Posts tonen met het label kant en klaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kant en klaar. Alle posts tonen

dinsdag 2 augustus 2011

Het meest veelzijdige stukje vlees

Ik kende eens mensen, vrienden zo je wilt, dol op lekker eten. Van het type dat zichzelf graag te eten uitnodigt, maar tegelijkertijd niet te beroerd is om de wijn mee te nemen. Dat dan weer wel. De pannen bleven ze echter bij voorkeur ver uit de weg, tenzij er natuurlijk iets te proeven viel. Want smullen, dat konden ze! Koken daarentegen, dat is een heel ander verhaal. Dat konden ze niet. En als ik zeg niet, dan bedoel ik echt N I E T.
Wat aten zij dan eigenlijk? Bij voorkeur datgene wat een ander hen voorschotelde, hetzij thuis, hetzij uit. Kieskeurig waren ze daarin niet. Nu is het natuurlijk zo dat wanneer je je zelf graag als gast ziet bij anderen, je er niet aan ontkomt, de ander zo af en toe ook eens terug te vragen. Tenminste, als je zelf ook welkom wilt blijven. Nu ja, dat deden ze dan ook zo af en toe en daar verloren ze nachten slaap over, want wat moesten ze dan maken?  Vaak werd het een ratatouille van toastjes en zoutjes allerlei, eventueel aangevuld met een kommetje bliksoep, heel avontuurlijk verrijkt met verse peterselie. Dit alles natuurlijk onder het genot van een smakelijk glaasje druivensap uit een goed jaar. Want hoe meer je van dat Goddelijke vocht toebedeeld kreeg, hoe beter alles smaakte. Je werd er vanzelf ook minder kieskeurig door.
Op een dag klonk er een luid EUREKA uit het huis der vrienden, want in de supermarkt had men een ware schat gevonden. Een fantastisch product, in tal van variaties, waarmee ze de dagelijkse maaltijd telkens net weer even anders konden maken. En gemakkelijk, van het soort ‘zo klaar en genieten maar’. Weg gingen de goede flessen wijn, de kasten vulden zich met potten saus en van nu af aan werd de hele vriendenkring bedolven onder potten van dit briljante spul. Nog beter: het bracht een heuse ommekeer teweeg: voortaan werden etentjes ook in hun huis gehouden waarbij er dan ook nog daadwerkelijk werd gekookt door gastheer en gastvrouw. Toastjes en zoutjes maakten plaats voor een gevleugeld gerecht en elk etentje kreeg een eigen smaak. Met variaties als ‘kerrie’, ‘tandoori’ en ‘saté’ werd maar eens temeer bewezen dat een doodgewone kipfilet zonder enige twijfel het meest veelzijdige stukje vlees is.
De bereiding, voor wie het water inmiddels in de mond loopt, is simpel. Koop in de winkel een pot van het kippenspul. Kies een smaak die je bevalt. Koop daarbij wat kip (volg voor de hoeveelheden de aanwijzingen op de verpakking). Nu we toch gemakkelijk doen, kun je net zo goed voor de voorgesneden variant kiezen, dat spaart tijd. Groente zit meestal al in de saus, maar wie zich avontuurlijk voelt, kan er natuurlijk wat boontjes of iets dergelijks bij koken. En wel ja, gewoon ook uit pot of blik, kan jou het schelen! Voeg daar nog wat (snelkook) rijst aan toe en je hebt een complete maaltijd. En voor de ‘gemakzuchtigen’ onder ons, die rijst heb je tegenwoordig ook in handige 1-minuut verpakkingen, gewoon voor de magnetron.
De kipblokjes bak je even om en om gaar in de pan, bij voorkeur in olijfolie (ergens willen we wel een beetje kwaliteit natuurlijk). Blijf voortdurend roeren en zing ondertussen het bijpassende liedje ‘vanavond heb ik zin in kip, vanavond heb ik zin in kip’, dat je de komende dagen niet meer uit je hoofd krijgt. Geeft niets, want morgen maak je gewoon een andere smaak en ook dan zing je luidkeels.
Als de kipblokjes gaar zijn, voeg je de saus toe en deze laat je nog even mee warmen, maar niet koken, tot je rijst en je bonen klaar zijn. Et voilá, het eten is klaar. Kind kan de was doen.
Wil je nu precies weten hoe je dit briljante gerecht maakt, haal dan even zo’n pot in de supermarkt en volg de aanwijzingen op de verpakking. Mensen met een gluten, selderij, soja, kippenei, melk, pinda en/of mosterd overgevoeligheid dienen met sommige smaken voorzichtig te zijn. Mensen met een kipovergevoeligheid overigens ook. Uitgebreide allergie informatie is te vinden op de website van de fabrikant.

Blije kip ©
Ik moet eerlijk bekennen, ik heb het nog nooit gemaakt. Persoonlijk verhef ik de kip bij voorkeur naar culinaire hoogten. Ook bereid ik haar graag in haar volledigheid, het lekkerste vlees zit immers het dichtst bij het bot. Nu had ik laatst zo’n heerlijk kippetje gekocht en was vast van plan deze buiten te grillen. Helaas werkte het weer niet mee en bleef het maar regenen met pijpenstelen. Geen buiten grillweer dus. Natuurlijk heb ik talloze recepten van kip bereid in de Römertopf tot in de braadslee, maar ach, die ga ik de hele winter nog maken. ‘Wat zou Julia Child doen met een kippetje’, zo vroeg ik mij af. Het immens dikke boek met zwarte stoffen kaft (eerste druk) lonkte naar mij vanuit de boekenkast. Nu is het zeer zeker niet mijn intentie om in de voetsporen van Julie te treden en hier elk recept van Julia Child na te maken (zie de film Julie & Julia), maar één receptje kan geen kwaad. Toch?
Indrukwekkend als het boek is, zo lastig is het tegelijkertijd om te lezen. De receptuur verdient echt driemaal mijn aandacht tot het tot mij doordringt wat er staat. Is dit alles? Ik onderdruk een kleine teleurstelling. Ik zag mij reeds flamberen, deglaceren, blancheren, canneleren en larderen, maar in plaats daarvan mag ik de kip aan de binnen- én buitenzijde insmeren met boter en een beetje zout. Ik ben bijna gedesillusioneerd, maar ga met goede moed aan de slag want wie a zegt moet ook b zeggen en dus volg ik het recept op de voet. Boter, zout, heel veel aandacht en liefde en een voorverwamde oven van 220°C. Tja, van heel veel aandacht en liefde worden we allemaal beter natuurlijk. Van romige boter van goede kwaliteit overigens ook. Aan aandacht en liefde ontbreekt het mijn kippetje de komende anderhalf tot twee uur dus geenszins. Ik keer en bedruip, keer en bedruip, keer en bedruip, eerst elke 5 minuten, daarna elke 8 minuten. Moeilijk is het niet, al is de truc om het snel te doen zodat noch kip noch oven teveel afkoelen. Het vereist enige behendigheid.
Als de kip gaar is, hoort u een spetterregen in de oven en zwelt de huid om de borst wat op’, zo schrijft almachtige Julia en verdomd als het niet waar is! Tot in detail kloppen haar beschrijvingen en verheugd haal ik mijn kippetje uit de oven. Nimmer eerder zag een kip zo glanzend, zo prachtig goudbruin en manlief weet niet hoe snel hij van de voordeur in de keuken moet staan als de Goddelijke geuren hem bij thuiskomst bereiken. Mooi en leesbaar schrijven is misschien niet haar beste kwaliteit, maar die Julia kent haar kippetjes en weet zeer zeker hoe je deze tot perfectie braadt.
We genieten intens van onze overheerlijke kip met bijpassend garnituur (geroosterde aardappeltjes, boontjes in spek, salade) en zijn de regen vergeten. Kip, het meest veelzijdige stukje vlees, zelfs zonder de pot.

dinsdag 18 januari 2011

Kliekjes

Ik stofzuig en dweil elke dag. En iedere ochtend als ik de stofzuiger pak, gaat Pup, het stofzuigend monster te lijf. Nu is Pup van behoorlijk formaat en vormt de stofzuiger natuurlijk geen enkele partij, dus spring ik eerder in de bres voor mijn elektrische zuigtoestel van Duitse makelij dan voor mijn uit de kluiten gewassen super pup, eveneens van Duitse makelij. Je zou zeggen dat het best zou moeten klikken tussen de twee. Beide speuren immers de vloeren af op zoek naar kruimels en andere lekkernijen die hun weg naar de vloer hebben gevonden. Niet is minder waar. Onnatuurlijk als Pup het ding vindt, staat hij vanaf een afstand wild te blaffen. Pup houdt nu eenmaal van puur natuur. Stoffer en blik vindt hij vele malen interessanter en de straks schoon gedweilde vloer is vooral leuk omdat je er zo lekker met je modderpoten over kunt lopen. Pup struint namelijk maar al te graag de velden af en dartelt door boomgaarden. Een flinke modderplas in wat eens het maïsveld was, vormt geen enkele belemmering en met zijn neus strak op de grond speurt Pup naar de 'kliekjes' van een konijn, dat eerder al het onderspit dolf in de strijd met een roofvogel. Onsmakelijk! Persoonlijk geef ik de voorkeur aan een konijnenbout uit de Römertopf of gestoofd in room en witte wijn. Al ben ik wel met Pup eens dat zo’n in het wild gejaagd konijn de smaakpapillen doet tintelen.  Ooit heb ik eens mogen meegenieten van een konijnenmaal bij een bevriende hobby jager. Zelf gejaagd met een roofvogel. Daar komt geen hagel aan te pas en dat proef je!
Pups voorliefde voor konijnenbouten kan ik overigens wel verklaren. Onze viervoeter is zo allergisch als maar kan en moet het doen met harde, droge, hypo-allergene brokken, weliswaar in hertensmaak. Daar is natuurlijk niks aan. Handig is het ook niet, want Pup train je toch vooral met hulp van een lekkere beloning bij goede prestatie en voor zo’n keihard, droog brokje, zou ik zelf ook niet gaan zitten. Gelukkig verdraagt de schat wel konijnenvlees en dus haal ik met enige regelmaat een zak tamme konijnenbouten bij de groothandel en stoof die gaar in de pressure cooker. Het gare konijnenvlees valt zo van het botje, heeft geen peper en zout nodig en doet wonderen in de opvoeding van Pup! In kliekjesbakjes gaat het de vriezer in, want het is ideaal om wat op voorraad te hebben ter beloning van een onverwacht gehoorzaam moment.
Pup is wel wat je noemt MSH (Mijn Soort Hond). Ook ik hou van puur genieten en van natuurlijk in mijn keuken, daar maak ik geen geheim van. Mijn vriendin is anders en ‘gaat voor gemak’, althans, zo noemt zij het. Met gemak bedoelt zij koken uit ‘pak en zak’ of kiest soms gewoon voor ‘kant en klaar’.  Lekker, snel en gemakkelijk, is haar ervaring en goed te combineren met een drukke baan en een druk gezin. Nu ben ik geen voorstander van het koken uit een pakje, laat staan het kant en klare, maar zo af en toe kan ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en ben ik toch wel benieuwd naar het ‘gemak’ van dit postmoderne koken. Het moet wel populair zijn, want de keuze is enorm. Van ready-to-go voor de wok tot stomen in de magnetron, voor ieder wat wils, zo lijkt het. Nu had ik een heel ander idee voor de avonddis, maar als ik om kwart voor 8 nog moet beginnen met koken en manlief zo ongeveer uitgehongerd is, kan ik de verleiding niet weerstaan en laat mijn oog vallen op het pakje ‘dagschotel’ dat zich al vele maanden schuil houdt in het donkerste hoekje van mijn voorraadkast. Gehakt, broccoli en kaas, het klinkt hoopvol en belooft mij in elk geval ‘gemakkelijk en snel een gezonde, warme maaltijd op tafel te zetten’. Kijk, dat willen we!
Ik geef toe, ik begeef mij op onbekend terrein, maar het ‘gemak’ van de maaltijd ontgaat mij direct. Voor de bereiding van de dagschotel met gehakt, broccoli en kaas moet je namelijk de gehakt, broccoli en kaas zelf toevoegen. Dat lijkt in elk geval wel smaakvoller, maar waar we dan het pakje voor nodig hebben, is mij een raadsel. Van de tweede belofte ‘door het gebruik van de mix ben je altijd zeker van een goede smaak’ ben ik namelijk ook niet meer zo zeker. Als ik volgens de voorschriften de poedermix ‘aanmaak’ met water, verandert het gelijk in een onsmakelijk riekend drabje. Maar ik houd moed, want er gaat in elk geval lekker veel groente door. De broccoli moet kort worden voorgekookt en als het lekker knapperig ‘al dente’ is, gaat het bij het (zelf) rulgebakken gehakt en de drab. Nog snel even wat fijngesneden tomaten erbij en die feta tip klinkt ook goed. Het gerecht is in elk geval wel goed gevuld met groente maar al volg ik de  aanwijzingen op de verpakking op de voet, ik kan niet voorkomen dat mijn heerlijke groente een akelige dood sterft in wat mijn dagschotel moet voorstellen. Het eindresultaat is uitgekookte groente, gehakt en feta in een saus dat in elk geval voorziet in 67 % van de dagelijks aanbevolen hoeveelheid verzadigde vetten en maar liefst 69% van de dagelijks aanbevolen hoeveelheid natrium. Dat verklaart in elk geval de zoute smaak. Daarnaast bevat het gerecht maar liefst 18 ingrediënten en 6 allergenen. Ik vraag me af hoe ze het überhaupt allemaal in zo’n klein zakje krijgen? Waarschijnlijk door de goede smaak weg te laten, want het gerecht smaakt vooral zout en zuur en je slaat er ook direct van dicht.
Eén belofte maakt de verpakking wel waar, want dat het gerecht geschikt is ‘voor 3-4 personen’ is bepaaldelijk niet overdreven. Manlief stelt na het eten vast dat we nog zeker genoeg hebben voor morgen en dat ik niet hoef te koken! Zucht. Voor mijn vriendin heb ik een heel nieuw gevonden respect, want je zal dit maar elke avond moeten eten. Gelukkig is manlief bereid om vanavond het ‘kliekje op te eten. En ik dank de hemel op mijn blote knietjes als ik in de koelkast nog een pan met lichtgebonden rucola soep zie staan, die ik een dag eerder (natuurlijk vers) heb gemaakt. Opgelucht offer ik mij op om dat ‘kliekje’ dan maar op te eten, is de koelkast gelijk ook weer lekker leeg.
Vanavond kliekjesavond dus, krijgt Pup weer hertenbrokken met konijnenbout. Zucht, wat een hondenleven.