Posts tonen met het label Betuwe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Betuwe. Alle posts tonen

dinsdag 29 september 2015

Zoete appeltjes drogen, leuke weetjes & tips




Het is weer pluk seizoen. Kleine tractors met lange rijen fruitkisten rijden af en aan door de straat. een teken dat de herfst echt is begonnen.

Een kist vol zoete appeltjes en stoofpeertjes ©
Mijn lieve vriendin bracht mij een kist vol zoete appeltjes en stoofpeertjes. Beide groeien bij haar in de tuin en wanneer ze een overschot aan oogst heeft, deelt zij het met mij. Ik word daar zo blij van! Zoete appeltjes en stoofpeertjes hebben iets nostalgisch. De geuren van de bereidingen staan in mijn geheugen geprint en voeren mij terug naar vroeger en mamma's keuken. Ik denk dat iedereen van mijn generatie en eerdere generaties onmiddellijk begrijpt wat ik bedoel. De geuren van gedroogde appeltjes en stoofpeertjes in wijn geven een ultiem 'thuis kom' gevoel.

Oud Betuws zoet appeltje ©

Zoete appeltjes
Alhoewel de meeste appels geschikt zijn om te drogen, gebruik ik zoete appeltjes van een speciaal Betuws ras, bijvoorbeeld Dijkmans zoet. Klein, vrij hard en wat droger dan de gemiddelde appel. Ik heb altijd geleerd dat je deze appeltjes niet rauw moet eten. Het is vooral niet zo heel lekker.

Klokhuis verwijderen en goed schillen ©

Voor het drogen
Verwijder voor het drogen de klokhuizen met een appelboor en schil de appeltjes. Bij de oude zoete rassen gaat dat schillen iets stroever dan bij andere appels. Ik gebruik een dunschiller. De appeltjes kleuren super snel bruin. Om dat tegen te gaan kun je de appeltjes besprenkelen met citroensap of kort in gezouten water leggen. Ik doe dat bij de zoete appeltjes niet. Het bruin is de kleur van nostalgie en hoort er wat mij betreft gewoon bij. Bovendien houdt dat de smaak neutraler en blijven de appeltjes geschikt voor tal van bereidingen. Je kunt de bruine kleur overigens wel accentueren door de appeltjes met kaneel (eventueel in combinatie met suiker) te bestrooien. Dat doet dan natuurlijk ook wat met de smaak.

In de food dehydrator ©

Het drogen
Het drogen kan op verschillende manieren:
- in een food dehytrator (een voedsel droger)

- in de oven
- boven de kachel of een andere warme plaats

- in de zon

Zelf droog ik sinds kort graag in de food dehydrator. Het is schoon, veilig en energie zuinig. En buitengewoon gemakkelijk in gebruik. De dehydrator is opgebouwd uit meerdere droogrekjes die je op elkaar stapelt. De dehydrator blaast warme droge lucht van boven naar onder door de droogrekjes waardoor het fruit droogt. Je kunt er uiteraard ook groenten en kruiden in drogen. Het drogen van dunne (maar niet flinterdunne) plakjes appel duurt 8-10 uur.

Voorheen droogde ik graag in de oven. Ook dat is schoon en veilig en gemakkelijk. Het kost wel meer energie en je kunt een tijdlang je oven niet gebruiken. Droog op 80°C en met de deur op een kier (ik hang er een theedoek tussen). Je kunt de dunne plakjes appel op bakplaten leggen en tussendoor eens keren of aan satéstokjes rijgen en tussen het rooster hangen. Bij de eerste methode kun je meer ineens drogen, de tweede methode is wat sneller. Het drogen van dunne (maar niet flinterdunne) plakjes appel duurt ca. 12 uur.

Boven de kachel drogen is natuurlijk wel de meest authentieke manier van drogen, al gebeurde het vroeger ook vaak op zolder, waar het warm en droog is. Rijg de appelschijfjes aan een touwtje of bouw een droog standaard met stokjes (die kun je ook kant en klaar kopen). Ik heb ze op die manier ook wel eens (gedeeltelijk) in de zon gedroogd. Wel een beetje oppassen voor vuil en vliegjes en natuurlijk veel geduld hebben. Dit duurt echt langer dan 24 uur. 

Eindresultaat in de food dehydrator ©
Tips bij het drogen
Zoals altijd wanneer je met voeding werkt, is het belangrijk om schoon te werken. Wil je de appeltjes langere tijd kunnen bewaren, dan is het belangrijk dat ze echt helemaal gedroogd zijn. Ze moeten tijdens het droogproces minimaal 95% van het vocht verliezen. Natuurlijk is het ook mogelijk de appeltjes niet helemaal te drogen. Ze blijven dan wat 'chewy' aan de binnenkant en dat is erg lekker. Ze zijn daardoor echter maar beperkt houdbaar. Blijft er nog vocht in het appeltje achter, dan gaat het op den duur schimmelen. Ik droog de appeltjes dan ook helemaal en bewaar ze in een afgesloten pot of blik.

Drogen aan een draadje ©
Waarom drogen?
De oud Betuwse appeltjes die ik droog, zijn niet geschikt om zo te eten. Die kun je alleen gebruiken na drogen of verhitten. Natuurlijk kun je vrijwel alle appels drogen, zelfs wanneer dat in feite niet nodig is. Gedroogde appels kun je (mits goed gedroogd) lange tijd bewaren. Langer dan een appel op de fruitschaal of in de koelkast (tenzij je de appel bij 1 graad bewaart, dan zijn ze minstens even lang houdbaar). Op die manier heb je altijd appels in huis, wanneer je ze in een gerecht of baksel nodig hebt. Gedroogde appeltjes zijn culinair heel veelzijdig. Tot slot wordt ook de smaak van de appel veel intenser. Je onttrekt vocht en smaak blijft achter. De gedroogde appeltjes hebben heel veel smaak.

appel-perentaart ©

Culinaire toepassingen van gedroogde appeltjes
Met het drogen van de appeltjes ben ik zeker wel een dag of twee zoet (ik kreeg immers een hele kist). Dan is het dus ook wel belangrijk om een (culinaire) toepassing te hebben voor de appeltjes. Gelukkig zijn de mogelijkheden eindeloos! Je kunt de appeltjes zo verwerken of voor het toepassen eerst weken in water. De keuze is aan jou!

De appeltjes zijn heerlijk om zo te eten als knapperig en gezond tussendoortjes. Je kunt ze bovendien toevoegen aan gedroogde fruitrepen of energierepen. Ook gebruik ik ze graag in de appeltaart. Door de hitte en het vocht dat tijdens het bakken vrij komt, zwellen ze weer op en zorgen echt voor een klassieke appeltaartsmaak zoals oma die vroeger maakte. Zelf voeg ik de gedroogde appeltjes in stukjes gesneden ook graag toe aan de hachee. Dat is echt verrukkelijk. (Van al deze voorbeelden, vind je mijn favoriete recepten in 'Sterren van de hemel'.)

De komende week blijft het prachtig weer. Haal een kist vol appeltjes direct bij de teler of struin de boomgaarden af voor gevallen fruit (appels die na de pluk op de grond zijn blijven liggen, mag je meenemen, ga nooit op eigen initiatief zo maar in een boomgaard plukken!) en gebruik één van mijn methoden om appeltjes te drogen. Ik ben heel benieuwd welke culinaire toepassingen jij kunt verzinnen!

Geniet!

Culinaire groet,
x Larisse

*** Super leuk als je van mijn blogs geniet! Maar vergeet niet: op alle teksten, recepten, culitips en beelden berust auteursrecht (soms ook van anderen) en is merkrechtbescherming Larisse® van toepassing! Wil je naar een recept, tip of beeld verwijzen, vraag het dan even! Veel dank aan Martie voor haar heerlijke zoete appeltjes!***

zaterdag 17 januari 2015

Fruit

Betuwse appels ©

Wonend in de Betuwe voel ik mij altijd bevoorrecht. Het jaar is op te delen in tal van bloesem- en fruitmomenten. De vlierbloesem (en later –bessen) groeit straks langs de dijk. Ik pluk ze als ik de hond uitlaat en maak er siroop of beignets van. Dan volgen de kersen, de mooiste rassen groeien hier en de - in mijn ogen - beste teler woont op steenworp afstand. Daar rijden we straks weer langs om kilo’s vers geplukte kersen te halen. Abrikozen en bramen pluk ik bij de overbuurvrouw, pruimen bij mijn dierbare vriendin M. die nog echte oude Betuwse rassen heeft (Opal en Reina Clauda). Daar maak ik mijn beroemde ‘Perfect Plum’ mee (het recept vind je straks in ‘Sterren van de hemel’) of pruimentaart, pruimencompôte, pruimenchutney, pruimentoet (óók in ‘Sterren van de hemel’) en meer. Appels en peren groeien hier in overvloed. Grote, rode, glanzende appelen die tot perfectie worden geteeld. Maar wist je dat gevallen appels nog steeds een overheerlijke appeltaart maken (in ‘Sterren van de hemel’ vind je straks nóg een heerlijk recept). Appels met een blutsje, deukje of bultje zijn óók perfect in mijn ogen. Net als te kleine, kromme of scheve courgettes, die maken een geweldige pickle of soep (ja, óók in ‘Sterren van de hemel’ ;-))

Ik realiseer mij dat niet iedereen zo bevoorrecht is als ik. Wie in de stad woont is afhankelijk van groentespecialist, markt of supermarkt voor fruit. Gelukkig is er tegenwoordig een breed assortiment verkrijgbaar. Maar het is wel anders. Niets smaakt zo fantastisch als zelf geplukt fruit. De ideale afstand van boom (of plant) tot mond! Weet jij hoeveel soorten fruit er zijn? En hoeveel rassen per fruit? Weet je waar je op moet letten als je fruit koopt, zodat je verzekerd bent van de beste kwaliteit? En wat je allemaal (culinair) kunt maken met fruit? Een super handig boek kwam op mijn pad: het Fruit Boek van Jane Grigson. Een super handzaam, praktisch én inspirerend boek. Een fijn gebonden naslagwerk en kookboek ineen dat beslist tijdloos is. Jane Grigson was haar tijd vooruit en eigenlijk een culinair pionier. Vanuit haar grote en toenemende culinaire interesse publiceerde zij in 1967 haar eerste boek ‘Charcuterie and French Pork Cookery’ dat bijzonder veel eer kreeg. Het boek werd zelfs vertaald in het Frans en dat was (zeker in die tijd) ronduit uniek voor een Engelse auteur. Met haar boeken, waaronder het Fruit Boek, won zij tal van awards. Jane weet dan ook waar zij over schrijft en maakt het interessant en toegankelijk. Al houdt zij wel rekening met enig culinair inzicht en culinaire ervaring van de lezer. Jane overleed in 1990 maar haar boeken blijven tot op de dag van vandaag actueel en verkrijgbaar.

Betuwse peren ©
Jane groeide op in de stad en dus niet bepaald temidden van fruitboomgaarden. Misschien is het juist daarom dat zij haar jeugdherinneringen omtrent fruit zo koestert. Die herinneringen verwerkt zij ook in haar beschrijvingen van fruit en dat maakt het boek ontzettend leuk om te lezen. Maar liefst 46 fruitsoorten bespreekt zij uitvoerig. Ze vertelt over herkomst en over rassen maar (bij de meeste fruitsoorten) ook waar je op moet letten wanneer je het fruit in de winkel uitkiest. Koop je passievruchten (mijn favoriet in fruitsalades), zoek dan (als je keuze hebt) bij voorkeur naar de donkere en geribbelde exemplaren en kies altijd de grootste. De meer dan 400 recepten vormen een combinatie van enkele klassieke recepten en tal van vernieuwende en inspirerende recepten. Het boek bevat zowel hartige als zoete recepten en is vaak verrassend. De receptuur laat vaak wat over aan het culinair inzicht van de lezer, maar dat vind ik zelf altijd wel erg leuk. Voor de onervaren (hobby) kok is de receptuur daardoor wellicht minder geschikt. Wie al enige ervaring heeft of goed op gevoel kan koken, zal beslist plezier beleven aan de receptuur in dit boek. Overigens vind je in het uitgebreide register per fruitsoort een overzicht van de recepten. De hoeveelheid informatie en het aantal recepten per fruitsoort wisselt sterk. Dat is enerzijds verklaarbaar (niet elke fruitsoort kent tientallen rassen en sommige fruitsoorten zijn relatief onbekend), anderzijds vind ik het jammer. In de inleiding licht Jane dit toe.

De aandachtige lezer vindt door het hele boek heen tal van nuttige en leuke tips en weetjes. De informatieve tekst staat vol leuke culinaire tips. Bijvoorbeeld de tip om slagroom te mengen met zure room voor een benadering van de Franse crème fraîche of het toevoegen van stijfgeklopte eiwitten aan de slagroom. Superleuk vind ik de tip om zure onrijpe druiventrossen van je eigen druif uit te persen en dit sap te gebruiken in plaats van azijn of citroensap of in mosterd. Dat ga ik beslist proberen!

Fruit Boek c

Het Fruit Boek van Jane Grigson is – ondanks de 464 pagina’s! - zeker niet compleet maar wel een fijn handzaam naslagwerk dat bovendien culinair inspireert en ook als (culinair) leesboek een aanwinst is. Telkens als ik iets op wil zoeken over een fruitsoort of de culinaire toepassingen daarvan, raak ik geboeid door de informatie en blijf ik lezen. Een heerlijk boek voor in de keuken, waar je al kokend uit leest of al lezend uit kookt. Een boek dat ontspant en boeit tegelijk, is dat niet eigenlijk precies hoe koken moet zijn?

Titel:                          Fruit Boek
Auteur:                      Jane Grigson
ISBN:                        978.90.898.9618.6
Prijs:                          € 27,99
Uitgeverij:                  Terra


In het hoofdstuk over aardbeien schrijft Jane dat er niet veel recepten in staan met aardbeien omdat er niet zoveel zijn en iedereen ze kent. Tijdens de Floriade in 2012 was ik het culinaire gezicht van de Hollandse aardbeien. Prachtige smaakaardbeien van Trotse Telers! Ik ontwikkelde ruim 70 recepten met deze verrukkelijke Hollandse aardbeien van diverse rassen. Een bijzonder recept bereidde ik eens op een mooie aardbeien dag waar ook mijn eigen culi heldin Angélique Schmeinck aanwezig was, ‘varkenshaas met aardbeien portsaus’. Ik gebruikte prachtig en eerlijk varkensvlees van OK Vlees en de mooiste Hollandse aardbeien die je maar kunt bedenken. Het resultaat was zo verrukkelijk dat zelfs Angélique smulde! (Ja, ik straalde van trots!) Maak het ook eens, ik beloof je: het is de moeite waard!

Larisse @ Floriade ©

Recept: Varkenshaas met aardbeien-portsaus©

Ingrediënten (voor 3-4 personen):
een mooi stuk varkenshaas van 400 gram
1 theelepel knoflookpeper
2 eetlepels olijfolie
snufje zout (optioneel)
Voor de saus:
1 sjalotje
klontje roomboter (ca. 20 gram)
1 doosje aardbeien
150 ml rode port
1 theelepel honing of suiker
snufje peper
1 theelepel geraspte mierikswortel
100 ml slagroom (ongeklopt)
optioneel: 1 theelepel aardappelzetmeel

Bereiding:
Marineer de varkenshaas in de olijfolie en knoflookpeper en laat zo een half uurtje rusten in de koelkast.
Snipper de sjalot.
Ontdoe de aardbeien van kroontjes en snijd ze in kwarten.
Smelt de roomboter in een saus- of steelpannetje en voeg de sjalot toe. Bak deze in enkele minuten glazig.
Voeg dan de aardbeien met de port, de honing of suiker en de peper toe en breng het geheel aan de kook. Laat dit op een laag vuur zachtjes tot ca. 2/3 deel inkoken.
Voeg vervolgens een theelepel geraspte mierikswortel toe en roer goed door.
Schenk nu rustig de room erbij en roer tot het een mooi gebonden saus is.
Voeg naar smaak nog wat peper, honing of mierikswortel toe.
Wil je de saus nog iets meer binden, los dan een theelepel aardappelzetmeel op in 1 á 2 theelepels koud water en schenk dit voorzichtig in de warme maar niet kokende saus en roer goed door.
Houd de saus op een heel laag vuur warm terwijl je de varkenshaas braadt.
Verwarm een grillpan of tepan yaki plaat en schroei de varkenshaas daar aan alle kanten op dicht. Laat de varkenshaas in ca. 12 minuten gaar bakken.
Haal de varkenshaas uit de pan of van de plaat en laat deze nog 5 minuutjes rusten in aluminiumfolie alvorens je deze aansnijdt.
Serveer de varkenshaas in plakjes gesneden met de aardbeien-portsaus

Tip:
Varkenshaas mag nog iets roze zien aan de binnenzijde. Wil je de varkenshaas niet aansnijden om de gaarheid te controleren, doe dit dan met behulp van een thermometer. Als de kerntemperatuur na ca. 12 minuten bakken 60°C is, is de varkenshaas goed gegaard.
Serveer de varkenshaas met een frisse gemengde salade, natuurlijk met stukjes aardbei en bijvoorbeeld wat blauwe kaas. Maak een dressing van olijfolie, balsamico azijn, honing en een vleugje port om in de sfeer te blijven. 



Aardbeien uit eigen tuin ©

Geniet!
Culinaire groet,

x Larisse

*** Van het Fruit Boek van Jane Grigson heb ik een recensie exemplaar mogen ontvangen. De recensie bevat puur mijn persoonlijke mening over het boek. De receptuur is van eigen hand en auteursrechtelijk beschermd. ***