van Julia Child na te maken (zie de film Julie & Julia), maar één receptje kan geen kwaad. Toch?
Indrukwekkend als het boek is, zo lastig is het tegelijkertijd om te lezen. De receptuur verdient echt driemaal mijn aandacht tot het tot mij doordringt wat er staat. Is dit alles? Ik onderdruk een kleine teleurstelling. Ik zag mij reeds flamberen, deglaceren, blancheren, canneleren en larderen, maar in plaats daarvan mag ik de kip aan de binnen- én buitenzijde insmeren met boter en een beetje zout. Ik ben bijna gedesillusioneerd, maar ga met goede moed aan de slag want wie a zegt moet ook b zeggen en dus volg ik het recept op de voet. Boter, zout, heel veel aandacht en liefde en een voorverwamde oven van 220°C. Tja, van heel veel aandacht en liefde worden we allemaal beter natuurlijk. Van romige boter van goede kwaliteit overigens ook. Aan aandacht en liefde ontbreekt het mijn kippetje de komende anderhalf tot twee uur dus geenszins. Ik keer en bedruip, keer en bedruip, keer en bedruip, eerst elke 5 minuten, daarna elke 8 minuten. Moeilijk is het niet, al is de truc om het snel te doen zodat noch kip noch oven teveel afkoelen. Het vereist enige behendigheid.
Als de kip gaar is, hoort u een spetterregen in de oven en zwelt de huid om de borst wat op’, zo schrijft almachtige Julia en verdomd als het niet waar is! Tot in detail kloppen haar beschrijvingen en verheugd haal ik mijn kippetje uit de oven. Nimmer eerder zag een kip zo glanzend, zo prachtig goudbruin en manlief weet niet hoe snel hij van de voordeur in de keuken moet staan als de Goddelijke geuren hem bij thuiskomst bereiken. Mooi en leesbaar schrijven is misschien niet haar beste kwaliteit, maar die Julia kent haar kippetjes en weet zeer zeker hoe je deze tot perfectie braadt.
We genieten intens van onze overheerlijke kip met bijpassend garnituur (geroosterde aardappeltjes, boontjes in spek, salade) en zijn de regen vergeten. Kip, het meest veelzijdige stukje vlees, zelfs zonder de pot.

maandag 27 juni 2011

De kunst van koken (met recept voor dolmades)

Dolmades - credits © Inge van der Helm

Buiten is het zinderend warm. Beter kan ik het niet omschrijven. Een hitte die een bepaald soort onrust en spanning geeft, bijna een soort opgewondenheid. Tegelijkertijd is het te heet om wat te doen. Ik zit op mijn tuinbankje, met mijn benen hoog en een enorme stapel kookboeken naast mij. Het resultaat van vele tripjes naar even zo vele rommelmarkten. Ik geef het eerlijk toe, ik heb een verborgen passie voor rommelmarkten. Het is een heerlijke ‘verstand op nul blik op oneindig’ ervaring waarna ik altijd ontspannen en opgetogen met mijn gevonden schatten huiswaarts keer. Shop till you drop voor een paar euro’s. Tassen vol voor luttele centen. Dat is toch de droom van elke vrouw?
Mijn kookboekenverzameling is inmiddels uitgegroeid tot honderden boeken. Serieus, ik ben gestopt met tellen na de tweehonderd. Het zijn boeken vol vlekken waar heerlijk uit is gekookt, boeken die nog nieuw krakend nooit zijn ingekeken en boeken uit overgrootmoeders tijd die met vleesch en visch recepten vooral nostalgie uitademen. Ik ben dol op nostalgie. Ik kan smachtend verlangen om terug te keren naar een vertrouwde tijd, een vertrouwde wereld. Bij gebrek aan vroeger neem ik genoegen met recepten uit de goede oude tijd. Het geeft een vertrouwd gevoel. Alsof ik net als vroeger bij mam aan de keukentafel zit. Van de week vroeg iemand mij of ik nu echt altijd maar in de keuken sta. Het is echt waar. Mijn keuken is bekend terrein. Mijn keuken is de schatkist van mijn vaderland. Daar bewaar ik de mooiste herinneringen en de beste geheimen. Het is de enige plek waar ik mij echt thuis voel en geen heimwee heb.

De bedoeling van de stapel boeken naast mij, is dat ik ze allemaal eens doorblader en bepaal welke ik nu écht wil houden. Manlief vindt de boekenplanken namelijk te vol. Ik weet niet of het de hitte is, het verkoelende glas witte wijn of de geur van nostalgie, maar ik kan werkelijk van niet één boek afstand doen. Alle zijn gevuld met fantastische recepten, die ik allemaal eens wil maken. In het Margriet Kookboek van een kleine honderd jaar geleden, waarbij het voorwoord nog gesigneerd is door ‘Margriet’ lees ik een recept van ‘kalfsvleeschcroquetten’  en loopt het water mij in de mond. Manlief maakt een klein vreugdesprongetje bij het ‘recept der wafels’, dat men zonder twijfel meer geacht wordt te maken dan het recept voor ‘Slappe Amerikaansche wafels’ op dezelfde bladzijde. In een iets jonger ‘Libelle’ kookboek lees ik dat bami ‘veel meer is dan sliertjes uit China’. Ik word blij als ik lees dat ‘wijn er niet alleen bij hoort maar ook in’ en een ‘hete bisschop’ lijkt mij fantastisch op een koude en donkere winteravond. Geef nou toe, daar word je toch gewoon blij van? In één boek vind ik zorgvuldig bewaarde correspondentie waarin E. en R. elkaar recepten sturen en waarbij de woorden van E.: ‘Ik hoop dat het je gelukt, ons steeds nog wel’ mij vertrouwen inboezemen. Hoe kan ik afstand doen van zo een waardevolle collectie? Niet dus!
Maken zal ik ze, al die recepten die zo naar mij lonken. Van mijn culinaire bevindingen zal ik verslag doen in deze blog. Eigenlijk net als in ‘Julie & Julia’, één van mijn favoriete films, waarin de jonge Julie alle recepten uit ‘Mastering the art of French Cooking’ van Julia Child maakt. (Ook dit boek ontbreekt overigens niet in mijn collectie, € 1 op de rommelmarkt, het lag naast ‘Bereik je ideale gewicht’ van Sonja Bakker, € 0,20, nieuwstaat.) Samen met jullie ervaar ik de smaken van vroeger en geniet ik van de culinaire uitspattingen van nu.
Hoe zeer ik ook verlang naar het bereiden van een recept als ‘Grog’ uit het Kookboek voor Mannen, waarbij gesteld wordt dat je echt geen griep hoeft te hebben om het te maken (mijn vader maakte het vroeger wel eens), ik begin met een recept voor dolma, ook wel dolmades, omdat ik van een vriendin een heel pak wijnbladeren heb gekregen. Zo’n Turks, Grieks, ook wel Mediterraans (de meningen verschillen) hapje past eigenlijk wel prima bij die hitte.

Dolma(des) © Larisse

Recept: Dolma(des)

Ingrediënten:
wijnbladeren, rijst, knoflook, ui, rozijnen, pijnboompitten, tomaat, peterselie, basilicum, olijfolie, peper, zout, sumak, citroen, kippenbouillon (1 liter).
In mijn verzameling tref ik tenminste drie boeken aan met recepten voor dolma of dolmades. Mijn bereiding is gebaseerd op een combinatie van de recepten met advies van mijn Turkse buurvrouwtje en een beetje van mijzelf.

Wijnbladeren in eigen tuin ©
Over de bereiding van de wijnbladen ontstaat direct verwarring. Volgens de één moet ik de bladeren 15 minuten weken in heet water, volgens de ander 10 minuten laten koken, de derde stelt dat weken in koud water afdoende is en de verpakking vraagt om 2 minuten koken. Ik kies een gulden middenweg (vooral ook omdat de zure inmaaklucht mij tegemoet slaat) en kies voor 8  minuten koken. Ik laat de bladeren vervolgens over de rand van een vergiet uitlekken. Perfect!
Voor de vulling kook ik rijst in 500 ml kippenbouillon (lijkt mij lekkerder dan water), laat dit enigszins afkoelen en meng er vervolgens geraspte knoflook, gesnipperde ui, rozijnen, pijnboompitten, kleingesneden tomaat, gehakte peterselie en basilicum, een scheut olijfolie, peper, zout en sumak door. De tomaat en sumak, gemaakt van sumakbessen en een geweldige alternatief voor wie geen citroen verdraagt, zijn mijn eigen toevoeging. Een vleesvariant kun je natuurlijk ook maken, lekker met lamsgehakt, maar ik heb alleen een kilo in de vriezer dus hou ik het dit keer bij een vegetarische versie.
Ik houd een paar wijnbladeren apart en bedek de bodem van een redelijk grote pan met dikke bodem ermee. Voor de dolma’s gebruik ik twee bladeren in plaats van de geadviseerde één. Net wat steviger en gemakkelijker rollen. Ik schep een eetlepel vulling op het midden, klap één kant erover, vouw de zijkanten dicht en rol de dolma op als een sigaar. In het rollen krijg je beslist handigheid, dus wees gerust. Ik bedek de bodem van de pan (met de wijnbladeren) met een laag dolma’s die ik allemaal tegen elkaar aanleg. Het zijn er best veel, 23, en ik vraag mij af of ik ze in kan vriezen. Even navragen bij Buurvrouw, maar het blijkt geen goed idee. Ze worden er niet lekkerder op. Moeten we ze dus allemaal maar opeten, wat rottig. Wie in de buurt is, komt maar proeven!
De dolma’s besprenkel ik rijkelijk met citroensap maar niet met olijfolie zoals het recept vermeldt. Volgens Buurvrouw is dat het slechtste wat je kunt doen, olijfolie wordt pas gesprenkeld na afkoelen. Goed dat ik het weet! Wel giet ik er kippenbouillon op (500 ml, in mijn pan staan ze daarmee net onder) en dek de dolma’s af met een omgekeerd bord zodat ze niet gaan zwemmen. Respectievelijk 30 of 45 minuten koken (ik kies weer een middenweg, 35 minuten) op een laag vuur met het deksel op de pan (daar zijn alle boeken het over eens) en afkoelen alvorens te serveren. Lekker besprenkeld met citroensap en olijfolie. Werkelijk smullen want wat betreft de smaak kan ik kort zijn, ‘I’ve died and gone to heaven!’.

Dolmades - credits © Inge van der Helm


Geniet!

Culinaire groet,
x Larisse
Note: De geraadpleegde receptuur vind je in ‘De Mediterrane Keuken’ (uitgave Tip Culinair), ‘Griekenland’ (uitgave AH, serie ‘De streekkeukens van Europa’) en ‘Tapas’ (serie ‘Succesvol koken’ van Lantaarn).

*** Super leuk als je van mijn blogs geniet! Maar vergeet niet: op alle teksten, recepten, culitips en beelden berust auteursrecht en is merkrechtbescherming Larisse® van toepassing! Wil je naar een recept, tip of beeld verwijzen, vraag het dan even! ***

zondag 13 maart 2011

Wat was

De was hangt buiten. Maandenlang verlang ik naar de lente en dan zo ineens sta ik weer buiten de was op te hangen. Als de dag van gisteren. Zes lange wintermaanden lijken uit mijn geheugen gewist als ik met het buiten gedroogde wasgoed de lentegeuren weer in huis haal, tot in de kasten aan toe. Heerlijk! Dit vraagt om taart. Alsof ik ooit een excuus nodig heb om een nieuwe taart te bakken. Maar de wisseling van de seizoenen vormt altijd een bron van inspiratie en direct loop ik over met culinaire ideeën en creatieve recepten. In mijn keuken begint een nieuw seizoen met nieuwe taart.
Taart staat vaak aan het begin van iets moois. Een nieuw levensjaar, een huwelijk, een geboorte of een opening. Taart wordt gegeten bij feestelijkheden of bij speciale gelegenheden. Momenten waar je bij stil wilt staan, momenten die je nooit of te nimmer wilt vergeten. Volgende week is de dag waarop mijn kleine ventje zeven zou zijn geworden. Op diezelfde dag vorig jaar heb ik een bijzondere taart gemaakt. Die taart bleek het begin van iets moois: de oprichting van mijn eigen bedrijf ‘Larisse’, dat inmiddels is uitgegroeid tot veel meer dan alleen maar heerlijke en unieke taarten.
Terwijl ik de was buiten ophang, zie ik de eerste narcissen voorzichtig ontluiken, ruik ik de bedwelmende odeur van bloeiende hyacinten, de honingzoete geur van de lente waar reeds de eerste bijen op af komen. Er is geen ontkomen meer aan: de lente begint en laat zich door geen enkel verdwaald restje nachtvorst meer uit het veld slaan. De hele buitenwereld ruikt ernaar en binnen geurt het rijkelijk naar warme honing cake. Warme honing cake met een vleugje gember en een hintje kaneel. Kruidig, zoals de lente ook kan zijn, ons bij tijd en wijle herinnerend aan de afgelopen winter en de aanstaande herfst. Prachtige lentedagen zijn momentopnames en duren niet eeuwig voort.
Buiten regent inmiddels de was nat door wat ik geen zacht lenteregentje meer kan noemen. Grote regendruppels maken een einde aan mijn vrolijke lentestemming en mijn droge was. Geluk, dat is geen dagen vol intens genieten, geen voortdurende zaligheid. Geluk schuilt in momenten. Kleine scherven van tijd die je hart sneller doen slaan, je geest verlichten en je lichaam verwarmen. Momentopnamen die je koestert en waar je nog graag aan terug denkt. Geluk haal je soms uit de kleinste dingen, zoals die eerste prachtige hyacint of de geur van een zoete warme cake die je huis vult.
Geluk ligt niet voor het oprapen en heb je niet altijd zelf in de hand, maar kun je voor een groot deel wel zelf bepalen. De natuur levert geen vers gebakken honingcake, het levert de ingrediënten waarmee je een honingcake kunt bakken. Wanneer een oogst verloren gaat, kun je eindeloos treuren over de cake die je nu niet kunt bakken, maar je kunt ook een nieuwe cake bakken, met ingrediënten die wel voorradig zijn. En misschien verras je jezelf met hele nieuwe smaakervaringen. Zo is het leven ook. Je hebt niet altijd in de hand wat het leven je brengt of afneemt, wat je wel in de hand hebt, is hoe je ermee omgaat.
Dat klinkt heel simpel, maar ik weet dat het niet zo is. Helaas komt het leven niet met een kant-en-klaar boek vol succesvolle recepten voor elke mogelijke gebeurtenis in je leven. Je moet werken  met de middelen die je hebt en je eigen succesrecepten schrijven. Er zal altijd wel iets mislukken of (net) niet tot het gewenste resultaat leiden. Dat betekent niet dat het een verloren zaak is, want alleen al het feit dat je het hebt durven proberen, maakt het tot een succes. En je leert er altijd iets van, zelfs al is het dat je nu weet wat niet werkt. In het leven moet je, net als in de keuken, vaak creatief zijn. Je niet blindstaren op wat niet kan, maar op wat wel kan. Niet focussen op wat niet is, maar op wat wel is. Geloof me, als ik stil zou staan bij wat niet meer is maar wat was, dan zou ik geen dag meer doorkomen.
Mijn ‘Pumpkin meets Spice’ taart is zonder twijfel één van mijn lekkerste taarten, althans, dat vind ik zelf. Maar een fatsoenlijke pompoen is in het voorjaar nu eenmaal niet meer te vinden. En zelfs als je nog wel een pompoen vindt, moet je je wellicht afvragen waar die vandaan komt. Ik vind het jammer dat ik geen ‘Pumpkin meets Spice’ meer kan maken, ik zou er best een stukje van hebben gelust. Maar er is wel honingcake. ‘It’s cake, honey!’. Dus vandaag eten we bij de thee lekker een warm stuk honingcake. Het is niet beter of slechter, het is weer anders en nieuw. Niet dat we iets specifieks te vieren hebben, soms moet je momenten zelf taartwaardig maken. Dit is zo’n moment.
Het is gestopt met regenen, ik ga weer wat was buiten ophangen. Misschien dat er straks nog een buitje valt, maar dan kan ik de was altijd nog over de verwarming hangen. Het is niet hetzelfde, maar droog wordt het wel. En als ik mij er echt rot bij voel, neem ik gewoon nog een stuk honingcake.

dinsdag 18 januari 2011

Kliekjes

Ik stofzuig en dweil elke dag. En iedere ochtend als ik de stofzuiger pak, gaat Pup, het stofzuigend monster te lijf. Nu is Pup van behoorlijk formaat en vormt de stofzuiger natuurlijk geen enkele partij, dus spring ik eerder in de bres voor mijn elektrische zuigtoestel van Duitse makelij dan voor mijn uit de kluiten gewassen super pup, eveneens van Duitse makelij. Je zou zeggen dat het best zou moeten klikken tussen de twee. Beide speuren immers de vloeren af op zoek naar kruimels en andere lekkernijen die hun weg naar de vloer hebben gevonden. Niet is minder waar. Onnatuurlijk als Pup het ding vindt, staat hij vanaf een afstand wild te blaffen. Pup houdt nu eenmaal van puur natuur. Stoffer en blik vindt hij vele malen interessanter en de straks schoon gedweilde vloer is vooral leuk omdat je er zo lekker met je modderpoten over kunt lopen. Pup struint namelijk maar al te graag de velden af en dartelt door boomgaarden. Een flinke modderplas in wat eens het maïsveld was, vormt geen enkele belemmering en met zijn neus strak op de grond speurt Pup naar de 'kliekjes' van een konijn, dat eerder al het onderspit dolf in de strijd met een roofvogel. Onsmakelijk! Persoonlijk geef ik de voorkeur aan een konijnenbout uit de Römertopf of gestoofd in room en witte wijn. Al ben ik wel met Pup eens dat zo’n in het wild gejaagd konijn de smaakpapillen doet tintelen.  Ooit heb ik eens mogen meegenieten van een konijnenmaal bij een bevriende hobby jager. Zelf gejaagd met een roofvogel. Daar komt geen hagel aan te pas en dat proef je!
Pups voorliefde voor konijnenbouten kan ik overigens wel verklaren. Onze viervoeter is zo allergisch als maar kan en moet het doen met harde, droge, hypo-allergene brokken, weliswaar in hertensmaak. Daar is natuurlijk niks aan. Handig is het ook niet, want Pup train je toch vooral met hulp van een lekkere beloning bij goede prestatie en voor zo’n keihard, droog brokje, zou ik zelf ook niet gaan zitten. Gelukkig verdraagt de schat wel konijnenvlees en dus haal ik met enige regelmaat een zak tamme konijnenbouten bij de groothandel en stoof die gaar in de pressure cooker. Het gare konijnenvlees valt zo van het botje, heeft geen peper en zout nodig en doet wonderen in de opvoeding van Pup! In kliekjesbakjes gaat het de vriezer in, want het is ideaal om wat op voorraad te hebben ter beloning van een onverwacht gehoorzaam moment.
Pup is wel wat je noemt MSH (Mijn Soort Hond). Ook ik hou van puur genieten en van natuurlijk in mijn keuken, daar maak ik geen geheim van. Mijn vriendin is anders en ‘gaat voor gemak’, althans, zo noemt zij het. Met gemak bedoelt zij koken uit ‘pak en zak’ of kiest soms gewoon voor ‘kant en klaar’.  Lekker, snel en gemakkelijk, is haar ervaring en goed te combineren met een drukke baan en een druk gezin. Nu ben ik geen voorstander van het koken uit een pakje, laat staan het kant en klare, maar zo af en toe kan ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en ben ik toch wel benieuwd naar het ‘gemak’ van dit postmoderne koken. Het moet wel populair zijn, want de keuze is enorm. Van ready-to-go voor de wok tot stomen in de magnetron, voor ieder wat wils, zo lijkt het. Nu had ik een heel ander idee voor de avonddis, maar als ik om kwart voor 8 nog moet beginnen met koken en manlief zo ongeveer uitgehongerd is, kan ik de verleiding niet weerstaan en laat mijn oog vallen op het pakje ‘dagschotel’ dat zich al vele maanden schuil houdt in het donkerste hoekje van mijn voorraadkast. Gehakt, broccoli en kaas, het klinkt hoopvol en belooft mij in elk geval ‘gemakkelijk en snel een gezonde, warme maaltijd op tafel te zetten’. Kijk, dat willen we!
Ik geef toe, ik begeef mij op onbekend terrein, maar het ‘gemak’ van de maaltijd ontgaat mij direct. Voor de bereiding van de dagschotel met gehakt, broccoli en kaas moet je namelijk de gehakt, broccoli en kaas zelf toevoegen. Dat lijkt in elk geval wel smaakvoller, maar waar we dan het pakje voor nodig hebben, is mij een raadsel. Van de tweede belofte ‘door het gebruik van de mix ben je altijd zeker van een goede smaak’ ben ik namelijk ook niet meer zo zeker. Als ik volgens de voorschriften de poedermix ‘aanmaak’ met water, verandert het gelijk in een onsmakelijk riekend drabje. Maar ik houd moed, want er gaat in elk geval lekker veel groente door. De broccoli moet kort worden voorgekookt en als het lekker knapperig ‘al dente’ is, gaat het bij het (zelf) rulgebakken gehakt en de drab. Nog snel even wat fijngesneden tomaten erbij en die feta tip klinkt ook goed. Het gerecht is in elk geval wel goed gevuld met groente maar al volg ik de  aanwijzingen op de verpakking op de voet, ik kan niet voorkomen dat mijn heerlijke groente een akelige dood sterft in wat mijn dagschotel moet voorstellen. Het eindresultaat is uitgekookte groente, gehakt en feta in een saus dat in elk geval voorziet in 67 % van de dagelijks aanbevolen hoeveelheid verzadigde vetten en maar liefst 69% van de dagelijks aanbevolen hoeveelheid natrium. Dat verklaart in elk geval de zoute smaak. Daarnaast bevat het gerecht maar liefst 18 ingrediënten en 6 allergenen. Ik vraag me af hoe ze het überhaupt allemaal in zo’n klein zakje krijgen? Waarschijnlijk door de goede smaak weg te laten, want het gerecht smaakt vooral zout en zuur en je slaat er ook direct van dicht.
Eén belofte maakt de verpakking wel waar, want dat het gerecht geschikt is ‘voor 3-4 personen’ is bepaaldelijk niet overdreven. Manlief stelt na het eten vast dat we nog zeker genoeg hebben voor morgen en dat ik niet hoef te koken! Zucht. Voor mijn vriendin heb ik een heel nieuw gevonden respect, want je zal dit maar elke avond moeten eten. Gelukkig is manlief bereid om vanavond het ‘kliekje op te eten. En ik dank de hemel op mijn blote knietjes als ik in de koelkast nog een pan met lichtgebonden rucola soep zie staan, die ik een dag eerder (natuurlijk vers) heb gemaakt. Opgelucht offer ik mij op om dat ‘kliekje’ dan maar op te eten, is de koelkast gelijk ook weer lekker leeg.
Vanavond kliekjesavond dus, krijgt Pup weer hertenbrokken met konijnenbout. Zucht, wat een hondenleven.

vrijdag 14 januari 2011

Pimpen

Herstellende van de griep heb ik de afgelopen week aardig wat opmerkingen gekregen in de lokale supermarkt. Van het voorzichtige “Griepje? Het is je wel aan te zien!” tot de recht voor z’n raap opmerking “Jee, jij ziet er écht niet uit”. Lekker dan! Dus heb ik, nu ik weer een beetje overeind begin te krabbelen, besloten om mijzelf maar een beetje te ‘pimpen’. Tja, het is misschien niet ‘puur natuur’ maar een beetje make-up doet vaak wonderen voor je uiterlijk – een beetje griep trouwens ook. En dus pimp ik er op los, want al voelt het lijf zich misschien nog niet helemaal ‘jottem’, het oog wil wel wat.
‘Pimpen’ is inmiddels een ingeburgerd begrip in onze taal, het staat zelfs in de Van Dale. Letterlijk betekent het opleuken of versieren en tegenwoordig kun je zo’n beetje alles wel ‘pimpen’. Je ‘looks’, je profiel of zelfs je eten. Aan dat laatste doe ook ik af en toe mee. Een simpel bosje rucola tover ik om tot een culinaire soep, een pastinaak promoveer ik tot goddelijk sausingrediënt en in plaats van een gewone ‘aardappel’ kies ik  voor de puree een zoete bataat die ik pureer met een lepeltje geraspte mierikswortel. Doodgewone groenten pimp ik tot culinair niveau.  En ik ontdoe gerechten van ongewenste allergenen en toevoegingen. ‘Pimpen’ betekent in  mijn geval dus niet noodzakelijkerwijze iets toevoegen om het gerecht op te leuken, soms leidt juist het weglaten van bepaalde ingrediënten tot een veel leuker resultaat; althans voor de voedsel-overgevoeligen onder ons.
Maar eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ook ik af en toe pimp met de nodige ‘bling-bling’. Ik pimp namelijk ook taarten en cakes en daar komen soms best wat ‘spiegeltjes en kraaltjes’ bij kijken. Of in elk geval veel kleur en soms glitter. Een taart op zich is natuurlijk al een ‘opgeleukte’ vorm van eten en heeft niet per se extra versiering nodig om feestelijk te zijn, maar soms wil je gewoon nét dat beetje meer. Een beetje glitter op je taart, een beetje glitter in je leven. Hoe vertrouwd – of noodzakelijk – het soms ook is om het bij de ‘veilige’ keuze te houden, af en toe heb je het nodig om even uit de ban te springen. Op de één of andere manier voelt het dan alsof we meer leven. Het ‘pimpen’ van een taart is soms dan ook veel meer dan eten ‘pimpen’, het is soms zelfs gewoon iemands leven ‘pimpen’. De kleur en de glitter terugbrengen. Als het in je vermogen ligt om dat voor een ander te realiseren zou je het dan laten? Want eerlijk is eerlijk, een beetje kleur en glitter hebben we af en toe allemaal nodig.
Toevallig was dat precies wat iemand mij laatst vroeg. ‘Hoe ik het toch voor elkaar krijg om voor de feestelijke momenten en de kinderen van anderen taart te maken’, doelend op het feit dat ik zelf zo zonder mijn ventje ben. De vraag overviel mij en bleef dagen rond spoken in mijn hoofd. Doe ik iets fout? Heb ik misschien iets over het hoofd gezien? Heb ik iets gemist? Ik denk dat de ander degene is die iets mist. Ik maak namelijk elke taart geïnspireerd door mijn ventje en met mijn ventje in mijn hart. De mooiste taarten heb ik voor hem gemaakt en de mooiste taarten maak ik nog steeds voor hem. Iedereen zou het begrijpen als ik nooit meer een taart zou maken en ik geef toe, het kost soms misschien wat moeite en wat emotie en daarmee neem ik soms een persoonlijk risico. Maar aan het einde van de rit is het niet het risico waar je spijt van hebt, zijn het niet die dingen die je gedaan hebt, maar juist die dingen die je gelaten hebt. En zijn het de kansen die je hebt laten liggen die je betreurt.
Getekend door het leven en het lot, maar met sterke wil blijf ik taarten maken. Roze taarten, blauwe taarten, pimpelpaarse taarten met glitter stippen. Want voor sommigen is het zoveel meer dan taart. Voor sommigen is het de vervulling van een wens of een kinderdroom. Voor sommigen is het niet alleen een ‘feesttaart’ maar het symbool van hoop, moed en kracht. Het onmogelijke dat alles weer mogelijk maakt. Als je nog nooit taart hebt gegeten of dacht nooit taart te kunnen eten, dat pimpt die taart veel meer dan je feestje, het pimpt  je leven. En dat is hoe ik het ‘voor elkaar krijg’. Ik laat de kans om andermans droom te vervullen, hoe simpel deze ook lijkt,  niet liggen. Ik zou het altijd betreuren. Hun dankbaarheid, de tranen in hun ogen van blijdschap, die glitter, dat is mijn prijs. En die glitter is nu precies wat mijn leven pimpt.