Posts tonen met het label tranen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tranen. Alle posts tonen

maandag 29 oktober 2012

Herfst rood


Eigenlijk hebben we nog best geboft met een – voor Nederlandse begrippen – opmerkelijk zacht najaar. Ik kan het niet echt een nazomer noemen, want op het moment dat appels en peren worden geoogst, de blaadjes kleuren en de dagen korten, is het toch echt al herfstig. Ik trek dan ook voortdurend de verkeerde kleding aan. Ga ik met 23 graden in een zomers jurkje van huis, bibber ik in de Westlandse wind met een gure 12 tot 15 graden letterlijk tot op het bot. Of precies andersom: ik trek drie lagen aan en word verrast door een zonnetje met zomerse temperaturen. Ach, het heeft allemaal zo zijn charme, maar met de wisseling van de seizoenen is het toch de oogst en komst van nieuwe seizoen producten die mijn culinaire hart sneller doen slaan. Stoofpeertjes, cantharellen, verse walnoten en cranberries hebben hun weg naar mijn pannen en potten al gevonden. Wat kan ik daar toch weer intens van genieten!
Het valt mij overigens op hoe verschrikkelijk veel tinten rood de herfst kent. De vele tonen rood in de kleurende bladeren aan de boom, vind ik terug in de vele soorten rood in mijn gerechten. Het rood van een in wijn gestoofde peer is weer heel anders dan het rood van een bietencarpaccio of een cranberry. Al deze tonen rood hebben een plek in mijn hart en kleuren mijn inspiratie. Rood is immers ook de kleur van mijn ventje. Zijn lievelingskleur om precies te zijn en dus niet voor niets mijn bedrijfskleur.

Bij ons kleurt de hele maand november rood. Een tikkeltje eerder dan bij anderen vindt bij ons thuis de jaarwisseling plaats als met de start van de novembermaand weer een jaar verstrijkt waarin wij ons allerliefste ventje intens hebben moeten missen. ‘Vandaag is rood’ is inmiddels in onze hele vriendenkring een gevleugeld en intens begrip. Maar het is de diepe betekenis van die kleur wat ons ook juist in de moeilijke novembermaand, weer extra met elkaar verbindt. Voor hen die ons deze week net zoals de afgelopen drie jaar met heel veel liefde en troost omringen, rol ik de rode loper uit. Ik hoef hen niet bij naam te noemen, want zij weten wie ik bedoel.
November is de maand waarin een einde tegelijkertijd ook een begin was: de publicatie van mijn kookboek ‘Lekker eten met voedselovergevoeligheid’, nu twee jaar geleden. Er is veel gebeurd sindsdien. Heel veel mooie dingen. Dingen die mij deden glimmen van trots, blozen van ontroering en stralen van respect. Respect voor al die bijzondere mensen die zich nu samen met mij inzetten om het leven voor mensen met een voedselovergevoeligheid gemakkelijker te maken. Wat roder te kleuren als je wilt, in de meest positieve zin van het woord. Samenwerken is elkaar versterken en ik voel mij bevoorrecht met zulke prachtige mensen met oprechte passie en betrokkenheid samen te mogen werken.

Hoe frappant is het hoe het nu juist de groentespecialisten zijn die zich inzetten voor ‘mijn rood’. Rood is dan wel Daans lievelingskleur, maar groen was zijn ‘veilige’ kleur. Het is bijzonder hoe deze twee kleuren van mijn ventje op symbolische wijze een draadje vlechten door mijn leven. Toeval? Dat denk ik niet.

Enfin, terug naar de fantastische groentespecialisten. 15 van hen, verspreid over heel Nederland, volgen dit najaar de door mij ontwikkelde cursus ‘Voedselovergevoeligheid voor de AGF specialist’. Hun betrokkenheid bij en inzet voor de voedselovergevoelige consument is zowel onderscheidend als inspirerend. Hartverwarmend hoe men zich samen inspant om etiketten te lezen en te begrijpen. Schitterend om te zien met hoeveel passie, zorg en enthousiasme men samen de keuken induikt voor de bereiding van allergeenvrij lekkers van rode biet via gele courgette, oranje pompoen en paarse aardappel naar groene aspergepunten. Rood is een primaire kleur, groen een secundaire kleur. Wanneer je deze – en meerdere- kleuren met elkaar mengt, zijn de mogelijkheden eindeloos.
Mijn vorige blog heeft heel veel los gemaakt. Veel meer zelfs dan ik mij van tevoren had kunnen realiseren. Wie mijn verhaal al kende, las vaak tussen de regels door. Wie mijn verhaal nog niet kende, werd wellicht wat overvallen. Maar de vele prachtige, hartverwarmende reacties die ik van velen van jullie mocht ontvangen, omlijsten mijn dagen met een rood randje. Het sterkt mij in de dagen die moeilijker zijn. Rood, de kleur van liefde, de kleur van passie, de kleur van rode rozen, rode stoofperen, cranberries, bieten en de kleur van de rode ondergaande herfstzon. Maar soms, op een onverwacht moment, lijkt rood dan toch weer heel even vooral het rood dat het moet zijn.

~Rode soep~

Ingrediënten:
* rode ui (om een traantje bij weg te pinken)
* rode tomaten en groene tomaten met een rood hart, bijvoorbeeld:
   pruimtomaten, trostomaten en coeur de boeuf
* rode puntpaprika’s; naast de seizoen producten,
   is dit een product dat gewoon blijft. Gelukkig!
* gerookte knoflook (alleen al de geur doet denken aan een vlammend herfstvuur)
* oregano (want wat is rood zonder een hintje groen)
* fond of zelf getrokken bouillon. Ik heb gevogelte fond gebruikt, maar volg je hart
   (en smaakpapillen).
* olijfolie
* zout en peper naar smaak

Voorbereiding:
* Snipper de ui
* Snijd de tomaten in grove stukken (velletjes en pitjes gewoon erbij laten).
* Snijd de puntpaprika’s klein.
* Hak de gerookte knoflook grof.
* Verwarm de fond, aangevuld met water, in een apart pan

Bereiding:
* Verwarm de olijfolie in een (soep) pan en voeg achtereenvolgens de ui, tomaten,
    puntpaprika’s, knoflook en oregano toe.
* Laat alles een minuut of 10 sudderen op een niet al te hoog vuur met het deksel
    niet geheel gesloten op de pan.
* Voeg vervolgens de fond toe, precies zoveel dat de groenten nét onder staat.
* Kook het geheel op een zacht vuurtje in niet meer dan 15 minuten gaar.
* Pureer de soep nu met een staafmixer.
Voor een groen detail op jouw rood serveer je de soep met een drupje basilicum olie.

De hoeveelheden van de ingrediënten mag je zelf bepalen! Kleuren zijn immers heel persoonlijk ;-)

Culinaire groet!

Larisse
© Larisse®

woensdag 26 januari 2011

Soep zonder tranen

Ik huil tranen met tuiten. Eerlijk waar, er is geen houden meer aan. Grote tranen biggelen over mijn wangen, de één na de ander. Ik wist eens niet dat ik nog zoveel tranen had, maar ze blijven maar stromen. Ik heb werkelijk alles al geprobeerd, maar het is tevergeefs. Een slok water in mijn mond houden, regelmatig spoelen met koud water, een zonnebril opzetten, eerst koelen in de koelkast of vriezer, het mag allemaal niet baten. Uiteindelijk heb ik mij er maar bij neergelegd; mijn keuken is regelmatig een tranendal, maar ach eten is emotie. In koken stop je gevoel. Je hart en ziel als extra ingrediënten. Daar zijn al heel wat films over gemaakt.
Het is zondagavond, het miezert buiten, ik heb het koud en na zeven gangen gisterenavond heb ik nu eigenlijk alleen maar trek in een heerlijke, verse, hartverwarmende kom uiensoep.  Het recept op zich is weinig origineel natuurlijk. Iedereen kan het wel maken en elke kok geeft er zijn of haar eigen twist aan. Maar het heerlijke van deze soep is dat je de (goedkope) ingrediënten eigenlijk altijd wel in huis hebt en bovendien is het recept super gemakkelijk aan te passen aan elk dieet. Het enige wat er echt in moet zijn uien. Heel veel uien, grof gesneden of in ringen (dat laatste heeft mijn voorkeur). Het snijden van de uien kost mij de nodige tranen, of althans, dat deed het tot vandaag. Want vandaag kwam mijn Amerikaanse vriendin met een bizarre tip die nog blijkt te werken ook! Zij raadde mij aan om tijdens het uien snijden op kauwgom te kauwen om mijn krokodillentranen te voorkomen. Laat het maar aan die Amerikanen over om talloze briljante gebruikswijzen te verzinnen voor een product van eigen origine. Want krankzinnig als het moge klinken, sinds het kauwgom kauwen heb ik werkelijk geen traan meer gelaten, briljant! Was alles in het leven maar zo simpel op te lossen.
Ondertussen smelt ik een klontje roomboter in de pan met een scheutje olijfolie (voor een koemelkeiwit- of lactose vrije variant, gebruik je Wajang en/of olijfolie). Als de boter gesmolten is, voeg ik mijn vele uienringen toe die ik met de deksel op de pan rustig laat sudderen. Nog even een laurierblaadje erbij en een beetje oregano en twee geplette tenen gerookte knoflook. Dat laatste is echt onmisbaar geworden in mijn keuken. Het heeft een heerlijk subtiel rookaroma en is ook nog lang houdbaar, tot maar liefst 12 maanden. Nou ja, dat is voor mij wat minder relevant, want zo’n streng houdt het nooit 12 maanden vol in mijn keuken, dan is het al lang op!
Veel meer dan een beetje liefde, aandacht en geduld heeft mijn uiensoepje niet nodig overigens. De kunst is om de uien met de deksel op de pan op een laag vuur heel langzaam goudbruin te laten worden, kun je ondertussen een stukje ‘Boer zoekt vrouw’ kijken. Zelf strooi ik er altijd nog een beetje bloem op voor een lichtgebonden versie, maar zelfs dat hoeft niet (en voor een glutenvrije variant moet je het zeker laten!). Daarna gaat het vocht erbij. Dat kan bouillon zijn, maar ook (in combinatie met) een scheutje bier of het restje wijn van die gezellige avond gisteren, of zelfs gewoon alleen maar water. Ideaal als je zoutvrij moet eten. Dan nog even laten pruttelen en voilá de hartverwarmende soep is klaar. Verdeel de soep over kommen, leg er desgewenst een broodje met geraspte kaas op en plaats het nog even onder de grill.

Bon apetit!
Ingrediënten voor een hartverwarmende, traanloze uiensoep á la Larisse:
1 stukje kauwgom
6 á 7 blonde uien
2 tenen geroosterde knoflook
een klontje roomboter of Wajang (optioneel)
een flinke scheut olijfolie
een blaadje laurier
een half theelepeltje gedroogde oregano
2 eetlepels patent tarwebloem (optioneel)
1 liter vocht (bouillon, eventueel in combinatie met bier of wijn, of water)
naar wens: per soepkom een stukje brood en twee eetlepels geraspte kaas

donderdag 6 januari 2011

Soep

‘Mamma, mijn neusje huilt!’, zei mijn ventje, destijds 1 jaar oud, toen hij verkouden was. Prachtig vind ik het, hoe kinderen met pure eenvoud in de simpelste bewoordingen dingen zo mooi en accuraat weten te omschrijven. Als volwassenen zijn wij dat vaak vergeten en ook als auteur lukt het mij niet altijd om iets zo prachtig en toch zo simpel te verwoorden. Kinderen weten mij vaak te ontroeren en diep in mijn hart te treffen. Zo zei een vriendje van mijn ventje met kerst ‘oh maar Daan is er bij, want met kerst zie je overal sterretjes’ en stond het dochtertje van een vriendin erop om een rode kerstster  te kopen: ‘want rood is zijn lievelingskleur’. Simpel, doeltreffend en oneindig lief. Het warmt mijn hart. Niet alles is een herinnering, soms is het nog heel erg hier en nu.
Zo ook het blog dat gisteravond ineens op het web verschijnt. Zo maar heel spontaan geschreven door iemand die ik op de Margriet Winterfair heb ontmoet. Een mooi mens met – zo blijkt – prachtige woorden. Prachtige woorden over mij. Ik word er stil van. Het geeft mij kracht, zeker op een anderszins troosteloze dag als vandaag. Een dag waarop de hele hemel wel lijkt te huilen. Een dag die volkomen in de soep lijkt te lopen want helaas hebben de negen soorten groenten door mijn macaroni gisteravond niet veel effect meer gehad (behalve dan het feit dat het waanzinnig lekker was). De griep heeft meedogenloos toegeslagen. Ik heb toch al behoorlijk wat rondes overgeslagen dit afgelopen jaar, maar soms is er geen ontkomen aan. Tja, net als het leven eigenlijk. Tot op zekere hoogte bepaal je zelf hoe je leven eruit ziet, maar je hebt niet altijd invloed op de kaarten die het leven je toebedeelt. Wat je wel in de hand hebt, is hoe je ze speelt.
Ik trek een muts over mijn hoofd en hijs mijn grieplijf in mijn winterjas, want griep of geen griep, weer of geen weer, de hond moet uit! Het kortere rondje door de velden vandaag, want het gaat om de buitenlucht en de beweging maar met een lijf dat voelt alsof het de marathon der griepbacillen loopt, hoef ik het niet te overdrijven vandaag. Althans, dat vind ik zelf. Op de terugweg van het veld nog snel even langs de lokale super voor wat boodschappen, want ik heb enorm trek in de verse groentesoep die ik altijd voor mijn ventje maakte: verse runderbouillon met groente*. Bij de supermarkt aangekomen, besef ik onmiddellijk dat mijn timing niet zo handig is. Het tijdstip waarop de school uitgaat. En dat betekent drommen moeders en kinderen. Er zijn zo van die dingen die al langzamerhand uit je systeem verdwijnen. Dit is er één van.
Op hoop van zegen duik ik snel de winkel in, muts diep over mijn hoofd getrokken, in mijn oude jas met joggingpak maar liefst, het kan bijna niet beter. Reeds bij de groente word ik door diverse vriendelijke dorpsgenoten aangesproken die ‘hier of daar’ over mij gelezen hebben en daar enthousiast op reageren. ‘Maar wat zie je er uit!’ Tja. Griep. ‘Maar jij toch niet!’ Moeders (en auteurs blijkbaar) kunnen nu eenmaal niet ziek worden en als je mijn kaarten telt, zou ik eigenlijk de rest van mijn leven verschoond moeten blijven van de griep. Dat zou mooi zijn. Ik snel naar de kassa, verlangend naar mijn verse pan soep en achter mij wordt intussen druk gespeculeerd over ‘welke’ griep ik heb. Of het nu de lokale variant is, of de ‘luxe’ Mexicaanse versie, het is volkomen irrelevant. Griep is griep en je voelt je gewoon waardeloos.
Inmiddels pruttelt de groentesoep op het fornuis – ondanks de griep loopt deze dag dus niet helemaal in de soep-  en met weemoed denk ik terug aan ‘vroeger’. De soep geurt tot buiten aan toe en even is alles weer ‘zoals het hoort’. De voorgesneden soepgroente, is natuurlijk ‘not done’ maar met tranen die inmiddels overal uitlopen, kan ik momenteel niet meer opbrengen. Als kookboekauteur word je echter geacht ‘no matter what’ iets heerlijks op tafel te toveren. Toen ik laatst eens heel druk was en geen tijd had om uitgebreid in de keuken te staan, haalde ik bij de slager van die heerlijke voorgedraaide gehaktballen. Grote, heerlijke ballen die je alleen nog maar hoeft te braden. Onmiddellijk kreeg ik een opmerking van een andere klant ‘bent u niet die kookboek schrijfster? U maakt toch altijd alles zelf?’ Ja, dat is waar. Maar een heel enkel keertje, heb ook ik weleens geen zin en laten we wel wezen, de ‘ballen van de slager’ zijn gewoon héérlijk! Ik zie het als een goede kaart die het leven mij toebedeelt.
Met in gedachten de prachtige woorden van blog auteur ‘J’ die mijn ziel verwarmen en de heerlijke kop soep die mijn lijf verwarmt, denk ik aan dat wat het leven mij heeft ontnomen maar vooral ook aan dat wat het leven mij heeft gebracht en nog steeds elke dag opnieuw weer brengt. Mooie mensen, warme woorden, heerlijke soep en grote ‘ballen’. Ik denk dat als mijn neusje vandaag huilt, ik gewoon maar eens meebrul. Met tranen van vreugde, tranen van verdriet en tranen van die ellendige griep. Blijf maar even uit mijn buurt, het kan zo maar besmettelijk zijn.

*Het recept voor verse bouillon vind je in ‘Lekker eten’ op pagina 30 - 33.