Posts tonen met het label 'Lekker eten'. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 'Lekker eten'. Alle posts tonen

dinsdag 2 augustus 2011

Het meest veelzijdige stukje vlees

Ik kende eens mensen, vrienden zo je wilt, dol op lekker eten. Van het type dat zichzelf graag te eten uitnodigt, maar tegelijkertijd niet te beroerd is om de wijn mee te nemen. Dat dan weer wel. De pannen bleven ze echter bij voorkeur ver uit de weg, tenzij er natuurlijk iets te proeven viel. Want smullen, dat konden ze! Koken daarentegen, dat is een heel ander verhaal. Dat konden ze niet. En als ik zeg niet, dan bedoel ik echt N I E T.
Wat aten zij dan eigenlijk? Bij voorkeur datgene wat een ander hen voorschotelde, hetzij thuis, hetzij uit. Kieskeurig waren ze daarin niet. Nu is het natuurlijk zo dat wanneer je je zelf graag als gast ziet bij anderen, je er niet aan ontkomt, de ander zo af en toe ook eens terug te vragen. Tenminste, als je zelf ook welkom wilt blijven. Nu ja, dat deden ze dan ook zo af en toe en daar verloren ze nachten slaap over, want wat moesten ze dan maken?  Vaak werd het een ratatouille van toastjes en zoutjes allerlei, eventueel aangevuld met een kommetje bliksoep, heel avontuurlijk verrijkt met verse peterselie. Dit alles natuurlijk onder het genot van een smakelijk glaasje druivensap uit een goed jaar. Want hoe meer je van dat Goddelijke vocht toebedeeld kreeg, hoe beter alles smaakte. Je werd er vanzelf ook minder kieskeurig door.
Op een dag klonk er een luid EUREKA uit het huis der vrienden, want in de supermarkt had men een ware schat gevonden. Een fantastisch product, in tal van variaties, waarmee ze de dagelijkse maaltijd telkens net weer even anders konden maken. En gemakkelijk, van het soort ‘zo klaar en genieten maar’. Weg gingen de goede flessen wijn, de kasten vulden zich met potten saus en van nu af aan werd de hele vriendenkring bedolven onder potten van dit briljante spul. Nog beter: het bracht een heuse ommekeer teweeg: voortaan werden etentjes ook in hun huis gehouden waarbij er dan ook nog daadwerkelijk werd gekookt door gastheer en gastvrouw. Toastjes en zoutjes maakten plaats voor een gevleugeld gerecht en elk etentje kreeg een eigen smaak. Met variaties als ‘kerrie’, ‘tandoori’ en ‘saté’ werd maar eens temeer bewezen dat een doodgewone kipfilet zonder enige twijfel het meest veelzijdige stukje vlees is.
De bereiding, voor wie het water inmiddels in de mond loopt, is simpel. Koop in de winkel een pot van het kippenspul. Kies een smaak die je bevalt. Koop daarbij wat kip (volg voor de hoeveelheden de aanwijzingen op de verpakking). Nu we toch gemakkelijk doen, kun je net zo goed voor de voorgesneden variant kiezen, dat spaart tijd. Groente zit meestal al in de saus, maar wie zich avontuurlijk voelt, kan er natuurlijk wat boontjes of iets dergelijks bij koken. En wel ja, gewoon ook uit pot of blik, kan jou het schelen! Voeg daar nog wat (snelkook) rijst aan toe en je hebt een complete maaltijd. En voor de ‘gemakzuchtigen’ onder ons, die rijst heb je tegenwoordig ook in handige 1-minuut verpakkingen, gewoon voor de magnetron.
De kipblokjes bak je even om en om gaar in de pan, bij voorkeur in olijfolie (ergens willen we wel een beetje kwaliteit natuurlijk). Blijf voortdurend roeren en zing ondertussen het bijpassende liedje ‘vanavond heb ik zin in kip, vanavond heb ik zin in kip’, dat je de komende dagen niet meer uit je hoofd krijgt. Geeft niets, want morgen maak je gewoon een andere smaak en ook dan zing je luidkeels.
Als de kipblokjes gaar zijn, voeg je de saus toe en deze laat je nog even mee warmen, maar niet koken, tot je rijst en je bonen klaar zijn. Et voilá, het eten is klaar. Kind kan de was doen.
Wil je nu precies weten hoe je dit briljante gerecht maakt, haal dan even zo’n pot in de supermarkt en volg de aanwijzingen op de verpakking. Mensen met een gluten, selderij, soja, kippenei, melk, pinda en/of mosterd overgevoeligheid dienen met sommige smaken voorzichtig te zijn. Mensen met een kipovergevoeligheid overigens ook. Uitgebreide allergie informatie is te vinden op de website van de fabrikant.

Blije kip ©
Ik moet eerlijk bekennen, ik heb het nog nooit gemaakt. Persoonlijk verhef ik de kip bij voorkeur naar culinaire hoogten. Ook bereid ik haar graag in haar volledigheid, het lekkerste vlees zit immers het dichtst bij het bot. Nu had ik laatst zo’n heerlijk kippetje gekocht en was vast van plan deze buiten te grillen. Helaas werkte het weer niet mee en bleef het maar regenen met pijpenstelen. Geen buiten grillweer dus. Natuurlijk heb ik talloze recepten van kip bereid in de Römertopf tot in de braadslee, maar ach, die ga ik de hele winter nog maken. ‘Wat zou Julia Child doen met een kippetje’, zo vroeg ik mij af. Het immens dikke boek met zwarte stoffen kaft (eerste druk) lonkte naar mij vanuit de boekenkast. Nu is het zeer zeker niet mijn intentie om in de voetsporen van Julie te treden en hier elk recept van Julia Child na te maken (zie de film Julie & Julia), maar één receptje kan geen kwaad. Toch?
Indrukwekkend als het boek is, zo lastig is het tegelijkertijd om te lezen. De receptuur verdient echt driemaal mijn aandacht tot het tot mij doordringt wat er staat. Is dit alles? Ik onderdruk een kleine teleurstelling. Ik zag mij reeds flamberen, deglaceren, blancheren, canneleren en larderen, maar in plaats daarvan mag ik de kip aan de binnen- én buitenzijde insmeren met boter en een beetje zout. Ik ben bijna gedesillusioneerd, maar ga met goede moed aan de slag want wie a zegt moet ook b zeggen en dus volg ik het recept op de voet. Boter, zout, heel veel aandacht en liefde en een voorverwamde oven van 220°C. Tja, van heel veel aandacht en liefde worden we allemaal beter natuurlijk. Van romige boter van goede kwaliteit overigens ook. Aan aandacht en liefde ontbreekt het mijn kippetje de komende anderhalf tot twee uur dus geenszins. Ik keer en bedruip, keer en bedruip, keer en bedruip, eerst elke 5 minuten, daarna elke 8 minuten. Moeilijk is het niet, al is de truc om het snel te doen zodat noch kip noch oven teveel afkoelen. Het vereist enige behendigheid.
Als de kip gaar is, hoort u een spetterregen in de oven en zwelt de huid om de borst wat op’, zo schrijft almachtige Julia en verdomd als het niet waar is! Tot in detail kloppen haar beschrijvingen en verheugd haal ik mijn kippetje uit de oven. Nimmer eerder zag een kip zo glanzend, zo prachtig goudbruin en manlief weet niet hoe snel hij van de voordeur in de keuken moet staan als de Goddelijke geuren hem bij thuiskomst bereiken. Mooi en leesbaar schrijven is misschien niet haar beste kwaliteit, maar die Julia kent haar kippetjes en weet zeer zeker hoe je deze tot perfectie braadt.
We genieten intens van onze overheerlijke kip met bijpassend garnituur (geroosterde aardappeltjes, boontjes in spek, salade) en zijn de regen vergeten. Kip, het meest veelzijdige stukje vlees, zelfs zonder de pot.

zaterdag 5 februari 2011

Eén seconde

De kortste speelfilm ooit gemaakt, duurt slechts één seconde. Je kunt je afvragen welk  nut dat heeft en wat zich in hemelsnaam in één seconde kan afspelen. Toch heeft één seconde veel meer om het lijf dan alleen dat, die ene tel. Eén seconde kan je leven voorgoed veranderen. Een fractie van een seconde trouwens ook.
Tijd, het is een vreemd fenomeen, een opeenvolging van momenten. Hoe vaak hebben we ‘geen tijd’ of ‘tijd tekort’? En eigenlijk hebben we altijd wel ‘meer’ tijd nodig. Meer uren in een dag, meer minuten in een uur en meer seconden in een minuut. De tijd gaat sneller voorbij dan je denkt en soms hebben we allemaal wel even de behoefte om de tijd stil te zetten. Het gekke is, tijd is geld, maar tegelijkertijd is tijd niet in waarde uit te drukken. Al zijn we het er allemaal over eens dat ‘vrije tijd’ absoluut meerwaarde heeft. Geleende tijd trouwens ook.
Mijn beste vriendin is hardloopster. Officieel de betere amateur, maar in mijn ogen een topatlete. Los van het plezier in de sport, is het ook daar meestal een kwestie van tijd. Records worden met seconden verbeterd en winnaar ben je soms als je tweehonderdste van een seconde eerder over de finish gaat dan je tegenstanders. En voor die tweehonderdste seconden lopen sommigen dan alsof hun leven er van afhangt. In de gevallen waarin elke seconde telt, is dat vaak ook zo natuurlijk.
In het bedrijfsleven heeft tijd een belangrijke waarde die meestal wel in geld wordt uitgedrukt. Nu is een goede urenverantwoording voor elke organisatie belangrijk. Ook voor mij, als startend ondernemer, kan het van meerwaarde zijn om een urenregistratie bij te houden. Je weet wel, voor de zelfstandigen aftrek. Met mijn ‘booming business’ ben ik er natuurlijk van overtuigd dat ik ver over het minimum vereiste heen ga, maar om dat zeker te weten, wijd ook ik mij sinds 1 januari j.l.  aan het ‘tijdschrijven’: 30 minuten netwerken, 60 minuten taart bakken, 50 minuten hoorcollege geven. Manlief werkte ooit eens voor een bedrijf met een uurtje-factuurtje cultuur. 100% declarabel werken was een vereiste. Elke minuut dat je iets voor de klant doet of zelfs maar aan hem denkt, moet je declareren. Stel dat ik dat zou doen? Mijn denkwerk gaat dag en nacht door. Nieuwe recepten of tips, bij nacht en ontij komen ze in mij op en als ervaringsdeskundige doe ik het klokje rond weer nieuwe ervaringen op. Dat is pas je zelf rijk rekenen! Een seconde betekent een klein deel, maar met 86400 seconden in een etmaal voelt het ineens wel als heel wat.
In de keuken tel ik ook regelmatig de seconden. Neem bijvoorbeeld mihoen, je kookt het in een paar minuten maar frituur je het, dan heb je in slechts luttele seconden een waanzinnige creatie. Als een oliebol niet in een paar seconden aan de oppervlakte komt drijven, moet je toch echt even checken of de olie warm genoeg is. En bij een gekookt eitje vind ik dat tien seconden echt verschil maken tussen precies goed of te zacht.  Koken, het is soms een kwestie van seconden, maar soms is tijd in de keuken juist een heel relatief begrip. Dan tel je geen seconden meer, maar laat je een gerecht uren zachtjes pruttelen of stoven. Vaak komt meer tijd een gerecht juist ten goede.
Uiteindelijk komt meer tijd ons allemaal ten goede. In een maatschappij waarin we rennen, gieren en blazen, moeten we af en toe zelf misschien eens wat zachter pruttelen en stoven. Even van het ‘ready steady cook’ principe afstappen en eens een dagje ‘slow cooking’ uitproberen. De dag plukken, want het kan zo maar ineens de laatste zijn. Na een situatie eerder deze week, waarin elke seconde telde, doe ik het vandaag gewoon maar eens een dagje wat rustiger aan. Lekker wat later opstaan, een eitje 6 minuten en 20 seconden koken voor bij het ontbijt en voor vanavond maak ik een heerlijke stoofpot die ik uren laat sudderen. Gewoon, omdat ik het lekker vind.
Een leven redden, een goede beslissing nemen, soms is het een kwestie van een seconde.

Voor een heerlijke stoofpot zie ‘Lekker eten met voedselovergevoeligheid’ pagina 76 of 80.

woensdag 26 januari 2011

Soep zonder tranen

Ik huil tranen met tuiten. Eerlijk waar, er is geen houden meer aan. Grote tranen biggelen over mijn wangen, de één na de ander. Ik wist eens niet dat ik nog zoveel tranen had, maar ze blijven maar stromen. Ik heb werkelijk alles al geprobeerd, maar het is tevergeefs. Een slok water in mijn mond houden, regelmatig spoelen met koud water, een zonnebril opzetten, eerst koelen in de koelkast of vriezer, het mag allemaal niet baten. Uiteindelijk heb ik mij er maar bij neergelegd; mijn keuken is regelmatig een tranendal, maar ach eten is emotie. In koken stop je gevoel. Je hart en ziel als extra ingrediënten. Daar zijn al heel wat films over gemaakt.
Het is zondagavond, het miezert buiten, ik heb het koud en na zeven gangen gisterenavond heb ik nu eigenlijk alleen maar trek in een heerlijke, verse, hartverwarmende kom uiensoep.  Het recept op zich is weinig origineel natuurlijk. Iedereen kan het wel maken en elke kok geeft er zijn of haar eigen twist aan. Maar het heerlijke van deze soep is dat je de (goedkope) ingrediënten eigenlijk altijd wel in huis hebt en bovendien is het recept super gemakkelijk aan te passen aan elk dieet. Het enige wat er echt in moet zijn uien. Heel veel uien, grof gesneden of in ringen (dat laatste heeft mijn voorkeur). Het snijden van de uien kost mij de nodige tranen, of althans, dat deed het tot vandaag. Want vandaag kwam mijn Amerikaanse vriendin met een bizarre tip die nog blijkt te werken ook! Zij raadde mij aan om tijdens het uien snijden op kauwgom te kauwen om mijn krokodillentranen te voorkomen. Laat het maar aan die Amerikanen over om talloze briljante gebruikswijzen te verzinnen voor een product van eigen origine. Want krankzinnig als het moge klinken, sinds het kauwgom kauwen heb ik werkelijk geen traan meer gelaten, briljant! Was alles in het leven maar zo simpel op te lossen.
Ondertussen smelt ik een klontje roomboter in de pan met een scheutje olijfolie (voor een koemelkeiwit- of lactose vrije variant, gebruik je Wajang en/of olijfolie). Als de boter gesmolten is, voeg ik mijn vele uienringen toe die ik met de deksel op de pan rustig laat sudderen. Nog even een laurierblaadje erbij en een beetje oregano en twee geplette tenen gerookte knoflook. Dat laatste is echt onmisbaar geworden in mijn keuken. Het heeft een heerlijk subtiel rookaroma en is ook nog lang houdbaar, tot maar liefst 12 maanden. Nou ja, dat is voor mij wat minder relevant, want zo’n streng houdt het nooit 12 maanden vol in mijn keuken, dan is het al lang op!
Veel meer dan een beetje liefde, aandacht en geduld heeft mijn uiensoepje niet nodig overigens. De kunst is om de uien met de deksel op de pan op een laag vuur heel langzaam goudbruin te laten worden, kun je ondertussen een stukje ‘Boer zoekt vrouw’ kijken. Zelf strooi ik er altijd nog een beetje bloem op voor een lichtgebonden versie, maar zelfs dat hoeft niet (en voor een glutenvrije variant moet je het zeker laten!). Daarna gaat het vocht erbij. Dat kan bouillon zijn, maar ook (in combinatie met) een scheutje bier of het restje wijn van die gezellige avond gisteren, of zelfs gewoon alleen maar water. Ideaal als je zoutvrij moet eten. Dan nog even laten pruttelen en voilá de hartverwarmende soep is klaar. Verdeel de soep over kommen, leg er desgewenst een broodje met geraspte kaas op en plaats het nog even onder de grill.

Bon apetit!
Ingrediënten voor een hartverwarmende, traanloze uiensoep á la Larisse:
1 stukje kauwgom
6 á 7 blonde uien
2 tenen geroosterde knoflook
een klontje roomboter of Wajang (optioneel)
een flinke scheut olijfolie
een blaadje laurier
een half theelepeltje gedroogde oregano
2 eetlepels patent tarwebloem (optioneel)
1 liter vocht (bouillon, eventueel in combinatie met bier of wijn, of water)
naar wens: per soepkom een stukje brood en twee eetlepels geraspte kaas

dinsdag 18 januari 2011

Kliekjes

Ik stofzuig en dweil elke dag. En iedere ochtend als ik de stofzuiger pak, gaat Pup, het stofzuigend monster te lijf. Nu is Pup van behoorlijk formaat en vormt de stofzuiger natuurlijk geen enkele partij, dus spring ik eerder in de bres voor mijn elektrische zuigtoestel van Duitse makelij dan voor mijn uit de kluiten gewassen super pup, eveneens van Duitse makelij. Je zou zeggen dat het best zou moeten klikken tussen de twee. Beide speuren immers de vloeren af op zoek naar kruimels en andere lekkernijen die hun weg naar de vloer hebben gevonden. Niet is minder waar. Onnatuurlijk als Pup het ding vindt, staat hij vanaf een afstand wild te blaffen. Pup houdt nu eenmaal van puur natuur. Stoffer en blik vindt hij vele malen interessanter en de straks schoon gedweilde vloer is vooral leuk omdat je er zo lekker met je modderpoten over kunt lopen. Pup struint namelijk maar al te graag de velden af en dartelt door boomgaarden. Een flinke modderplas in wat eens het maïsveld was, vormt geen enkele belemmering en met zijn neus strak op de grond speurt Pup naar de 'kliekjes' van een konijn, dat eerder al het onderspit dolf in de strijd met een roofvogel. Onsmakelijk! Persoonlijk geef ik de voorkeur aan een konijnenbout uit de Römertopf of gestoofd in room en witte wijn. Al ben ik wel met Pup eens dat zo’n in het wild gejaagd konijn de smaakpapillen doet tintelen.  Ooit heb ik eens mogen meegenieten van een konijnenmaal bij een bevriende hobby jager. Zelf gejaagd met een roofvogel. Daar komt geen hagel aan te pas en dat proef je!
Pups voorliefde voor konijnenbouten kan ik overigens wel verklaren. Onze viervoeter is zo allergisch als maar kan en moet het doen met harde, droge, hypo-allergene brokken, weliswaar in hertensmaak. Daar is natuurlijk niks aan. Handig is het ook niet, want Pup train je toch vooral met hulp van een lekkere beloning bij goede prestatie en voor zo’n keihard, droog brokje, zou ik zelf ook niet gaan zitten. Gelukkig verdraagt de schat wel konijnenvlees en dus haal ik met enige regelmaat een zak tamme konijnenbouten bij de groothandel en stoof die gaar in de pressure cooker. Het gare konijnenvlees valt zo van het botje, heeft geen peper en zout nodig en doet wonderen in de opvoeding van Pup! In kliekjesbakjes gaat het de vriezer in, want het is ideaal om wat op voorraad te hebben ter beloning van een onverwacht gehoorzaam moment.
Pup is wel wat je noemt MSH (Mijn Soort Hond). Ook ik hou van puur genieten en van natuurlijk in mijn keuken, daar maak ik geen geheim van. Mijn vriendin is anders en ‘gaat voor gemak’, althans, zo noemt zij het. Met gemak bedoelt zij koken uit ‘pak en zak’ of kiest soms gewoon voor ‘kant en klaar’.  Lekker, snel en gemakkelijk, is haar ervaring en goed te combineren met een drukke baan en een druk gezin. Nu ben ik geen voorstander van het koken uit een pakje, laat staan het kant en klare, maar zo af en toe kan ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en ben ik toch wel benieuwd naar het ‘gemak’ van dit postmoderne koken. Het moet wel populair zijn, want de keuze is enorm. Van ready-to-go voor de wok tot stomen in de magnetron, voor ieder wat wils, zo lijkt het. Nu had ik een heel ander idee voor de avonddis, maar als ik om kwart voor 8 nog moet beginnen met koken en manlief zo ongeveer uitgehongerd is, kan ik de verleiding niet weerstaan en laat mijn oog vallen op het pakje ‘dagschotel’ dat zich al vele maanden schuil houdt in het donkerste hoekje van mijn voorraadkast. Gehakt, broccoli en kaas, het klinkt hoopvol en belooft mij in elk geval ‘gemakkelijk en snel een gezonde, warme maaltijd op tafel te zetten’. Kijk, dat willen we!
Ik geef toe, ik begeef mij op onbekend terrein, maar het ‘gemak’ van de maaltijd ontgaat mij direct. Voor de bereiding van de dagschotel met gehakt, broccoli en kaas moet je namelijk de gehakt, broccoli en kaas zelf toevoegen. Dat lijkt in elk geval wel smaakvoller, maar waar we dan het pakje voor nodig hebben, is mij een raadsel. Van de tweede belofte ‘door het gebruik van de mix ben je altijd zeker van een goede smaak’ ben ik namelijk ook niet meer zo zeker. Als ik volgens de voorschriften de poedermix ‘aanmaak’ met water, verandert het gelijk in een onsmakelijk riekend drabje. Maar ik houd moed, want er gaat in elk geval lekker veel groente door. De broccoli moet kort worden voorgekookt en als het lekker knapperig ‘al dente’ is, gaat het bij het (zelf) rulgebakken gehakt en de drab. Nog snel even wat fijngesneden tomaten erbij en die feta tip klinkt ook goed. Het gerecht is in elk geval wel goed gevuld met groente maar al volg ik de  aanwijzingen op de verpakking op de voet, ik kan niet voorkomen dat mijn heerlijke groente een akelige dood sterft in wat mijn dagschotel moet voorstellen. Het eindresultaat is uitgekookte groente, gehakt en feta in een saus dat in elk geval voorziet in 67 % van de dagelijks aanbevolen hoeveelheid verzadigde vetten en maar liefst 69% van de dagelijks aanbevolen hoeveelheid natrium. Dat verklaart in elk geval de zoute smaak. Daarnaast bevat het gerecht maar liefst 18 ingrediënten en 6 allergenen. Ik vraag me af hoe ze het überhaupt allemaal in zo’n klein zakje krijgen? Waarschijnlijk door de goede smaak weg te laten, want het gerecht smaakt vooral zout en zuur en je slaat er ook direct van dicht.
Eén belofte maakt de verpakking wel waar, want dat het gerecht geschikt is ‘voor 3-4 personen’ is bepaaldelijk niet overdreven. Manlief stelt na het eten vast dat we nog zeker genoeg hebben voor morgen en dat ik niet hoef te koken! Zucht. Voor mijn vriendin heb ik een heel nieuw gevonden respect, want je zal dit maar elke avond moeten eten. Gelukkig is manlief bereid om vanavond het ‘kliekje op te eten. En ik dank de hemel op mijn blote knietjes als ik in de koelkast nog een pan met lichtgebonden rucola soep zie staan, die ik een dag eerder (natuurlijk vers) heb gemaakt. Opgelucht offer ik mij op om dat ‘kliekje’ dan maar op te eten, is de koelkast gelijk ook weer lekker leeg.
Vanavond kliekjesavond dus, krijgt Pup weer hertenbrokken met konijnenbout. Zucht, wat een hondenleven.

donderdag 6 januari 2011

Soep

‘Mamma, mijn neusje huilt!’, zei mijn ventje, destijds 1 jaar oud, toen hij verkouden was. Prachtig vind ik het, hoe kinderen met pure eenvoud in de simpelste bewoordingen dingen zo mooi en accuraat weten te omschrijven. Als volwassenen zijn wij dat vaak vergeten en ook als auteur lukt het mij niet altijd om iets zo prachtig en toch zo simpel te verwoorden. Kinderen weten mij vaak te ontroeren en diep in mijn hart te treffen. Zo zei een vriendje van mijn ventje met kerst ‘oh maar Daan is er bij, want met kerst zie je overal sterretjes’ en stond het dochtertje van een vriendin erop om een rode kerstster  te kopen: ‘want rood is zijn lievelingskleur’. Simpel, doeltreffend en oneindig lief. Het warmt mijn hart. Niet alles is een herinnering, soms is het nog heel erg hier en nu.
Zo ook het blog dat gisteravond ineens op het web verschijnt. Zo maar heel spontaan geschreven door iemand die ik op de Margriet Winterfair heb ontmoet. Een mooi mens met – zo blijkt – prachtige woorden. Prachtige woorden over mij. Ik word er stil van. Het geeft mij kracht, zeker op een anderszins troosteloze dag als vandaag. Een dag waarop de hele hemel wel lijkt te huilen. Een dag die volkomen in de soep lijkt te lopen want helaas hebben de negen soorten groenten door mijn macaroni gisteravond niet veel effect meer gehad (behalve dan het feit dat het waanzinnig lekker was). De griep heeft meedogenloos toegeslagen. Ik heb toch al behoorlijk wat rondes overgeslagen dit afgelopen jaar, maar soms is er geen ontkomen aan. Tja, net als het leven eigenlijk. Tot op zekere hoogte bepaal je zelf hoe je leven eruit ziet, maar je hebt niet altijd invloed op de kaarten die het leven je toebedeelt. Wat je wel in de hand hebt, is hoe je ze speelt.
Ik trek een muts over mijn hoofd en hijs mijn grieplijf in mijn winterjas, want griep of geen griep, weer of geen weer, de hond moet uit! Het kortere rondje door de velden vandaag, want het gaat om de buitenlucht en de beweging maar met een lijf dat voelt alsof het de marathon der griepbacillen loopt, hoef ik het niet te overdrijven vandaag. Althans, dat vind ik zelf. Op de terugweg van het veld nog snel even langs de lokale super voor wat boodschappen, want ik heb enorm trek in de verse groentesoep die ik altijd voor mijn ventje maakte: verse runderbouillon met groente*. Bij de supermarkt aangekomen, besef ik onmiddellijk dat mijn timing niet zo handig is. Het tijdstip waarop de school uitgaat. En dat betekent drommen moeders en kinderen. Er zijn zo van die dingen die al langzamerhand uit je systeem verdwijnen. Dit is er één van.
Op hoop van zegen duik ik snel de winkel in, muts diep over mijn hoofd getrokken, in mijn oude jas met joggingpak maar liefst, het kan bijna niet beter. Reeds bij de groente word ik door diverse vriendelijke dorpsgenoten aangesproken die ‘hier of daar’ over mij gelezen hebben en daar enthousiast op reageren. ‘Maar wat zie je er uit!’ Tja. Griep. ‘Maar jij toch niet!’ Moeders (en auteurs blijkbaar) kunnen nu eenmaal niet ziek worden en als je mijn kaarten telt, zou ik eigenlijk de rest van mijn leven verschoond moeten blijven van de griep. Dat zou mooi zijn. Ik snel naar de kassa, verlangend naar mijn verse pan soep en achter mij wordt intussen druk gespeculeerd over ‘welke’ griep ik heb. Of het nu de lokale variant is, of de ‘luxe’ Mexicaanse versie, het is volkomen irrelevant. Griep is griep en je voelt je gewoon waardeloos.
Inmiddels pruttelt de groentesoep op het fornuis – ondanks de griep loopt deze dag dus niet helemaal in de soep-  en met weemoed denk ik terug aan ‘vroeger’. De soep geurt tot buiten aan toe en even is alles weer ‘zoals het hoort’. De voorgesneden soepgroente, is natuurlijk ‘not done’ maar met tranen die inmiddels overal uitlopen, kan ik momenteel niet meer opbrengen. Als kookboekauteur word je echter geacht ‘no matter what’ iets heerlijks op tafel te toveren. Toen ik laatst eens heel druk was en geen tijd had om uitgebreid in de keuken te staan, haalde ik bij de slager van die heerlijke voorgedraaide gehaktballen. Grote, heerlijke ballen die je alleen nog maar hoeft te braden. Onmiddellijk kreeg ik een opmerking van een andere klant ‘bent u niet die kookboek schrijfster? U maakt toch altijd alles zelf?’ Ja, dat is waar. Maar een heel enkel keertje, heb ook ik weleens geen zin en laten we wel wezen, de ‘ballen van de slager’ zijn gewoon héérlijk! Ik zie het als een goede kaart die het leven mij toebedeelt.
Met in gedachten de prachtige woorden van blog auteur ‘J’ die mijn ziel verwarmen en de heerlijke kop soep die mijn lijf verwarmt, denk ik aan dat wat het leven mij heeft ontnomen maar vooral ook aan dat wat het leven mij heeft gebracht en nog steeds elke dag opnieuw weer brengt. Mooie mensen, warme woorden, heerlijke soep en grote ‘ballen’. Ik denk dat als mijn neusje vandaag huilt, ik gewoon maar eens meebrul. Met tranen van vreugde, tranen van verdriet en tranen van die ellendige griep. Blijf maar even uit mijn buurt, het kan zo maar besmettelijk zijn.

*Het recept voor verse bouillon vind je in ‘Lekker eten’ op pagina 30 - 33.