Posts tonen met het label allergenen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label allergenen. Alle posts tonen

dinsdag 6 oktober 2015

Hoe zit dat nou precies met spelt en gluten?


Tosti van Soma speltkoren ©
"Ik eet tegenwoordig speltbrood. Ja joh, dat is glutenvrij en dat is véél beter voor je!"
Hoe vaak ik dat in het afgelopen jaar al wel niet gehoord heb, ik weet het niet. Vaker dan mij lief is en eigenlijk kan ik mij er best wel over opwinden. Het is namelijk de grootst mogelijke onzin! Maar wat is dan wel waar en hoe zit dat nou precies met spelt en gluten en zo?

Spelt is een glutenbevattend graan, dat verwant is aan tarwe. Spelt bevat dus wel gluten en is dus niet geschikt voor mensen met coeliakie (= glutenintolerantie). Spelt past ook niet in een glutenvrij dieet. 

Wat zijn gluten?
Gluten is een eiwit dat van nature voorkomt in tarwe, rogge, gerst, spelt en kamut. Producten die van deze granen gemaakt zijn, bevatten dus ook gluten. Bijvoorbeeld brood, crackers, beschuit en koekjes. Dat zal je niet verrassen. Maar je komt gluten ook tegen in producten waar je het misschien niet verwacht, bijvoorbeeld omdat glutenbevattende granen als bindmiddel zijn gebruikt. In snoepjes, sauzen, soepen, borrelnootjes en ijs. Dat betekent dus dat je altijd heel goed moet opletten wat je eet. Lees altijd de etiketten!

Wat is coeliakie?
Coeliakie (spreek uit: seu-lia-kíe) is een glutenintolerantie: een gluten overgevoeligheid. Coeliakie is géén allergie, maar een auto-immuunziekte. Iemand met coeliakie wordt ziek wanneer hij of zij iets eet dat gluten bevat. De mate en ernst waarin iemand ziek wordt, verschilt per persoon. Iemand die coeliakie heeft, heeft dat levenslang. En dat betekent dat je levenslang moet opletten dat je nooit gluten eet. Niet in brood, niet in taart, niet in soep of snoep, niet met Sinterklaas, kerst of op je verjaardag. Nooit.

Wat is tarwe allergie?
Tarwe allergie is wat anders dan coeliakie. Ten eerste is tarwe allergie geen intolerantie en geen auto-immuunziekte, maar echt een allergie. Iemand die een tarwe allergie heeft, verdraagt geen tarwe. Tarwe allergie is één van de top 8 voedselallergieën en komt het meest voor bij kinderen. Welke klachten en de ernst van de klachten die iemand krijgt, verschilt per persoon. Reacties kunnen zelfs levensbedreigend zijn.

Glutenvrij eten
Ziek worden van eten dat eigenlijk goed voor je zou moeten zijn, zoals tarwe en andere glutenbevattende granen, is geen pretje. 24 uur per dag, 365 dagen per jaar opletten wat je eet, zodat je niet per ongeluk toch gluten binnen krijgt, heeft veel impact op je leven. Natuurlijk kun je prima glutenvrij leven en eten, maar iemand die een glutenovergevoeligheid heeft, eet niet voor zijn lol glutenvrij, maar om een medische reden. Zo maar glutenvrij gaan eten, omdat je denkt dat het goed voor je is, of omdat je in de social media leest dat het hip is, of omdat je favoriete zangeres óók glutenvrij eet, of omdat je snel wat kilo's kwijt wilt om er in je bikini goed uit te zien, is gewoon dom. Gluten is een belangrijk eiwit dat je niet zo maar weg kunt laten uit je eetpatroon. Natuurlijk is het prima om geregeld eens een dag glutenvrij te eten. Dat doe ik ook. En natuurlijk kun je best wat minderen met glutenrijke producten. Variatie in de keuken en op je bord, is nu eenmaal belangrijk. Wil je echt helemaal glutenvrij eten, omdat je het gevoel of idee hebt dat het beter voor je is, vraag dan altijd advies aan een diëtist. Echt.

Wie kan er nu eigenlijk wel speltbrood eten?
Iedereen die spelt verdraagt, kan natuurlijk gewoon genieten van speltbrood. Voor mensen met coeliakie is spelt niet geschikt. Voor mensen met een tarwe allergie of overgevoeligheid is spelt ook niet per definitie geschikt. Er zijn echter mensen met een tarwe overgevoeligheid bij wie spelt geen klachten veroorzaakt.

Wat is er wel waar?
Spelt is gezond (voor wie het verdraagt!) maar niet gezonder dan tarwe. Ze komen uit dezelfde familie en bevatten dezelfde voedingsstoffen. Spelt en tarwe bevatten ongeveer evenveel vezels en vezels zijn natuurlijk goed voor je darmen. Bovendien is spelt gewoon erg lekker. Ik eet regelmatig speltbrood (en andere speltproducten) gewoon omdat ik het lekker vind. Ik wissel tarwe- en speltbrood af omdat het past in een gevarieerd eetpatroon.

Speltbrood
Veel speltbrood dat je in de winkel kunt kopen, bevat meer dan alleen spelt en dat is jammer. Speltbrood is niet per definitief tarwevrij! Vaak bevat speltbrood allergenen als soja, tarwe en lupine. Dat is niet nodig. Mijn speltbrood haal ik bij de bakker, dat is echt gebakken van speltmeel. Je kunt het natuurlijk ook heel eenvoudig zelf maken. Vervang tarwebloem door speltmeel (eventueel bloem) en voeg eventueel nog een klontje boter of een scheutje olie toe voor een smeuïger resultaat. Volg verder het basisrecept voor brood (voeg water, gist en zout toe). 


Tosti van Soma speltkoren ©

Speltkoren test (Soma)
Ik testte onlangs uit de #Foodybox het speltkoren (brood) van Soma. Het spelt in het brood is afkomstig van eigen bodem en ambachtelijk gemalen in een door waterkracht aangedreven molen. Daar word ik blij van. Immers: wat dichtbij groeit, is lekker, zeker als dat met respect voor mens en milieu gebeurt! Het brood is ook lekker. Voorgesneden in dunne plakjes doet het manlief denken aan roggebrood maar mij meer aan het Duitse brood dat mijn moeder vroeger net over de grens kocht. Beide associaties blijken niet zo gek: Soma is een Limburgse bakkerij, o.a. van oudsher bekend om het gerezen roggebrood. Inmiddels is het ook in (o.a.) Duitsland verkrijgbaar.

Smaakvol is het brood zeker, ook manlief is enthousiast. Wat ik persoonlijk jammer vind, is dat het ook een behoorlijke ingrediëntendeclaratie heeft. Ik lees bovendien allergenen als rogge, tarwe gerst, lupine en soja. Het bevat geen melk of ei! Op het etiket staan de allergenen keurig vetgedrukt. De allergenendeclaratie op de website is wat verwarrend, daar staat bij allergenen alleen een kruisbesmettingswaarschuwing voor hazelnoten (overigens bevat ook het etiket een kruisbesmettingswaarschuwing voor noten) en staan overige allergenen niet benadrukt. Dat moet je zelf uit de tekst halen. Mijn eerdere waarschuwing blijft van kracht: lees altijd de etiketten en niet alleen de allergenen declaratie!

Het Speltkoren van Soma is verkrijgbaar bij de meeste supermarkten. Het blijft behoorlijk lang goed en het is echt lekker. Ik maakte er de heerlijkste ui-gruyere tosti's mee, daarvoor bleek het brood heel geschikt. Het bruint prachtig, met precies de juiste bite en een subtiel zoetje in de korst. Ben je niet overgevoelig voor glutenbevattende granen (of andere in het brood aanwezige allergenen), dan kun je dit brood zeker eens proberen. Al is het maar ter afwisseling.

Wil je meer weten over coeliakie of tarwe allergie en wat je wel of niet kunt eten? Vraag dan advies aan een arts of diëtist (ik ben dat niet!) of raadpleeg de website van de Stichting Voedselallergie en de Coeliakie vereniging.

Culinaire groet,
x Larisse

*** Super leuk als je van mijn blogs geniet! Maar vergeet niet: op alle teksten, recepten, culitips en beelden berust auteursrecht (soms ook van anderen) en is merkrechtbescherming Larisse® van toepassing! Wil je naar een recept, tip of beeld verwijzen, vraag het dan even! Het Soma brood is beschikbaar gesteld in de Foodybox. Het is mijn eigen keuze om hier over te schrijven. ***

woensdag 23 september 2015

Champignonburger Asian Style


Champignonburger Asian Style ©

De herfst is culinair gezien natuurlijk wel een geweldig seizoen. Van appel tot stoofpeer en walnoot tot paddenstoel. Heerlijkheden te kust en te keur en inspiratie 'all over the place'. De herfst maakt het ons wat dat betreft gemakkelijk. Prachtige herfstgroenten, fruit, noten en paddenstoelen in overvloed. Dat nodigt uit tot koken en maakt het bovendien extra gemakkelijk om vlees eten ook eens een dagje over te slaan. Dat is niet alleen gezond voor mens en dier, maar ook voor het milieu.


© Koolen Champignons

Ik eet minimaal twee dagen in de week vlees noch vis en gebruik op die dagen groenten als bron van culinaire inspiratie. Officieel ben je dan een 'flexitariër' (dat is iemand die één of meer dagen per week geen vlees eet). Vaak is dat een bewuste keuze maar soms ben je onbewust flexitariër en doe je puur op gevoel iets goeds. Ik vind het in de eerste plaats gewoon erg lekker en ook belangrijk om gevarieerd te eten. De ene dag vlees, de andere dag vis en de volgende dag alleen groenten, al dan niet aangevuld met pasta, quinoa, rijst of noedels.

De herfst is een paddenstoelenseizoen bij uitstek. Champignons, kastanjechampignons, portabella, cantharel, trompette de la mort, roze oesterzwam, ik ben dol op paddenstoelen in alle soorten en maten. Heerlijk in een herfstgerecht en zeker ook in een vegetarisch gerecht. In Nederland worden al deze soorten en meer geteeld. Extra reden dus om hier wat heerlijks mee te maken. 

Wanneer ik een vegetarisch gerecht bereid, denk ik echt vanuit het pure product. Ik ga niet op zoek naar vleesvervangende producten. Dat is misschien wel een beetje de aard van het beestje: in alle recepten die ik ontwikkel, denk ik altijd vanuit smaak en een culinaire beleving. Ik neem pure producten als basis en verzin daar iets lekkers mee. Toch liggen er steeds meer vleesvervangende producten in de winkel. Ik testte deze week de champignonburger van Koolen Champignons. Koolen Champignons is een bedrijf dat continue bezig is met het bedenken en ontwikkelen van heerlijke variaties met paddenstoelen.


Champignonburger Koolen Champignons ©
Zelf maak ik met regelmaat heerlijke groenten burgers en dikwijls gebruik ik dan portabella (en dan gewoon de hele champignon). Ik was dan ook best nieuwsgierig naar deze champignonburger die ik in de #Foodybox vond. De champignonburger lijkt weliswaar eigenlijk alleen qua uiterlijk op een 'echte' burger, de smaak verraste mij beslist. Best lekker. De burger blijft bij bereiden bovendien echt goed in vorm en bakt gemakkelijk en snel gaar. Slechts vier minuutjes in de pan met een klontje roomboter of een scheutje olie (of 6-8 minuten in de voorverwarmde oven op 180 °C) is voldoende. Kind kan de was doen! En met een beetje hulp ook vast wel de burger bereiden ;-) 


Klein minpuntje vind ik dat de burger behoorlijk wat allergenen bevat: melk/lactose, ei, (wal)noten, tarwe en soja. Bovendien staat er een kruisbesmettingswaarschuwing op voor noten en pinda. Het valt mij op dat dit vaak zo is met vleesvervangende producten. Te vaak bevat zo'n product in elk geval soja of lupine, gluten en meer. Toevoeging van deze allergenen maakt de burger ongeschikt voor een groot deel van de mensen met een voedselallergie of coeliakie (glutenintolerantie) en dat is jammer. 

Voor wie probleemloos van deze allergenen geniet, is de burger een leuke tip. De walnoten zorgen voor een prettige 'bite' en de smaak combinatie met champignon, geitenkaas, honing en tijm is beslist goed gekozen. Serveer de burger bijvoorbeeld op een broodje met een salade van biet of maak mijn variatie van champignonburger met een Aziatische twist!


Champignonburger Asian Style ©

Recept: champignonburger Asian Style©

Ingrediënten (voor 2 personen):
50 gram sperziebonen
100 gram bloemkool in roosjes
125 gram egg noodless (bijvoorbeeld Go-tan)
een klont roomboter of 2 eetlepels olijfolie

2 champignonburgers (Koolen Champignons)
100 gram taugé
1/2 komkommer in repen gesneden
Voor de pindasaus*:
3 eetlepels arachide olie
1 sjalot, gesnipperd
1 teen knoflook, fijn gesneden
1 theelepel goela djawa (palmsuiker)
150 gram pindakaas
een flinke scheut kokosmelk
een scheut melk
1 eetlepel sambal (of naar smaak)
2-3 eetlepels ketjap (of naar smaak)
1/2 theelepel djahé (gemalen gemberwortel) (of naar smaak)

Bereiding:
Stoom de sperziebonen en bloemkool gaar in een stoomkoker (of kook beetgaar). Serveer de groenten afgekoeld.
Week de egg noodles 5 minuten in kokend water.
Bak de champignonburgers 2 minuten aan weerszijden of tot gaar in een klontje boter of 2 eetlepels olijfolie.

Van de pindasaus:
Verwarm de arachide olie in een steelpan en bak de sjalot en knoflook daarin glazie. Voeg de goela djawa toe en roer tot deze is opgelost.
Voeg de pindakaas toe, roer goed door en voeg dan in gedeelten een flinke scheut kokosmelk en een wat kleinere scheut melk toe.
Roer goed tot alle (kokos)melk is opgenomen en voeg zo nodig nog wat extra (kokos)melk toe om de saus de gewenste dikte te geven.
Voeg naar smaak sambal, ketjap en djahé toe en roer het geheel goed door. Laat de saus maar kort en op laag vuur koken en serveer de saus warm. 

Serveren:
Schik de noodles in een bakring en verwijder de ring.
Leg de burgers op de noodles en garneer met taugé. Schep er een eetlepel pindasaus op.
Serveer de groenten en komkommer apart met pindasaus.

*** De burgers van Koolen champignons bevatten melk/lactose, ei, (wal)noten, tarwe en soja. Dit recept bevat pinda, melk, soja. In 'Sterren van de hemel' vind je een recept voor 'nuts about ya',  een pindavrije satésaus die ook vrij is van overige allergenen.***

Geniet!

Culinaire groet,
x Larisse

*** Super leuk als je van mijn blogs geniet! Maar vergeet niet: op alle teksten, recepten, culitips en beelden berust auteursrecht (soms ook van anderen) en is merkrechtbescherming Larisse® van toepassing! Wil je naar een recept, tip of beeld verwijzen, vraag het dan even! De champignonburger van Koolen Champignons is een product uit de #Foodybox en is kosteloos beschikbaar gesteld om te testen. Het schrijven en de inhoud van dit blog is mijn eigen keuze en mening! ***

zondag 16 november 2014

The making of...


Wie mij volgt op social media kanalen (of #irl), leest en hoort al een tijdje over al mijn activiteiten rondom de realisatie van mijn nieuwe kookboek. Regelmatig krijg ik de vraag hoeveel tijd het nu eigenlijk kost om zo'n boek te maken en wat er nu zoal bij komt kijken. Kort door de bocht kan ik daar op antwoorden: veel en véél! Maar dat zegt jullie dan natuurlijk ook niet zo, ehm, veel. Daarom nu, aan de vooravond van de vooraankondiging (het moment waarop ik jullie heel veel ga vertellen over het boek) een kleine blik achter de schermen van de realisatie van mijn kookboek.  Mijn, want elke auteur heeft natuurlijk zo zijn of haar eigen werkwijze.

Dutch Specials groenten ©
Het belangrijkste onderdeel is toch wel de receptontwikkeling. Daar ben ik al jaren geleden mee begonnen en daar werk ik eigenlijk doorlopend aan. Recepten ontwikkel ik vanuit een behoefte of een vraag (pindavrije satesaus bijvoorbeeld en heerlijke pastasauzen of cakejes), geïnspireerd door prachtige producten (zoals de Mira avocado olie of de groenten van Dutch Specials telers of de cederhouten planken van Koken op Hout). Dan ben ik zó enthousiast over een product dat ik alles wil ontdekken wat ik er mee kan maken en dan vooral ook heel veel nieuwe toepassingen wil verzinnen. Dan bedenk ik hoe dat ook jullie keukens kan verrijken en dat is een enorme bron van inspiratie. Ook ontwikkel ik recepten op verzoek van telers, leveranciers en fabrikanten. Recepten met hun producten in de hoofdrol. Dit doe ik overigens uitsluitend met producten waar ik ook echt achter sta. Dan ontwikkel ik nog recepten voor kookshows, proeverijen, demo's, trainingen (bijvoorbeeld voor de training 'Voedselallergie voor Food Sevice', waarin ik het praktijkgedeelte voor mijn rekening neem en chefs (en andere Food ondernemers en medewerkers) in de praktijk leer om te gaan met allergenen in de keuken en hen bovendien leer om inspirerende gerechten te bereiden vrij van allergenen). Maar de meeste recepten ontwikkel ik gewoon omdat ik het heerlijk vind om te doen.  Lekker in mijn joggingbroek in de keuken, mijn culinaire creativiteit alle vrijheid geven. Dan ben ik echt in mijn element. En dan snap je misschien ook waarom ik op schaarse vrije zondagen nog steeds gewoon in mijn keuken te vinden ben.

puntpaprika op hout ©

Als ik nieuwe recepten verzin, denk ik niet gelijk "hé laat ik eens een kookboek schrijven". Oké, tegenwoordig is die stap misschien iets logischer, maar mijn eerste boek heb ik nooit geschreven als boek, maar puur voor mijn zoontje Daan*. Het idee voor een boek ontstond pas veel later en vooral door de grote vraag ernaar. Het boek waar ik nu aan werk, heb ik al jaren in mijn hoofd. Het is de ultieme vervulling van Daan*s wens ("iedereen moet lekker kunnen eten, zelfs als ze 'niets' mogen") en daarmee de wensen van velen.

Voor ik aan mijn manuscript begon, heb ik eerst honderden recepten ontwikkeld. Er zijn ook auteurs die eerst gaan fotograferen, dan pas recepten gaan (op)schrijven en het boek eromheen schrijven. Voor mij werkt dat niet. Eerst heb ik het boek helemaal in mijn hoofd, dan schrijf ik het en selecteer de receptuur. In dat laatste ben ik overigens heel streng en blijf ik tot het laatst verbeteren. Voor mijn gevoel is het nooit af, maar ergens moet dat natuurlijk wel. Als het goed is, is het goed. En daar komt dan ook een goed team van pas. Een geweldige uitgever bijvoorbeeld, die begrijpt waar ik mee bezig ben, hoe ik werk en die bijtijds zegt: "Laris, nu moet je het aan mij geven hoor." Maar die ook begrijpt hoe belangrijk dit boek voor mij is. Hoe het een deel van mij is dat ik aan jullie wil geven en hoe het moet kloppen, van de eerste letter tot de laatste punt en alles eromheen. De zoektocht naar die perfecte match qua uitgever kost best wat tijd. Maar ik vond een bijzondere en fantastische uitgever, een keuze die ik overigens echt op gevoel heb gemaakt. En ik beloof jullie dit: ze is geweldig!

Mijn kookboek kan nog zo geweldig zijn, zonder een fantastisch team, ben ik helemaal niets! Met mijn team ben ik echt in mijn knollentuin. De fotograaf bijvoorbeeld, is echt fantastisch. Kijk, dit is hem, in actie:

Fotograaf in actie ;-) ©



De foto's zijn zo verschrikkelijk mooi, dat ik er af en toe best een traantje bij weg moet pinken. Wow, wat komt het boek tot leven met zijn prachtige beelden. Fotografie, dat is zeker zo belangrijk als de receptuur. Jullie moeten er trek van krijgen, geïnspireerd door raken en het gerecht willen maken. Nog een belangrijk detail: ik kook alles voor de foto's zelf. Het gerecht staat exact zoals ik het gemaakt heb op de foto en we doen niets om een gerecht mooier te maken. Geen lijm voor de glans, geen vet in plaats van ijs en geen afwasmiddel voor belletjes in de soep. Dat betekent dat als de soep afkoelt, deze opnieuw verwarmd moet worden, we soms haast moeten maken zodat de sla niet verlept en als ik tussen de bedrijven door nog snel even cakejes bak op een verkeerde overstand (oeps), je dus ziet dat ze net wat onregelmatig gerezen zijn. Dat is de jeux! Leuk detail: na de shoots eten we alles op. Soms maken we best veel op een dag en inmiddels heb ik dus ook hele blije buren.

Fotoshoot details ©

Inmiddels zijn we bijna op de helft qua fotografie en dat is best een prestatie. Een shoot is immers veel werk. Plannen, inkopen, voorbereiden, mise en place (alles klaar leggen, waar mogelijk vast snijden en voor koken, etc.) en natuurlijk het daadwerkelijke koken, stylen en fotograferen. Het meeste fotograferen doen we bij mij thuis. Ook daar komt veel bij kijken, want ons huisje is maar klein. Een hoop gesleep en geschuif met spullen, veel zuigen en dweilen, ik heb immers een grote verharende hond en telkens het beste plekje zoeken. Wist je overigens dat we alles met natuurlijk licht fotograferen? Best een uitdaging in het najaar. Elke dag hebben we minder tijd omdat de zon elke dag wat eerder ondergaat. Strak plannen dus, maar het wordt wel super mooi!


Wat ik nog helemaal vergeet te vertellen, is dat ik de food styling en styling ook helemaal zelf doe. Dat betekent dat ik het werk van drie personen doe, maar eigenlijk ook weer niet. Het maakt het boek immers heel eigen en puur. Die styling is nog wel een heel avontuur. Voordat we aan de fotografie begonnen, heb ik samen met manlief maandenlang heel wat rommelmarkten, kringloopwinkels en kasten van familie en vrienden afgestruind. Op zoek naar props (rekwisieten). Het boek heeft een verhaal, maar ook elke foto heeft een verhaal en elk bordje, kommetje, vorkje, lepeltje en al wat meer, heeft een verhaal. Alles heeft al een leven geleid, voor het door ons op de gevoelige plaat wordt vast gelegd. Heel symbolisch, heel mooi. En ook heel veel werk, kijk maar:

Props ©


Als je maar weinig bergruimte hebt, is het wel belangrijk dat je alles goed documenteert en terug kunt vinden. Barry (manlief) is dan ook onmisbaar als Props Manager. Daarnaast is hij overigens ook Floor Manager, Food & Beverage Manager en Assistant to Photographer bij de shoots en dus totaal onmisbaar bij de realisatie van het boek! Zie:

Het perfecte team ©

Als ik je vertel dat het boek meer dan 180 recepten telt, begrijp je misschien wel dat het best even wat werk is. Maar wel het mooiste werk dat er is!

Hoe klein je ook bent wanneer je iets wenst, wensen zijn onbegrensd en leven voort. Daan*s wens is het beste bewijs! Ik weet zeker dat er ergens aan de hemel een sterretje heel trots straalt. Het is prachtig hoe klein, groots inspireert. Ik kan niet wachten tot dit prachtige, bijzondere, unieke en inspirerende boek af is. Zodat ik het jullie kan laten zien en dat je begrijpt wat ik bedoel als ik zeg dat dit een boek is dat heel blij maakt.

donderdag 11 september 2014

Hoe doe je dat toch?


Als het druk is in mijn hoofd, helpt het om iets creatiefs te doen. En ja, mijn hoofd is druk. Gevuld met indrukken van de afgelopen tijd. Herinneringen aan inspirerende en gemotiveerde cursisten tijdens de cursus Voedselallergievoor Food service die ik samen met allergie collega Marjan van Ravenhorst geef. Echt prachtig om te zien dat er koks zijn die meer willen weten over allergie zodat zij hun gasten beter kunnen informeren. Dat er koks zijn die een stapje verder willen gaan en iets vrij van allergenen willen serveren. Grossiers die mee willen denken met chefs die bij hen inkopen. Dieetkoks die naar mogelijkheden zoeken voor patiënten met allergie. Of ‘gewoon’ een moeder van een ernstig allergisch kind dat de grenzen van wat wél mogelijk wil verleggen, om haar kind een zo normaal mogelijk leven te bieden. Onroerend. Herkenbaar. Stuk voor stuk gemotiveerde cursisten die maken dat ik deze training met heel veel zorg en liefde geef.

Cursist ontwikkelt culinaire creativiteit ©

Er zijn nieuwe Europese richtlijnen van kracht die ondernemers in de Food Service verplichten om volledige en betrouwbare informatie omtrent allergenen te verstrekken. Belangrijke richtlijnen die nu al gelden, maar waar een ieder uiterlijk met ingang van 13 december 2014 aan moet voldoen. Dat zorgt voor heel wat beren op de weg want het heeft best wat impact voor een restaurant, een snackbar, een ijscoboer en zeker ook de groentespecialist. Werk je met een vaste menukaart? Dan volstaat één maal zorgvuldig documenteren en blijvend controleren van bijvoorbeeld etiketten. En natuurlijk alert zijn bij het bereiden, opdienen en vooral de ‘finishing touch’ van het gerecht. Prima als je iets wijzigt in de bereiding of presentatie, maar voeg je allergenen toe, dan moet dat ook bekend zijn. Wisselt de kaart dagelijks, dan betekent dit elke dag opnieuw controleren en registreren welke allergenen er in bepaalde gerechten voorkomen. Vervolgens moet er ook een manier gekozen worden om dit aan de gast te communiceren. Vergis je niet, dat is een flink en nauwkeurig karweitje dat best wat tijd vraagt. Maak je alles zelf en werk je niet met pre-fab producten, dan is het registreren wat minder ingewikkeld. Werk je veel met halffabricaten, dan is het lezen van etiketten een must!

© Met dank aan www.Loesje.nl


Los van de verplichtingen, biedt de nieuwe wetgeving natuurlijk ook kansen. Kansen om een doelgroep te bereiken die je nu niet bereikt, want een groot aantal mensen met (ernstige) allergie, gaat nu niet uit eten. Kansen ook, om je culinaire creativiteit te prikkelen en je te onderscheiden. Ik ben dol op kansen en grijp ze elke dag met beide handen gretig aan. Zeker als het gaat om voedselovergevoeligheid!

Smaak van NL finale 2013 © Einte Visser


Culinaire creativiteit is een excellente manier om wat rust te krijgen in een druk hoofd. Met een to-do lijst waarvan het einde inmiddels zo zoek is, dat ik even niet meer weet waar ik moet beginnen, laat ik vanmiddag de boel de boel en tuig de keuken in. Ik heb inspiratie voor een recept waar ik al heel lang aan werk. Ik moet eerlijk zeggen, de meeste recepten schud ik zo uit mijn mouw. Dagelijks overigens en in het bijzonder in pittige tijden. Dat was vroeger al zo. Ik herinner mij een moment waarop ons kleine ventje in kritieke toestand in het ziekenhuis lag. De hele nacht waakte ik naast zijn bed. Slapen kon ik niet. Vellen schreef ik vol. De specialist die een oogje in het zeil hield, vroeg mij wat ik toch allemaal schreef. “Recepten”, antwoordde ik. Het leek wel of ze uit mijn poriën kwamen en uit mijn mouwen stroomden. Ik kon mijzelf amper bijhouden om ze allemaal op te schrijven. Aan het einde van de nacht was het gevaar geweken en was ik 45 recepten rijker. Toen al was het schrijven van recepten mijn overleven.

Nu moet ik eerlijk bekennen dat 99% van de recepten die ik verzin ook in één keer klopt. Het is overigens de vraag die het meest gesteld wordt: ‘hoe doe je dat toch?’ Eerlijk? Ik weet het niet. Alles om mij heen is inspiratie. Dat kan een mooi product zijn, maar ook een mooie dag, een culinaire wens of behoefte, blijdschap en ook verdriet. Soms verzin ik een recept op voorhand, noteer het en test het later in mijn keuken. Maar de mooiste manier om recepten te ontwikkelen, is heerlijk in mijn joggingpak de keuken in, een kladblok naast mij en gewoon beginnen. Ingrediënten, hoeveelheden, het verschijnt gewoon. Ik weeg, voeg toe, noteer, observeer, pas zo nodig aan. Dat wegen en meten, dat deed ik vroeger nooit en eigenlijk kook ik nog steeds niet zo. Maar het is verrekte onhandig als je later een recept wilt uitwerken. Ik heb nog schriftjes vol met daarin uitsluitend de ingrediënten genoteerd. En een waardering zoals ‘Top recept!’ of ‘needs work’. Die moet ik dan dus opnieuw maken.

Recepten ontwikkelen is wat ik het liefste doe. In mijn weinige vrije tijd sta ik nog het liefst in de keuken. 95% van de tijd. Die andere 5% heb ik dan ook werkelijk écht geen zin. Mensen verklaren mij soms voor gek, ben je vrij, sta je wéér te koken. Maar het geeft rust. En af en toe heb ik dat heel erg nodig.

Enfin, het recept dat nu in wording is, is een recept waar enorm veel behoefte aan is. Maar wat –voor zover ik weet- nog niemand gelukt is. Dat wil zeggen, niemand gelukt is met gebruik van pure en eenvoudige ingrediënten. Ik hou niet van recepten waar ik stad en land voor af moet reizen om de ingrediënten te verzamelen. Ik werk beslist en pertinent niet met ingrediënten als ‘egg replacer’ en wat nog meer. Waarom zou je? In tijden van depressie bakten Amerikaanse vrouwen ook cake zonder boter, melk en eieren. Dat was duur of schaars. Egg replacers waren er toen ook niet. Eten moet puur zijn, koken en bakken laagdrempelig, met de incidentele culinaire uitspatting voor wie daar behoefte aan heeft.

Intussen heb ik best een goed gevoel over mijn recept. Het is mij nog niet eerder gelukt, maar het ‘tussen stadium’ ziet er al heel wat beter uit dan ooit tevoren. Het recept, bewaar ik voor mijn nieuwe kookboek waar ik ondertussen heel hard aan werk en waar ik hopelijk op korte termijn heel wat meer over kan vertellen. Wie in de tussentijd inspiratie zoekt, vindt dit bijvoorbeeld op mijn website, dit blog (check zeker ook het archief), mijn culinaire pagina op Love My Salad, mijn posts (en natuurlijk die van mijn collega’s) op Lekker Tafelen en natuurlijk mijn meest recente culinaire inspiratie boeken ‘Kruidje roer mij’ (recensie & recensie ;-) en ‘Culikruiden’ (recensie & recensie ;-)

Het recept is al even uit de oven en ik ben dol blij om te kunnen vertellen dat het is gelukt! Huis gebakken brood!!!

Brood, daar zit niets in! ©


Rustiek, verrukkelijk en ook nog eens vrij van 24(!) allergenen!! Hoe gaaf? Het recept … deel ik in mijn aanstaande kookboek!

Reageer gerust, doe alsof je thuis bent & geniet!

Culinaire groet,
Larisse
www.larisse.nl



zaterdag 22 december 2012

Do it yourself kerstdiner


Koken is mijn passie. Het schrijven (verzinnen, ontwikkelen en zelfs demonstreren) van recepten is inmiddels ook mijn werk, maar koken blijft één van mijn grote liefdes. Zelfs wanneer ik vrij ben, breng ik nog steeds heel wat uurtjes in de keuken door. Als ik zomaar ergens een verdwaald moment tijd ‘over’ heb om te lezen, lees ik kookboeken. Of culitijdschriften. Of ander leeswerk over voeding. Koken is heel letterlijk mijn lust en mijn leven. Regelmatig vragen mensen mij  hoe ik dat toch ‘doe’, al maar nieuwe recepten verzinnen. Hoe dat precies in zijn werk gaat, kan ik eigenlijk ook niet uitleggen, maar ik vind inspiratie in alles en iedereen om mij heen en heel diep in mijn hart. Toch heb ik ook mijn momenten waarop ik geen pan aan kan raken en de keuken de laatste plaats is waar ik moet zijn. Het is gelukkig altijd van zeer tijdelijke aard, maar er zijn mensen die echt huiveren bij het idee te moeten koken. Die dagelijks die moeite ervaren. Dat lijkt mij best pittig.
In onze eerste kerstviering sinds jaren maak ik een heerlijk ‘diner voor twee’ maar ontvang ik ook lieve vrienden aan tafel. Ik geef het eerlijk toe: dat laatste vind ik de ene dag een beter idee dan de andere dag omdat een deel van mij toch het liefst heel diep weg kruipt onder een dekentje voor één of andere zoetsappige kerstfilm zonder echt verhaal. Maar het koken vind ik leuk en het koken is mijn houvast. Mijn enige dilemma dit jaar is kiezen tussen de vele receptideeën die ik heb verzonnen. Een luxeprobleem in deze tijden van overvloed.

Maar mensen die met het zweet in de handen in de keuken staan om de hele familie een dis te serveren, wordt het in deze tijd van postmodern koken een stukje gemakkelijk gemaakt. Een kerstdiner haal je tegenwoordig gewoon ‘ready to serve’ in de supermarkt! Het gemak dient de mens, tenminste, als smaak volkomen irrelevant is. Toch wel enigszins nieuwsgierig verricht ik een klein ‘marktonderzoek’.

AH heeft de handen ineen geslagen met niemand minder dan Jamie Oliver. Samen serveren zij kerstklassiekers en dat belooft wat! Vol goede moed stap ik de AH binnen. Ik moet eerlijk bekennen, hier kom ik niet zo vaak. Ik start mijn zoektocht naar inspiratie en prachtige producten tot ik het ‘ready to cook’ assortiment ontdek tussen de standaard Appie magnetronhappen en kant en klare pasta sauzen. Enigszins teleurgesteld bestudeer ik het assortiment kant en klare stamppotjes, voor-gemarineerde rosbief, zalmgebraad en zelfs hert dat je alleen nog maar in de oven hoeft te schuiven. De prijzen liegen er niet om, maar de etiketten lijken ook wat ‘eerlijker’ dan het excellent assortiment. Niet alles spreekt mij gelijk aan – en voor een grappig marktonderzoek voel ik ook niet zoveel voor een peperduur rosbiefje- maar ik laat mijn oog vallen op een pureetje met bosui en waterkers (en een flinke klont boter bovenop). Het idee is leuk (zelfs al kan ik voor die € 6 zelf wel ongeveer het viervoudige maken) en het ziet er niet onappetijtelijk uit. Ik verheug mij over het gebrek aan E621 en andere ellende en besluit de stap te wagen. Ik heb een lekkere entrecote thuis die ik even grill en daar zou dat pureetje best bij kunnen smaken.

Bij bereiding heb ik keuze uit twee opties: in de magnetron of in de oven. Nu is de keuze gemakkelijk want ik ben niet zo dol op magnetronbereidingen. Ik kook er mijn melk voor de koffie in en ontdooi het konijnenvlees voor de hond, maar dan heb je het wel gehad. But when it comes to cooking… Juist! Jullie raden het al, de oven dus! Ik kan mij al haast voorstellen dat je hiervoor kiest. Jamie is in veel huishoudens een begrip en een ‘kerstgerecht by Jamie’ voelt toch bijna alsof je het zelf gemaakt hebt, niet? Mijn entrecote is gegrild en heeft gerust en ‘mijn’ pureetje is klaar. De eerste is sappig en smaakvol, de tweede gortdroog (zelfs die klont boter helpt niet) en vooral brem en bremzout! Ik schrik, zou Jamie dit weten? Als geen ander zette hij zich in voor gezond schooleten in Groot Brittannië. Dit pureetje smaakt naar niets anders dan 100% van mijn dagelijks aanbevolen hoeveelheid zout! Jullie begrijpen, ik waag mij niet eens meer aan de rosbief of zalm. Wie kerstmis á la Jamie Oliver wil genieten, doet er verstandig aan om gewoon het Jamie Magazine (kersteditie) te halen en het lekker zelf te maken!

Lidl verrast ongekend prettig met Ramon Beuk: laagdrempelige ‘do it yourself’ recepten compleet met instructiefilmpjes online. De recepten zijn simpel, maar wat is daar mis mee? Voor wie graag een echt zelf gekookt diner serveert met 0,0 culi ervaring is dit beslist een oplossing. Ramon legt het duidelijk en rustig uit, de beelden helpen daarbij en je kunt het filmpje natuurlijk zo vaak bekijken als je maar wilt. Zelfs een ei pocheren kan zo niet mislukken! Ik zeg aanrader (al ben ik dan wel van mening dat je de zalm beter bij de visboer kunt halen, de groente bij de groentespecialist en het vlees bij de slager, maar dat terzijde).

Wat alle kerstrecepten en gerechten gemeen hebben, is dat alle bol staan van de toppers van allergenen. Melk, eieren, vis en ga zo maar door. Natuurlijk prima ingrediënten, maar wel een beetje jammer als je toevallig allergisch of anderszins overgevoelig bent voor één van die toppers. Vandaag speciaal voor jullie een tweede, derde en vierde recept voor een (h)eerlijk kerstdiner (of avondmaaltje voor elke willekeurige andere dag). Op veler verzoek mijn No Stress Kerstdiner:

* ** kip uit de römertopf***
*** roseval aardappeltjes in citroendressing***
*** simpele salade***

Be inspired!
X Larisse

Recept Kip uit de Römertopf by Larisse®
een römertopf vind ik echt één van de onmisbare kookattributen in mijn keuken. Een half uurtje weken in water, waarna je zonder toevoeging van vetten (boter, olie etc.) een fantastisch smaakvol en gezond gerecht bereidt! In deze tijd vind je een römertopf (of de wat goedkopere variant die bijvoorbeeld Schlemmertopf heet) in vele huishoudwinkels. Probeer het eens bij de Marskramer of de Ikea! Ik beloof je jarenlang kookplezier!
Ingrediënten:
1 hele kip die een goed leven heeft gehad, of enkele kippenbouten van idem kwaliteit.
2 eetlepels honing
het sap van bijna twee sinaasappels (bewaar ca. 1 eetlepel voor de saladedressing)
een drupje cognac (optioneel)
een scheutje olijfolie (ca. 1 á 2 eetlepels)
beetje grof zout (afhankelijk van smaak, dieet en de grootte van je kip)
1 teen knoflook


Bereiding:
Meng de honing, het sinaasappelsap, de cognac en de olijfolie met een beetje grof gemalen zeezout tot een gladde marinade.
Leg de kip of de kippenbouten in de (voorgeweekte) römertopf.
Maak over de gehele bovenzijde van de kip of de bouten kleine inkepingen (sneetjes) in de huid.
Verdeel de marinade over de kip en wrijf het met je handen even in (niet vergeten om je handen te wassen na aanraking van rauwe kip, ook als deze een goed leven heeft geleid!)
Snijd de knoflook in dunne plakjes en stop deze in de kleine inkepingen die je eerder maakte.
Plaats het deksel op de römertopf en plaats deze in een koude oven.
Zet de oven op 180°C (onder/bovenwarmte) en gaar de kip in ca. 1 uur tijd.

Ben je nog gezellig samen een drankje van het één of het ander aan het drinken, of loopt alles wat uit, dan kan de kip rustig wat langer in de oven blijven. Schakel dan de temperatuur wat lager!
Voor een krokant velletje, haal je het laatste kwartiertje het deksel van de römertopf.

Recept Roseval aardappeltjes met citroendressing by Larisse®
dit gerecht smaakt beslist het best als het lauwwarm geserveerd wordt. Ideaal dus in dit no-stress kerstmenu! We blijven gewoon ontspannen.
Ingrediënten:
een kilootje roseval aardappeltjes, gewassen maar niet geschild
het zest (= geraspte citroenschil) van 1 citroen
het sap van 1 citroen
een scheutje olijfolie (1 á 2 eetlepels)
wat grof gemalen zeezout (optioneel)
een paar blaadjes basilicum (optioneel)


Bereiding:
Halveer de roseval aardappeltjes indien nodig en kook ze in ruim water in ca. 12-15 minuten gaar. Let op dat ze niet te zacht worden!
Giet de aardappels af en zet de pan vervolgens met de aardappels nog even terug op het vuur. ‘Kook’ de aardappels in ca. 2 minuten droog onder regelmatig schudden van de pan.
Laat de aardappels nu afkoelen tot kamertemperatuur.
Meng de aardappels nu met het citroenzest, citroensap en de olijfolie. Ze moeten net een ‘glansje’ hebben maar zeker niet druipen van de dressing.
Doe de aardappels over in een mooie schaal en sprenkel er naar wens nog iets grof zeezout over.
Garneer met hier en daar een basilicum blaadje.


Recept Simpele Salade by Larisse®
Kies bij je groentespecialist een mooie slamelange of vraag aan de groentespecialist om er zelf één voor je samen te stellen. Geloof me, dat doet hij/zij graag!
Natuurlijk kun je deze salade nog veel spannender maken, maar het is echt niet nodig. Bij dit menu past een eenvoudige salade, bestaande uit mooie en kwalitatief goede ingrediënten. Kies je voor uitstekende basisproducten, dan hoef je niets toe te voegen!
Ingrediënten:
een mooie slamelange
een mooie olijfolie
een mooie frambozenazijn
een drupje honing
een snufje grof gemalen peper (optioneel)
een scheutje verse sinaasappelsap


Bereiding:
Doe de sla in een mooie grote schaal.
Meng alle ingrediënten voor de dressing in een leeg jampotje en schud deze (met het deksel erop) even goed tot je een mooie dressing hebt.
Verdeel met een lepel zo veel van de dressing over de salade als je maar wilt. De rest kun je in het jampotje in de koelkast nog enkele dagen bewaren.


Disclaimer: Larisse® is niet verantwoordelijk voor aandoeningen en/of schade die voortvloeien uit het gebruik van de receptuur. Schakel bij twijfel altijd een arts of diëtist in.

Op dit recept en beeld berust copyright Larisse®.
www.larisse.nl


 

 

woensdag 7 september 2011

Herfst (met recept voor appeltaart)

Arme Wilg. Hij heeft de strijd verloren. Zo dapper als hij zich gehavend door de storm overeind hield, zo zielig is hij nu. Mannen kwamen. Met ladders. Met zagen. Van dappere Wilg rest nu niets meer dan een geamputeerd stronkje. Met een paar kale takken die als een noodkreet naar de hemel reiken: “red mij!” Toon Hermans schreef, ‘al wat sterft zal bloeien’. Je kunt je daar nu moeilijk iets bij voorstellen.
En toch is het waar. Ergens op één van de kale takken ontkiemt reeds dapper een nieuw groen twijgje. Niet meer dan een sprietje is het, bijna niet met het blote oog waarneembaar. Maar toch, het is er, die drang tot bloeien, die wil om te overleven. Slechts een klein sprietje hoog, met enige aarzeling, maar met een enorme oerkracht. Soms kan uit de puinhopen der verwoesting iets moois ontstaan en iets nieuws groeien. Die verwoesting, of natuurlijk eigenlijk datgene wat door de verwoesting is ontnomen, wordt een bron van kracht en inspiratie. Die kracht is heel tegenstrijdig eindeloos fragiel en heeft verschrikkelijk veel zorg, liefde en energie nodig. Het kost vele seizoenen om uit te groeien tot iets moois. Nooit meer tot wat het was, maar anders. Daar waar een wil(g) is, is een weg. Wilg weet het en ik ook.
De herfst maakt dit jaar een vroege intrede. Zo tussen de kalende bomen valt Wilg straks misschien niet eens meer zo op. Dan zijn alle andere bomen net als hij, bladloos, kaal, maar van binnen hardwerkend aan een nieuwe bloei. Met de komst van de herfst verliezen hier ook de vele fruitbomen hun vruchten. Reeds dagenlang rijden kleine tractors over modderige wegen met tientallen kisten vol prachtig fruit. Schitterend vind ik het, die vol rode appelen en die bolle peren, waarbij de één telkens net weer een beetje anders is dan de ander. Een prachtig cadeau van Moeder Natuur. Toch ziet de boomgaard er ook een beetje troosteloos uit nu. Waren de bomen vorige week nog vol  trots beladen met schitterende appelen en peren, nu staan ze er een beetje verloren bij.
In het gras ligt hier en daar een appel of peer die de selectie niet gemaakt heeft en die zonder pardon is achtergelaten. Hondlief leeft zich uit, want als inmiddels rasechte Betuwenaar, is hij verzot op fruit. Dat zijn buikje er minder blij mee is, deert hem niet, als hij zijn grote kaken vol overgave in drie peren tegelijk zet. Een blik van puur genot. Als ik de achtergelaten appelen opraap, begrijp ik zijn enthousiasme. Zij zijn gewoonweg prachtig! Oké, ze hebben hier en daar een klein blutsje of een minuscuul zwak plekje, maar maakt dat ze minder appel waardig? In mijn ogen niet. Dergelijke appelen zijn fantastisch voor in een heerlijke appeltaart!
Ik trek een rood zakje uit mijn jaszak. Kijk, dit zijn weer de momenten waarop ik de gemeente dankbaar ben voor het hondenpoepbeleid. Die rode zakjes: ‘never leave home without it’! Ideaal voor hond zijn behoeften, maar er past ook een volle kilo appelen in. Verheugd keer ik huiswaarts. Met hond dartelend aan de riem en het rode zakje vol verse oogst stevig tegen mij aangedrukt. Ik glimlach naar Wilg en onderdruk een lachkriebel bij de blikken van anderen, die vol afgrijzen, ongetwijfeld in de waan verkeren dat rood zakje iets anders bevat dan prachtige appelen. Laat ze maar denken! Ik eet straks warme appeltaart. Warme appeltaart met in rode port gewelde cranberries en warme vanillesaus. Er zijn momenten waarop het gewoonweg heerlijk is dat het herfst is!

Taartjes - uit 'Kruidje roer mij'

Recept appeltaart (rijk aan veel)

De appeltaart maak ik dit keer barstensvol allergenen, gewoon omdat het kan. Een heerlijk zoet korstdeeg maak ik van ruim 300 gram patent tarwebloem, ca. 2 theelepeltjes bakpoeder, 100 gram suiker, 1 theelepeltje vanillesuiker, 1 groot ei, snufje zeezout en zo’n 150 gram roomboter. Ik laat mijn kneedmonster het werk doen, dan heb ik binnen de minuut een goddelijk deegje. Zeker, het kan nog veel verfijnder, maar zo voor een doordeweekse avond vind ik dit recept echt perfect. Lekker en zo klaar.
Het deeg verdeel ik in twee delen, waarbij het ene gedeelte wat groter is dan het ander. Het grotere gedeelte rol ik uit en daarmee bedek ik de bodem en rand van een springvorm. Die rand een beetje invetten van tevoren is wel handig, met roomboter natuurlijk, en zelf zweer ik bij een bakpapiertje op de bodem. Met een vork wat gaatjes in het deeg prikken en even een minuut of 10-15 op 200 °C in de voorverwarmde oven plaatsen. Dan druipt straks je vulling niet door de bodem.
Kun je ondertussen mooi de appels klein snijden en met wat suiker en kaneel, eventueel citroen zest mengen en natuurlijk de cranberries in port wellen. Taartbodem uit de oven en vullen met het (uitgelekt) fruit. Nu het tweede gedeelte deeg uitrollen, daar kun je het geheel mooi mee afdekken. Ach, wat is mooi, het kan natuurlijk nog veel mooier! Bedekken met een waaier van appelschijfjes, een vlechtwerk van deeg of de dichte versie nog eens aftoppen met gesuikerde pijnboompitten. Maar zo kan het ook en wat ik zeg, het is een doordeweekse avond, ik ben niet al te kieskeurig. Plaats het geheel nog een minuut of 20-25 terug in de oven. Je ruikt en ziet het vanzelf als het klaar is!
In die 20 minuutjes kun je gemakkelijk een simpel vanillesausje maken. Room met een vanillestokje trekken, merg eruit schrapen met een mes en door de room roeren. Dan één eidooier mengen met 30 gram suiker en even tot een egaal mengsel kloppen, gewoon met de garde. Dan de hete room op het eimengsel gieten, goed roeren en het geheel terug gieten in de pan. Dit al roerend met een pollepel verwarmen tot 80°C. Dat zie je ook zonder thermometer vanzelf, het gaat mooi binden. Let op, het mag niet koken! Gebruik overigens een zo vers mogelijk of gepasteuriseerd eigeel.
De taart is klaar, de saus is klaar, wat let je: snijd een flinke punt af en geniet van dit herfstige moment! Zalig als toetje na een fantastische Shepherd’s Pie, meer daarover een volgend keertje!
Voor fantastische vrij van veel appeltaarten zie 'Sterren van de hemel' pagina 138/139.
En nu niet allemaal de boomgaard in rennen! Die appelen vind je natuurlijk ook gewoon bij de groenteboer of in de supermarkt.
Geniet!

Culinaire groet,
x Larisse

*** Super leuk als je van mijn blogs geniet! Maar vergeet niet: op alle teksten, recepten, culitips en beelden berust auteursrecht en is merkrechtbescherming Larisse® van toepassing! Wil je naar een recept, tip of beeld verwijzen, vraag het dan even! ***

dinsdag 2 augustus 2011

Het meest veelzijdige stukje vlees

Ik kende eens mensen, vrienden zo je wilt, dol op lekker eten. Van het type dat zichzelf graag te eten uitnodigt, maar tegelijkertijd niet te beroerd is om de wijn mee te nemen. Dat dan weer wel. De pannen bleven ze echter bij voorkeur ver uit de weg, tenzij er natuurlijk iets te proeven viel. Want smullen, dat konden ze! Koken daarentegen, dat is een heel ander verhaal. Dat konden ze niet. En als ik zeg niet, dan bedoel ik echt N I E T.
Wat aten zij dan eigenlijk? Bij voorkeur datgene wat een ander hen voorschotelde, hetzij thuis, hetzij uit. Kieskeurig waren ze daarin niet. Nu is het natuurlijk zo dat wanneer je je zelf graag als gast ziet bij anderen, je er niet aan ontkomt, de ander zo af en toe ook eens terug te vragen. Tenminste, als je zelf ook welkom wilt blijven. Nu ja, dat deden ze dan ook zo af en toe en daar verloren ze nachten slaap over, want wat moesten ze dan maken?  Vaak werd het een ratatouille van toastjes en zoutjes allerlei, eventueel aangevuld met een kommetje bliksoep, heel avontuurlijk verrijkt met verse peterselie. Dit alles natuurlijk onder het genot van een smakelijk glaasje druivensap uit een goed jaar. Want hoe meer je van dat Goddelijke vocht toebedeeld kreeg, hoe beter alles smaakte. Je werd er vanzelf ook minder kieskeurig door.
Op een dag klonk er een luid EUREKA uit het huis der vrienden, want in de supermarkt had men een ware schat gevonden. Een fantastisch product, in tal van variaties, waarmee ze de dagelijkse maaltijd telkens net weer even anders konden maken. En gemakkelijk, van het soort ‘zo klaar en genieten maar’. Weg gingen de goede flessen wijn, de kasten vulden zich met potten saus en van nu af aan werd de hele vriendenkring bedolven onder potten van dit briljante spul. Nog beter: het bracht een heuse ommekeer teweeg: voortaan werden etentjes ook in hun huis gehouden waarbij er dan ook nog daadwerkelijk werd gekookt door gastheer en gastvrouw. Toastjes en zoutjes maakten plaats voor een gevleugeld gerecht en elk etentje kreeg een eigen smaak. Met variaties als ‘kerrie’, ‘tandoori’ en ‘saté’ werd maar eens temeer bewezen dat een doodgewone kipfilet zonder enige twijfel het meest veelzijdige stukje vlees is.
De bereiding, voor wie het water inmiddels in de mond loopt, is simpel. Koop in de winkel een pot van het kippenspul. Kies een smaak die je bevalt. Koop daarbij wat kip (volg voor de hoeveelheden de aanwijzingen op de verpakking). Nu we toch gemakkelijk doen, kun je net zo goed voor de voorgesneden variant kiezen, dat spaart tijd. Groente zit meestal al in de saus, maar wie zich avontuurlijk voelt, kan er natuurlijk wat boontjes of iets dergelijks bij koken. En wel ja, gewoon ook uit pot of blik, kan jou het schelen! Voeg daar nog wat (snelkook) rijst aan toe en je hebt een complete maaltijd. En voor de ‘gemakzuchtigen’ onder ons, die rijst heb je tegenwoordig ook in handige 1-minuut verpakkingen, gewoon voor de magnetron.
De kipblokjes bak je even om en om gaar in de pan, bij voorkeur in olijfolie (ergens willen we wel een beetje kwaliteit natuurlijk). Blijf voortdurend roeren en zing ondertussen het bijpassende liedje ‘vanavond heb ik zin in kip, vanavond heb ik zin in kip’, dat je de komende dagen niet meer uit je hoofd krijgt. Geeft niets, want morgen maak je gewoon een andere smaak en ook dan zing je luidkeels.
Als de kipblokjes gaar zijn, voeg je de saus toe en deze laat je nog even mee warmen, maar niet koken, tot je rijst en je bonen klaar zijn. Et voilá, het eten is klaar. Kind kan de was doen.
Wil je nu precies weten hoe je dit briljante gerecht maakt, haal dan even zo’n pot in de supermarkt en volg de aanwijzingen op de verpakking. Mensen met een gluten, selderij, soja, kippenei, melk, pinda en/of mosterd overgevoeligheid dienen met sommige smaken voorzichtig te zijn. Mensen met een kipovergevoeligheid overigens ook. Uitgebreide allergie informatie is te vinden op de website van de fabrikant.

Blije kip ©
Ik moet eerlijk bekennen, ik heb het nog nooit gemaakt. Persoonlijk verhef ik de kip bij voorkeur naar culinaire hoogten. Ook bereid ik haar graag in haar volledigheid, het lekkerste vlees zit immers het dichtst bij het bot. Nu had ik laatst zo’n heerlijk kippetje gekocht en was vast van plan deze buiten te grillen. Helaas werkte het weer niet mee en bleef het maar regenen met pijpenstelen. Geen buiten grillweer dus. Natuurlijk heb ik talloze recepten van kip bereid in de Römertopf tot in de braadslee, maar ach, die ga ik de hele winter nog maken. ‘Wat zou Julia Child doen met een kippetje’, zo vroeg ik mij af. Het immens dikke boek met zwarte stoffen kaft (eerste druk) lonkte naar mij vanuit de boekenkast. Nu is het zeer zeker niet mijn intentie om in de voetsporen van Julie te treden en hier elk recept van Julia Child na te maken (zie de film Julie & Julia), maar één receptje kan geen kwaad. Toch?
Indrukwekkend als het boek is, zo lastig is het tegelijkertijd om te lezen. De receptuur verdient echt driemaal mijn aandacht tot het tot mij doordringt wat er staat. Is dit alles? Ik onderdruk een kleine teleurstelling. Ik zag mij reeds flamberen, deglaceren, blancheren, canneleren en larderen, maar in plaats daarvan mag ik de kip aan de binnen- én buitenzijde insmeren met boter en een beetje zout. Ik ben bijna gedesillusioneerd, maar ga met goede moed aan de slag want wie a zegt moet ook b zeggen en dus volg ik het recept op de voet. Boter, zout, heel veel aandacht en liefde en een voorverwamde oven van 220°C. Tja, van heel veel aandacht en liefde worden we allemaal beter natuurlijk. Van romige boter van goede kwaliteit overigens ook. Aan aandacht en liefde ontbreekt het mijn kippetje de komende anderhalf tot twee uur dus geenszins. Ik keer en bedruip, keer en bedruip, keer en bedruip, eerst elke 5 minuten, daarna elke 8 minuten. Moeilijk is het niet, al is de truc om het snel te doen zodat noch kip noch oven teveel afkoelen. Het vereist enige behendigheid.
Als de kip gaar is, hoort u een spetterregen in de oven en zwelt de huid om de borst wat op’, zo schrijft almachtige Julia en verdomd als het niet waar is! Tot in detail kloppen haar beschrijvingen en verheugd haal ik mijn kippetje uit de oven. Nimmer eerder zag een kip zo glanzend, zo prachtig goudbruin en manlief weet niet hoe snel hij van de voordeur in de keuken moet staan als de Goddelijke geuren hem bij thuiskomst bereiken. Mooi en leesbaar schrijven is misschien niet haar beste kwaliteit, maar die Julia kent haar kippetjes en weet zeer zeker hoe je deze tot perfectie braadt.
We genieten intens van onze overheerlijke kip met bijpassend garnituur (geroosterde aardappeltjes, boontjes in spek, salade) en zijn de regen vergeten. Kip, het meest veelzijdige stukje vlees, zelfs zonder de pot.

dinsdag 18 januari 2011

Kliekjes

Ik stofzuig en dweil elke dag. En iedere ochtend als ik de stofzuiger pak, gaat Pup, het stofzuigend monster te lijf. Nu is Pup van behoorlijk formaat en vormt de stofzuiger natuurlijk geen enkele partij, dus spring ik eerder in de bres voor mijn elektrische zuigtoestel van Duitse makelij dan voor mijn uit de kluiten gewassen super pup, eveneens van Duitse makelij. Je zou zeggen dat het best zou moeten klikken tussen de twee. Beide speuren immers de vloeren af op zoek naar kruimels en andere lekkernijen die hun weg naar de vloer hebben gevonden. Niet is minder waar. Onnatuurlijk als Pup het ding vindt, staat hij vanaf een afstand wild te blaffen. Pup houdt nu eenmaal van puur natuur. Stoffer en blik vindt hij vele malen interessanter en de straks schoon gedweilde vloer is vooral leuk omdat je er zo lekker met je modderpoten over kunt lopen. Pup struint namelijk maar al te graag de velden af en dartelt door boomgaarden. Een flinke modderplas in wat eens het maïsveld was, vormt geen enkele belemmering en met zijn neus strak op de grond speurt Pup naar de 'kliekjes' van een konijn, dat eerder al het onderspit dolf in de strijd met een roofvogel. Onsmakelijk! Persoonlijk geef ik de voorkeur aan een konijnenbout uit de Römertopf of gestoofd in room en witte wijn. Al ben ik wel met Pup eens dat zo’n in het wild gejaagd konijn de smaakpapillen doet tintelen.  Ooit heb ik eens mogen meegenieten van een konijnenmaal bij een bevriende hobby jager. Zelf gejaagd met een roofvogel. Daar komt geen hagel aan te pas en dat proef je!
Pups voorliefde voor konijnenbouten kan ik overigens wel verklaren. Onze viervoeter is zo allergisch als maar kan en moet het doen met harde, droge, hypo-allergene brokken, weliswaar in hertensmaak. Daar is natuurlijk niks aan. Handig is het ook niet, want Pup train je toch vooral met hulp van een lekkere beloning bij goede prestatie en voor zo’n keihard, droog brokje, zou ik zelf ook niet gaan zitten. Gelukkig verdraagt de schat wel konijnenvlees en dus haal ik met enige regelmaat een zak tamme konijnenbouten bij de groothandel en stoof die gaar in de pressure cooker. Het gare konijnenvlees valt zo van het botje, heeft geen peper en zout nodig en doet wonderen in de opvoeding van Pup! In kliekjesbakjes gaat het de vriezer in, want het is ideaal om wat op voorraad te hebben ter beloning van een onverwacht gehoorzaam moment.
Pup is wel wat je noemt MSH (Mijn Soort Hond). Ook ik hou van puur genieten en van natuurlijk in mijn keuken, daar maak ik geen geheim van. Mijn vriendin is anders en ‘gaat voor gemak’, althans, zo noemt zij het. Met gemak bedoelt zij koken uit ‘pak en zak’ of kiest soms gewoon voor ‘kant en klaar’.  Lekker, snel en gemakkelijk, is haar ervaring en goed te combineren met een drukke baan en een druk gezin. Nu ben ik geen voorstander van het koken uit een pakje, laat staan het kant en klare, maar zo af en toe kan ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en ben ik toch wel benieuwd naar het ‘gemak’ van dit postmoderne koken. Het moet wel populair zijn, want de keuze is enorm. Van ready-to-go voor de wok tot stomen in de magnetron, voor ieder wat wils, zo lijkt het. Nu had ik een heel ander idee voor de avonddis, maar als ik om kwart voor 8 nog moet beginnen met koken en manlief zo ongeveer uitgehongerd is, kan ik de verleiding niet weerstaan en laat mijn oog vallen op het pakje ‘dagschotel’ dat zich al vele maanden schuil houdt in het donkerste hoekje van mijn voorraadkast. Gehakt, broccoli en kaas, het klinkt hoopvol en belooft mij in elk geval ‘gemakkelijk en snel een gezonde, warme maaltijd op tafel te zetten’. Kijk, dat willen we!
Ik geef toe, ik begeef mij op onbekend terrein, maar het ‘gemak’ van de maaltijd ontgaat mij direct. Voor de bereiding van de dagschotel met gehakt, broccoli en kaas moet je namelijk de gehakt, broccoli en kaas zelf toevoegen. Dat lijkt in elk geval wel smaakvoller, maar waar we dan het pakje voor nodig hebben, is mij een raadsel. Van de tweede belofte ‘door het gebruik van de mix ben je altijd zeker van een goede smaak’ ben ik namelijk ook niet meer zo zeker. Als ik volgens de voorschriften de poedermix ‘aanmaak’ met water, verandert het gelijk in een onsmakelijk riekend drabje. Maar ik houd moed, want er gaat in elk geval lekker veel groente door. De broccoli moet kort worden voorgekookt en als het lekker knapperig ‘al dente’ is, gaat het bij het (zelf) rulgebakken gehakt en de drab. Nog snel even wat fijngesneden tomaten erbij en die feta tip klinkt ook goed. Het gerecht is in elk geval wel goed gevuld met groente maar al volg ik de  aanwijzingen op de verpakking op de voet, ik kan niet voorkomen dat mijn heerlijke groente een akelige dood sterft in wat mijn dagschotel moet voorstellen. Het eindresultaat is uitgekookte groente, gehakt en feta in een saus dat in elk geval voorziet in 67 % van de dagelijks aanbevolen hoeveelheid verzadigde vetten en maar liefst 69% van de dagelijks aanbevolen hoeveelheid natrium. Dat verklaart in elk geval de zoute smaak. Daarnaast bevat het gerecht maar liefst 18 ingrediënten en 6 allergenen. Ik vraag me af hoe ze het überhaupt allemaal in zo’n klein zakje krijgen? Waarschijnlijk door de goede smaak weg te laten, want het gerecht smaakt vooral zout en zuur en je slaat er ook direct van dicht.
Eén belofte maakt de verpakking wel waar, want dat het gerecht geschikt is ‘voor 3-4 personen’ is bepaaldelijk niet overdreven. Manlief stelt na het eten vast dat we nog zeker genoeg hebben voor morgen en dat ik niet hoef te koken! Zucht. Voor mijn vriendin heb ik een heel nieuw gevonden respect, want je zal dit maar elke avond moeten eten. Gelukkig is manlief bereid om vanavond het ‘kliekje op te eten. En ik dank de hemel op mijn blote knietjes als ik in de koelkast nog een pan met lichtgebonden rucola soep zie staan, die ik een dag eerder (natuurlijk vers) heb gemaakt. Opgelucht offer ik mij op om dat ‘kliekje’ dan maar op te eten, is de koelkast gelijk ook weer lekker leeg.
Vanavond kliekjesavond dus, krijgt Pup weer hertenbrokken met konijnenbout. Zucht, wat een hondenleven.