Posts tonen met het label aardbeien. Alle posts tonen
Posts tonen met het label aardbeien. Alle posts tonen

maandag 29 juni 2015

Ultra paarse yoghurt smoothie

Ultra Paarse Yoghurt Smoothie ©
Ziet hij er niet geweldig uit? Deze ultra paarse yoghurt smoothie! Super simpel om te maken en zo verrukkelijk met fruit uit het seizoen! Het is ook wel echt ultiem genieten nu. Gezond eten wordt je wel heel gemakkelijk gemaakt.

Zomerkoninkjes uit eigen tuin ©

Als ontbijt maakte ik deze verrukkelijke yoghurt smoothie. Alleen al vanwege de kleur een stuk spannender dan een kom yoghurt met fruit en o zo lekker. Ik vind het heerlijk hoe alle smaken samenkomen. Een smaakbommetje met een kleur explosie!

Recept: ultra paarse yoghurt smoothie


Ingrediënten:
het sap van 1 sinaasappel
het sap van 1 limoen
(de inhoud van) 1 passievrucht
6 grote zomerkoninkjes (Hollandse aardbeien)
5 flinke bramen (in het wild vind je ze nog niet, maar wel uit de kas)
5 mooie kersen van een vroeg ras (ik gebruikte mijn laatste Burlat kersen, maar de teler plukt inmiddels Merchant)
5 á 6 volle eetlepels Griekse yoghurt (gebruik gerust sojayoghurt of geitenyoghurt en zie mijntip voor een yoghurtvrije smoothie!)

Kersenboomgaard De Oosterling - Deil ©

Extra nodig: een blender of smoothie maker! Dat hoeft geen dure te zijn hoor, ik heb een super goedkoop en eenvoudig blendertje die dit perfect kan.

Bereiding:
Pers de sinaasappel en limoen uit.

Schep het vruchtvlees uit de passievrucht.
Ontkroon de zomerkoninkjes en halveer ze.
Ontpit de kersen en de steeltjes.
Doe alles in de blender of smoothiemaker, pureer tot een mooie en ultra paarse smoothie en drink het gelijk op!

Ultra Paars, I love it! ©

Tip:Liever een yoghurtvrije smoothie? Voeg dan in plaats van de yoghurt een banaan en het sap van 1 citroen toe.

Smaakt deze smoothie naar meer? Kijk gerust rond op mijn blog, je vindt er nog meer heerlijke smoothie recepten! Nog meer smoothie inspiratie vind je in mijn kookboek 'Sterren van de hemel'!

Geniet!

Culinaire groet,
X Larisse

*** Super leuk als je van mijn blogs geniet! Maar vergeet niet: op alle teksten, recepten, culitips en beelden berust auteursrecht en is merkrechtbescherming Larisse® van toepassing! Wil je naar een recept, tip of beeld verwijzen, vraag het dan even! ***

maandag 15 juni 2015

Koninklijke Slow Room


Uitnodiging masterclass slow room ©

De naam ‘slagroom’ is afgeleid van geslagen room: room dat geklopt (geslagen) is, totdat het luchtig en lobbig tot stevig is. Gek genoeg, wordt de room die we in de supermarkt kopen al wel slagroom genoemd, maar het is nog zeker niet geslagen. Dat mogen we zelf nog even doen. Hup in de (hand)mixer, schepje suiker erbij en in enkele minuten heb je stevig slagroom. Niets aan toch? Daar is inderdaad niets aan en wat blijkt: het is niet eens goed! Na een leerzame middag in Amsterdam, heb ik onthutst moeten concluderen: ook ik klopte mijn room jaren niet op de juiste manier. Of dat nu is omdat ik in mijn keuken eigenlijk weinig werk met room of dat ik de term ‘slag’room wat te letterlijk genomen heb, ik weet het niet. Met stevige slag sloeg ik de room  al dan niet met een lepeltje suiker – bij voorkeur gewoon met een mixer – in luttele minuten tot een stevig geslagen room. Althans, zo deed ik het, tot voor kort. Nu weet ik beter.

Prachtige samenwerking Lizet Kruyff & Cees Holtkamp ©

Tijdens een inspirerende zondagmiddag in de keuken in de prachtige nieuwe locatie van Boekhandel Scheltema leer ik van culinair historicus Lizet Kruyff en banketbakker Cees Holtkamp de geheimen van het slagroom slaan, of eigenlijk het slow room kloppen. De prachtige samenwerking van deze twee culinair deskundigen heeft al tot veel moois geleid, waaronder het prachtige boek ‘Oranje toetjes’. Dat culinaire samenspel staat ook deze frisse zondagmiddag garant voor een uitermate boeiend program waar culinaire geschiedenis en eigentijds vakmanschap hand in hand gaan, elkaar aanvullen en complimenteren. Wat een genot! Meneer Cees Holtkamp leert ons de fijne kneepjes van het slagroom ‘slaan’ terwijl Lizet Kruyff ons vertelt over het ontstaan van de garde en zelfs een met eigen hand gesneden voorbeeld van de ‘oer’ garde demonstreert. Van oudsher is deze namelijk niet van roestvrij staal gemaakt maar van hout.  Met een haar kenmerkend enthousiasme vertelt Lizet over de twee oudste vormen. De eerste is een bosje samengebonden berkentakjes, dat veel weg heeft van een roe (‘wie zoet is krijg lekkers, wie stout is de roe!’) en die meer geschikt is voor het mengen van sausjes dan room. De tweede is een schoongemaakt en kruislings ingesneden tak. Lizet vertelt hoe: “Gebruik wel vers hout, dat breekt niet, bij voorkeur van een es of hazelaar, eventueel een berk of eik. Gebruik geen vlierenhout, dat heeft een giftige component. Verwijder de bast, snijd de stok van binnen uit in tweeën en dan nog eens zodat je vier ‘roeden’ krijgt. Het gaat spontaan open staan.” Lizet zou Lizet niet zijn als zij beide vormen niet na had gemaakt en aan een uitvoerige test had onderworpen. En het werkte! Met de uit essenhout gesneden garde, sloeg zij binnen twintig minuten een lobbige room. Tegenwoordig kennen we overigens drie vormen van de garden: de ballonvorm, de garde met sprieten die uit elkaar staan en de garde met een soort springveren die in elkaar zijn gedraaid. Elke garde heeft een verschillend gebruik. Voor het kloppen van de room, gebruik je de Franse garde, een zogenaamde ballongarde.

Lizet Kruyff demonstreert de oergarde ©

Maar nu dan de room zelf. Wat is een goede basis en wat is nu de juiste techniek om de room te ‘slaan’, ofwel te kloppen? Cees Holtkamp vertelt: “Om te beginnen koop je de room (red: voor een goede slow room dus) helemaal niet in de supermarkt. De room moet namelijk een vetgehalte van 40% hebben, daar werkt een banketbakker ook mee. Dat hoge  vetgehalte is nodig om mooie toefjes of rozetten van room te kunnen spuiten, die ook nog eens blijven staan. Room met een lager percentage vet, blijft simpelweg niet staan.” Je hebt het vast wel eens meegemaakt: doe je je uiterste best om mooie toefjes te spuiten en dan storten deze in als de taart even staat. Goede vette room is dus een vereiste. Die haal je bijvoorbeeld gewoon bij de zuivelboerderij. En wist je dat room onder de 30% vetgehalte zelfs geen slagroom mag heten?

'Gâteau de savoye met abrikozen' door Cees Holtkamp ©

Natuurlijk kun je de room zoeten met suiker, maar van oudsher werden smaken toegevoegd, die de room gelijk een stuk interessanter maken. Rozenwater bijvoorbeeld of oranjebloesemwater. Varieer zelf eens met smaken als limoncello, rum en vanille of gezien het seizoen (ik heb zelf al liters staan): vlierbloesemsiroop. Gebruik je rozenwater, let er dan op dat het rozenwater geschikt is voor consumptie (je vindt deze bijvoorbeeld in de Turkse of Arabische supermarkt en in taartdecoratiewinkels) en voeg echt maar heel weinig toe. Rozenwater overheerst snel en smaakt dan zepig.

Voor een mooie slow room, klop je de room dus niet in de keukenmachine maar met de hand en wel met een garde. En het kloppen zelf gaat zeker niet snel, maar juist rustig. Een echte  slow room dus. Rustig met de hand, een minuut of 20. De room is dan heerlijk lobbig. Niet bewaren, maar gelijk van genieten! Een licht geslagen slagroom wordt veel gebruikt in desserts en voor dessertsauzen. Dit wordt in de Franse keuken crème chantilly genoemd. Voor desserts die meer stevigheid nodig hebben (of voor wie toefjes wil spuiten), moet de slagroom langer geklopt worden tot hij goed stijf is en zijn vorm behoudt. Klop niet te ver, want dan wordt het boter en dat geeft een onaangenaam plakkerig mondgevoel. Bewaar stijf geslagen slagroom maximaal een paar uur in de koelkast. Julia Child geeft in ‘De Kunst van het Koken’ een leuke tip: “hang de slagroom in een fijnmazige zeef boven een kom. Op deze manier druppelt het vocht uit de slagroom.” Het proberen waard!


Mooie fotografie door Michael van Emde Boas - © Oranje toetjes

Lizet Kruyff en Cees Holtkamp schreven samen het verrukkelijke boek dat ‘Oranje Toetjes’ heet en boordevol Koninklijke toetjes staat met een prachtig verhaal en een moderne twist. Lizet dook in de koninklijke (!) archieven en duikelde recepten op welke door Cees werden bereid. Soms best een klus, want niet elk historisch recept was even duidelijk. Samen zijn zij er in geslaagd om tot een prachtig boek te komen boordevol recepten van toen die je nu kunt maken en dankzij de hippe tips door Joris Bijdendijk (chef van het Rijks restaurant) een moderne twist kunt geven. Met de prachtige foto’s door Michael van Emde Boas en de vele historische plaatjes ademt het boek nostalgie. Dat ‘Oranje Toetjes’ veel meer is dan een receptenboek, wordt snel duidelijk. Een stukje geschiedenis met boeiende historische weetjes over wie wanneer aan het hof woonde, wat er bij voorkeur geserveerd werd, wat de toenmalige trends waren in de keuken en welke kookboeken gebruikt werden. Daarnaast biedt het boek ook productkennis: wat is een sevilla sinaasappel? En nuttige vakkennis. Dat laatste is belangrijk want in de patisserie moet je je echt aan de regeltjes houden. Daar waar je bij koken tot het laatst iets kunt wijzigen aan de bereiding, is dat in de patisserie wel anders. Let dus vooral op de garde icoontjes in het boek: je vindt er nuttige tips van Cees over de werkwijze maar ook over de kritieke punten in een recept. Zo voorkom je schimmel in de gedroogde sinaasappelschillen op siroop, wordt het deeg bij de bereiding van de brioche niet bruin of grauw omdat je vergat de krenten te wassen en leer je hoe je de gaarheid van een chocoladetaart test (omdat je dit niet aan de buitenkant kunt zien). 

Mini polonaise met lambada door Cees Holtkamp ©

Naast heerlijke recepten voor koninklijke toetjes, staan er ook diverse extra recepten in het boek. Hoe je zelf marsepein maakt bijvoorbeeld, of limoncello room en pepermuntjes. De hippe tips van Joris Bijdendijk zijn echt tof, al gaan ze wel uit van enige basis kennis van culinaire termen en technieken. Tot slot vind je in dit boek natuurlijk vele recepten waarbij je dankbaar gebruik zult maken van de slow room techniek die je na het lezen van dit blog beheerst, zoals de polonaise met Lambada aardbeien, limoncelloroom en aardbeiencoulis. Een hemels dessert dat tijdens het abdicatiediner (het diner aan de vooravond van de troonswisseling in 2013) werd geserveerd. Het is beslist uniek dat we dit weten, want wat aan het hof geserveerd wordt, is eigenlijk geheim van het paleis. Waarbij zelfs geldt: hoe recenter, hoe groter het geheim! Maar wat we wel weten is dat bij officiële diners een oranje toetje wordt geserveerd. Een kleur waar een verhaal achter schuilt. En dat verhaal, leest heerlijk weg in ‘Oranje Toetjes’. Must read!

Cover 'Oranje Toetjes' - © Michael van Emde Boas

Titel: Oranje Toetjes
Auteurs: Lizet Kruyff & Cees Holtkamp
Uitgeverij: Uitgeverij Bas Lubberhuizen
Aantal pagina’s: 144
Prijs: € 24,95
Culinaire groet,
X Larisse


***Opmerking: Ik had het voorrecht uitgenodigd te worden voor de masterclass over slow room door Lizet Kruyff en Cees Holtkamp. Het schrijven over deze masterclass was geen must maar mijn eigen keuze omdat ik vind dat het een prachtig verhaal is dat het delen waard is. Na de masterclass werd een recensie exemplaar van ‘Oranje Toetjes’ beschikbaar gesteld, maar ik had eerder al een exemplaar in mijn bezit. Mijn verslag van dit bijzondere boek, bevat puur mijn persoonlijke mening. Op deze tekst en beelden berust auteursrecht. Wil je naar een recept, tip, tekst of beeld verwijzen, neem dan even contact met mij op!***

woensdag 10 juni 2015

Gazpacho


Gazpacho van Hollandse aardbei © Sterren van de hemel

Er is werkelijk geen soep die ik met warm weer liever serveer dan een heerlijke huisgemaakte gazpacho! In mijn (nieuwe) kookboek 'Sterren van de hemel' vind je maar liefst drie van mijn favoriete gazpacho recepten. Maak extra veel, dan geniet je er de volgende dag bij de lunch nog eens van!

Serveer je de gazpacho bij de maaltijd, dien het dan op in een kom waar je (een deel van) de ingrediënten fijngesneden als garnituur over heen strooit.


Gazpacho en vaso met garnituur ©

Koel de gazpacho goed, ijskoud smaakt hij heerlijk. Schenk de volgende dag een groot glas bij de lunch, dan doen ze in Andalusië ook. Sterker nog, wie daar gaat lunchen en een gazpacho bestelt, krijgt steevast de vraag: ¿En vaso? wat betekent: 'in een glas' geserveerd. Heerlijk! En echt een aanrader op deze warme dag en hetere dagen nog in het vooruitzicht.

Zomers genot ©
In 'Sterren van de hemel' vind je recepten voor aardbeien gazpacho, kersen gazpacho en een verrassende gazpacho van gegrilde watermeloen. Experimenteer ook eens met kleuren! Een gazpacho van gele tomaten, gele puntpaprika en een vleugje citroen, smaakt ook fantastisch!

Ingrediënten gele gazpacho

Geniet!

Culinaire groet,
x Larisse

*** Super leuk als je van mijn blogs geniet! Maar vergeet niet: op alle teksten, recepten, culitips en beelden berust auteursrecht en is merkrechtbescherming Larisse® van toepassing! Wil je naar een recept, tip of beeld verwijzen, vraag het dan even! ***

zaterdag 17 januari 2015

Fruit

Betuwse appels ©

Wonend in de Betuwe voel ik mij altijd bevoorrecht. Het jaar is op te delen in tal van bloesem- en fruitmomenten. De vlierbloesem (en later –bessen) groeit straks langs de dijk. Ik pluk ze als ik de hond uitlaat en maak er siroop of beignets van. Dan volgen de kersen, de mooiste rassen groeien hier en de - in mijn ogen - beste teler woont op steenworp afstand. Daar rijden we straks weer langs om kilo’s vers geplukte kersen te halen. Abrikozen en bramen pluk ik bij de overbuurvrouw, pruimen bij mijn dierbare vriendin M. die nog echte oude Betuwse rassen heeft (Opal en Reina Clauda). Daar maak ik mijn beroemde ‘Perfect Plum’ mee (het recept vind je straks in ‘Sterren van de hemel’) of pruimentaart, pruimencompôte, pruimenchutney, pruimentoet (óók in ‘Sterren van de hemel’) en meer. Appels en peren groeien hier in overvloed. Grote, rode, glanzende appelen die tot perfectie worden geteeld. Maar wist je dat gevallen appels nog steeds een overheerlijke appeltaart maken (in ‘Sterren van de hemel’ vind je straks nóg een heerlijk recept). Appels met een blutsje, deukje of bultje zijn óók perfect in mijn ogen. Net als te kleine, kromme of scheve courgettes, die maken een geweldige pickle of soep (ja, óók in ‘Sterren van de hemel’ ;-))

Ik realiseer mij dat niet iedereen zo bevoorrecht is als ik. Wie in de stad woont is afhankelijk van groentespecialist, markt of supermarkt voor fruit. Gelukkig is er tegenwoordig een breed assortiment verkrijgbaar. Maar het is wel anders. Niets smaakt zo fantastisch als zelf geplukt fruit. De ideale afstand van boom (of plant) tot mond! Weet jij hoeveel soorten fruit er zijn? En hoeveel rassen per fruit? Weet je waar je op moet letten als je fruit koopt, zodat je verzekerd bent van de beste kwaliteit? En wat je allemaal (culinair) kunt maken met fruit? Een super handig boek kwam op mijn pad: het Fruit Boek van Jane Grigson. Een super handzaam, praktisch én inspirerend boek. Een fijn gebonden naslagwerk en kookboek ineen dat beslist tijdloos is. Jane Grigson was haar tijd vooruit en eigenlijk een culinair pionier. Vanuit haar grote en toenemende culinaire interesse publiceerde zij in 1967 haar eerste boek ‘Charcuterie and French Pork Cookery’ dat bijzonder veel eer kreeg. Het boek werd zelfs vertaald in het Frans en dat was (zeker in die tijd) ronduit uniek voor een Engelse auteur. Met haar boeken, waaronder het Fruit Boek, won zij tal van awards. Jane weet dan ook waar zij over schrijft en maakt het interessant en toegankelijk. Al houdt zij wel rekening met enig culinair inzicht en culinaire ervaring van de lezer. Jane overleed in 1990 maar haar boeken blijven tot op de dag van vandaag actueel en verkrijgbaar.

Betuwse peren ©
Jane groeide op in de stad en dus niet bepaald temidden van fruitboomgaarden. Misschien is het juist daarom dat zij haar jeugdherinneringen omtrent fruit zo koestert. Die herinneringen verwerkt zij ook in haar beschrijvingen van fruit en dat maakt het boek ontzettend leuk om te lezen. Maar liefst 46 fruitsoorten bespreekt zij uitvoerig. Ze vertelt over herkomst en over rassen maar (bij de meeste fruitsoorten) ook waar je op moet letten wanneer je het fruit in de winkel uitkiest. Koop je passievruchten (mijn favoriet in fruitsalades), zoek dan (als je keuze hebt) bij voorkeur naar de donkere en geribbelde exemplaren en kies altijd de grootste. De meer dan 400 recepten vormen een combinatie van enkele klassieke recepten en tal van vernieuwende en inspirerende recepten. Het boek bevat zowel hartige als zoete recepten en is vaak verrassend. De receptuur laat vaak wat over aan het culinair inzicht van de lezer, maar dat vind ik zelf altijd wel erg leuk. Voor de onervaren (hobby) kok is de receptuur daardoor wellicht minder geschikt. Wie al enige ervaring heeft of goed op gevoel kan koken, zal beslist plezier beleven aan de receptuur in dit boek. Overigens vind je in het uitgebreide register per fruitsoort een overzicht van de recepten. De hoeveelheid informatie en het aantal recepten per fruitsoort wisselt sterk. Dat is enerzijds verklaarbaar (niet elke fruitsoort kent tientallen rassen en sommige fruitsoorten zijn relatief onbekend), anderzijds vind ik het jammer. In de inleiding licht Jane dit toe.

De aandachtige lezer vindt door het hele boek heen tal van nuttige en leuke tips en weetjes. De informatieve tekst staat vol leuke culinaire tips. Bijvoorbeeld de tip om slagroom te mengen met zure room voor een benadering van de Franse crème fraîche of het toevoegen van stijfgeklopte eiwitten aan de slagroom. Superleuk vind ik de tip om zure onrijpe druiventrossen van je eigen druif uit te persen en dit sap te gebruiken in plaats van azijn of citroensap of in mosterd. Dat ga ik beslist proberen!

Fruit Boek c

Het Fruit Boek van Jane Grigson is – ondanks de 464 pagina’s! - zeker niet compleet maar wel een fijn handzaam naslagwerk dat bovendien culinair inspireert en ook als (culinair) leesboek een aanwinst is. Telkens als ik iets op wil zoeken over een fruitsoort of de culinaire toepassingen daarvan, raak ik geboeid door de informatie en blijf ik lezen. Een heerlijk boek voor in de keuken, waar je al kokend uit leest of al lezend uit kookt. Een boek dat ontspant en boeit tegelijk, is dat niet eigenlijk precies hoe koken moet zijn?

Titel:                          Fruit Boek
Auteur:                      Jane Grigson
ISBN:                        978.90.898.9618.6
Prijs:                          € 27,99
Uitgeverij:                  Terra


In het hoofdstuk over aardbeien schrijft Jane dat er niet veel recepten in staan met aardbeien omdat er niet zoveel zijn en iedereen ze kent. Tijdens de Floriade in 2012 was ik het culinaire gezicht van de Hollandse aardbeien. Prachtige smaakaardbeien van Trotse Telers! Ik ontwikkelde ruim 70 recepten met deze verrukkelijke Hollandse aardbeien van diverse rassen. Een bijzonder recept bereidde ik eens op een mooie aardbeien dag waar ook mijn eigen culi heldin Angélique Schmeinck aanwezig was, ‘varkenshaas met aardbeien portsaus’. Ik gebruikte prachtig en eerlijk varkensvlees van OK Vlees en de mooiste Hollandse aardbeien die je maar kunt bedenken. Het resultaat was zo verrukkelijk dat zelfs Angélique smulde! (Ja, ik straalde van trots!) Maak het ook eens, ik beloof je: het is de moeite waard!

Larisse @ Floriade ©

Recept: Varkenshaas met aardbeien-portsaus©

Ingrediënten (voor 3-4 personen):
een mooi stuk varkenshaas van 400 gram
1 theelepel knoflookpeper
2 eetlepels olijfolie
snufje zout (optioneel)
Voor de saus:
1 sjalotje
klontje roomboter (ca. 20 gram)
1 doosje aardbeien
150 ml rode port
1 theelepel honing of suiker
snufje peper
1 theelepel geraspte mierikswortel
100 ml slagroom (ongeklopt)
optioneel: 1 theelepel aardappelzetmeel

Bereiding:
Marineer de varkenshaas in de olijfolie en knoflookpeper en laat zo een half uurtje rusten in de koelkast.
Snipper de sjalot.
Ontdoe de aardbeien van kroontjes en snijd ze in kwarten.
Smelt de roomboter in een saus- of steelpannetje en voeg de sjalot toe. Bak deze in enkele minuten glazig.
Voeg dan de aardbeien met de port, de honing of suiker en de peper toe en breng het geheel aan de kook. Laat dit op een laag vuur zachtjes tot ca. 2/3 deel inkoken.
Voeg vervolgens een theelepel geraspte mierikswortel toe en roer goed door.
Schenk nu rustig de room erbij en roer tot het een mooi gebonden saus is.
Voeg naar smaak nog wat peper, honing of mierikswortel toe.
Wil je de saus nog iets meer binden, los dan een theelepel aardappelzetmeel op in 1 á 2 theelepels koud water en schenk dit voorzichtig in de warme maar niet kokende saus en roer goed door.
Houd de saus op een heel laag vuur warm terwijl je de varkenshaas braadt.
Verwarm een grillpan of tepan yaki plaat en schroei de varkenshaas daar aan alle kanten op dicht. Laat de varkenshaas in ca. 12 minuten gaar bakken.
Haal de varkenshaas uit de pan of van de plaat en laat deze nog 5 minuutjes rusten in aluminiumfolie alvorens je deze aansnijdt.
Serveer de varkenshaas in plakjes gesneden met de aardbeien-portsaus

Tip:
Varkenshaas mag nog iets roze zien aan de binnenzijde. Wil je de varkenshaas niet aansnijden om de gaarheid te controleren, doe dit dan met behulp van een thermometer. Als de kerntemperatuur na ca. 12 minuten bakken 60°C is, is de varkenshaas goed gegaard.
Serveer de varkenshaas met een frisse gemengde salade, natuurlijk met stukjes aardbei en bijvoorbeeld wat blauwe kaas. Maak een dressing van olijfolie, balsamico azijn, honing en een vleugje port om in de sfeer te blijven. 



Aardbeien uit eigen tuin ©

Geniet!
Culinaire groet,

x Larisse

*** Van het Fruit Boek van Jane Grigson heb ik een recensie exemplaar mogen ontvangen. De recensie bevat puur mijn persoonlijke mening over het boek. De receptuur is van eigen hand en auteursrechtelijk beschermd. ***